Home

Goedkope sportactiviteiten zeggen iets over wat we als gemeenschap belangrijk vinden

In zijn weergaloze essay The Crisis of Narration hertelt Byung-Hul Han het verhaal van een Egyptische keizer die wordt afgezet en lijdzaam moet toekijken hoe zijn paleis wordt leeggehaald. Eerst komt zijn huisraad naar buiten, dan zijn vrouw en zijn kinderen, maar de keizer blijft onaangedaan. Pas als zijn bejaarde bediende geboeid en met zijn hoofd gebogen langskomt, breekt hij.

Ik voelde me de afgelopen tijd precies als die keizer. Alle bezuinigingen tot nu toe - de ontslagen topwetenschappers, het afgeschafte klimaatonderzoek, het opofferen van de Engelstalige BSc’s psychologie zonder dat er een belofte van de overheid tegenover staat - ik ervoer het stoïcijns. Maar nu ben ik dan toch ook bij mijn breekpunt aangekomen. Universitaire sport- en cultuurcentra moeten eraan geloven: ze mogen niet meer concurreren met de sportschool en het theater.

Over de auteur
Felienne Hermans is hoogleraar Informatica. In de maand mei is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Nu kan ik best meekomen in het argument dat burgers zich blauw betalen aan de dure sportschool of een kaartje op het balkon linksachter, en dat het niet eerlijk voor hén is dat studenten voor een tientje per maand swole (een mooi, strak lichaam, red.) kunnen worden of topcabaret kunnen zien. Je kunt best nadenken over hoe je mensen rond de universiteit ook van faciliteiten gebruik kunt laten maken. In het Nieuwe Universiteitsgebouw van de VU gebruiken we bijvoorbeeld collegezalen in de avond als bioscoop, toegankelijk voor iedereen.Dat kun je ook doen met sportfaciliteiten op de vroege morgen of in het weekend, als er minder studenten zijn.

Maar het verhaal van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap – dat we niet burgers moeten betrekken bij de universiteit, maar dat we bedrijven moeten beschermen tegen concurrentie – schakelt dingen gelijk die dat niet zijn. Je moet namelijk niet kijken naar de activiteit zelf, ja burgers sporten en studenten ook, maar naar het doel ervan.

Het raakt me zo diep, omdat het ingrijpt in onze vrijheid om de universiteit óók als fysieke locatie vorm te geven. Goedkope sportactiviteiten zeggen iets over wat we als gemeenschap belangrijk vinden: er is meer in het leven dan boeken, je moet ook zorgen voor jezelf en voor je lichaam. Nog los van het feit dat onderzoek aantoont dat flink sporten goed is voor je geheugen; als leerinstituut zouden sportfaciliteiten dus echt iets toevoegen.

Dat geldt ook voor het aanbieden van lezingen, een teken dat we meer zijn dan een plek waar je een vak leert; je moet als student de kans krijgen je laagdrempelig te ontwikkelen tot een burger met een brede blik en een kijk op de toekomst. Sport en denken zijn al vanaf de Oudheid verbonden, niet voor niets betekent gymnasium ‘sportschool’.

Sport- en cultuurfaciliteiten op de universiteit zijn fundamenteel anders dan die erbuiten. Ze hebben een normerende functie en vertellen studenten wat het betekent om een burger te zijn, net zoals de literatuurlijst op de middelbare school anders is dan een boekenclub. En het geeft studenten sociale permissie om zichzelf te ontwikkelen buiten hun vakgebied om.

Het argument dat we met staatssteun bedrijven beconcurreren is onjuist, dat is niet wat we doen. Bovendien redden sportscholen het prima, want hoeveel ervan bevinden zich nu in en rond een universiteitscampus?

De tweede reden dat me dit zo raakt is omdat het argument een gifbeker is. Want onmiddellijk rijst de vraag wat er dan nog meer niet mag worden beconcurreerd. Universiteiten hebben niet alleen sportcentra, maar ook studentenverenigingen - worden die ook verboden omdat ze concurreren met het café of de dansschool? Mogen dispuutshuizen niet meer om huisbazen te ontzien?

En waarom stopt het kabinet eigenlijk bij de periferie? Het hele businessmodel van het hoger onderwijs is toch gebaseerd op concurrentie? Als studenten colleges volgen, leren ze op de universiteit en nemen ze géén commercieel abonnement op AI-onderwijsassistenten als Khanmigo of taaleducatie-apps als Duolingo. Als ze voor 2.500 euro collegegeld wekelijks bij een werkgroep kunnen gaan zitten, hoe verdient dan het commerciële bijlesinstituut dan zijn brood?

Wacht maar tot het kabinet-Schoof ontdekt dat studenten in de universiteitsbibliotheek gratis en voor niets boeken kunnen lenen, dan sluit het schuimbekkend met een ‘dat is niet eerlijk voor boekhandel Scheltema’ de hele tent.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next