Home

Het heden is nooit ver weg op 4 mei – maar juist de stilte verbindt

Geen gebeurtenis die Nederlanders zo verbindt als de Dodenherdenking. Maar met het leed in Gaza wordt het ongemak voor velen te groot. Toch: in stilte kan iedereen herdenken wie hij wil. Dat is de kracht van 4 mei.

is verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over identiteit, polarisatie en extremisme.

Er is een reden dat we herdenken in stilte. Stilte is sacraal, stilte is eerbiedig. Stilte is een blanco canvas en biedt de vrijheid om de gedachten te laten gaan waar ze willen. Stilte is in die zin geheel persoonlijk, maar een collectieve stilte kan ook zeer krachtig zijn, alleen al omdat we bijna nooit stil zijn in elkaars gezelschap.

Ja, stilte verbindt. Tony Walter, de Britse emeritus hoogleraar death studies aan de Universiteit van Barth, stelt dat in complexe samenlevingen woorden zo nu en dan eerder uitsluitend werken dan verbindend. Stilte is soms de sterkste manier om een boodschap over te brengen. Stilte is ook het tegenovergestelde van protest, van zo luid mogelijk je stem laten horen.

Tijdens de Dodenherdenking voelen Nederlanders zich het meest verbonden met elkaar, meer nog dan bij grote sportwedstrijden of Koningsdag, zo blijkt uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek dat het Comité 4 en 5 mei elk jaar laat uitvoeren. In een seculiere en diverse samenleving zijn er nog maar weinig rituelen over met zo’n gewicht – het is cruciaal voor de cohesie om zulke momenten te behouden en er zoveel mogelijk mensen bij te betrekken.

Verwatering op de loer

Mede met die gedachte in het achterhoofd zijn de groepen waar officieel bij stil wordt gestaan met de decennia steeds verder uitgebreid. Maar aan die uitdijing zit een grens. Het is een ‘hutspotherdenking’ geworden, schreef socioloog Jolande Withuis al in 2012 in de Volkskrant. ‘Wie alles herdenkt, herdenkt niets.’ Verwatering ligt op de loer en neemt toe door het verstrijken van de tijd.

Hoewel we er rekening mee moeten houden dat er een generatie opgroeit die de Holocaust niet per se ziet als hét morele ijkpunt, betekent dat niet dat we de herinnering aan de systematische uitroeiing van Joden moeten opgeven. Nu de laatste ooggetuigen ons binnen enkele jaren zullen verlaten, is er een grotere plicht om de boodschap van 4 mei helder te houden.

Naast die functie van collectief ritueel van verbinding, verering, verdriet, schuldbesef en contemplatie, heeft de herdenking nog een belangrijke functie, een waarschuwende, samengevat in twee woorden: nooit meer. Die functie staat van oudsher op gespannen voet met verbinding, want waarschuwen heeft een woeste kracht in zich en wordt al gauw politiek.

Stille diplomatie

Het is niet gek dat er in aanloop naar deze Dodenherdenking een ongemak wordt ervaren dat voor velen te groot lijkt te zijn. Zo is er dit jaar een alternatieve herdenking in Den Haag voor mensen die zich afvragen: hoe kunnen we roepen ‘nooit meer’ als zich nu voor onze ogen in Gaza een humanitaire catastrofe voltrekt?

Zo zijn er meer goede vragen. ‘En hoe herdenken we samen met een regering die aan ‘stille diplomatie’ vasthoudt terwijl een bondgenoot van Nederland genocide pleegt?’, vroeg oud-diplomaat Angélique Eijpe zich af in een opiniestuk in de Volkskrant. De kop boven haar stuk: ‘Herdenken is pas betekenisvol als het zich niet afsluit voor het heden’.

Dat laatste zal vrijwel iedereen het met haar eens zijn. Maar de Nationale Dodenherdenking doet dat ook niet. Elk jaar worden er op de Dam – al dan niet subtiele – parallellen getrokken met het heden.

Geen conflict uitvechten

Wie herinnert zich niet de 4 mei-voordracht van Arnon Grunberg in 2020, waarin hij zei dat hoe er nu over bepaalde groepen wordt gesproken hem deed denken aan ‘de meest duistere tijd uit de 20ste eeuw’. ‘Voor mij was het van begin af aan duidelijk: als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij.’ Veel explicieter krijg je het niet.

Daarna zei koning Willem-Alexander op de Dam, die dankzij corona leeg was: ‘Het minste wat we kunnen doen is: niet wegkijken. Niet goedpraten. Niet uitwissen. Niet apart zetten. Niet ‘normaal’ maken wat niet normaal is.’ Het was een van zijn meest geprezen toespraken, juist dankzij de verwijzingen naar de huidige tijd.

De Dodenherdenking is de uitgelezen gelegenheid om te waarschuwen voor de mechanismen die hebben geleid tot de Holocaust, voor de giftige werking van zondebokdenken, fascisme, racisme, voor het ‘eigen volk eerst’-sentiment, voor de ontmenselijking die ertoe kan leiden dat een flink deel van de bevolking het toejuicht of toestaat dat een ander volk wordt uitgesloten en uitgemoord.

Maar dat kan allemaal zonder een conflict uit te vechten met een politieke tegenstander – dáár is 4 mei in elk geval niet voor bedoeld.

Vrij om te herdenken

Discussie over de herdenking is van alle tijden, zei historicus Frank van Vree donderdag in de Volkskrant. ‘Zo waren er de antiracisme-activisten met ‘geen 4 mei voor mij’, de Vietnambeweging en de homobeweging. Dat zij op dat moment ruimte opeisen voor een bepaald actueel onderwerp, toont juist aan hoe belangrijk mensen de herdenking vinden.’

Ja, daar zit de winst van dit debat; de Dodenherdenking is nog lang niet dood. Het is gezond dat mensen vrij zijn om te herdenken wie ze willen of om een alternatieve herdenking te organiseren. Niemand kan worden tegengehouden om aan slachtoffers in Gaza, Soedan of Oekraïne te denken. In stilte. Op letterlijk elk ander moment van het jaar is het al mogelijk om het uit te schreeuwen van woede.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next