Home

Minder WO II-overlevenden maakt interesse niet kleiner: 'Oorlog superactueel'

Tachtig jaar na de Tweede Wereldoorlog zijn er nog 423.000 Nederlanders die minstens vijf jaar oud waren bij de bevrijding. Maar hoe houd je oorlogsverhalen voor kinderen en jongeren levend als ooggetuigen er straks niet meer zijn?

De manier waarop we verhalen over de Tweede Wereldoorlog vertellen, verandert met de tijd. Vroeger kwamen overlevenden vaak langs in de klas. Kinderen stonden oog in oog met een getuige van mensonterende gebeurtenissen, vertellen deskundigen aan NU.nl.

De ooggetuigenverhalen kan je niet vervangen, maar wel op andere manieren invullen, zegt Laurien Vastenhout. Zij is docent aan de Universiteit van Amsterdam en onderzoeker bij het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies (NIOD). Het is vooral de interactie die verdwijnt, niet de verhalen uit eerste hand. Zo heeft het NIOD ontelbare brieven en dagboeken uit de oorlog en zijn wereldwijd duizenden Holocaustslachtoffers geïnterviewd.

"Je hebt straks niet meer dat tante Annie langskomt en aan de keukentafel iets vertelt over die tijd", zegt directeur Deborah Lens van Na de Oorlog. Gastsprekers van die stichting vertellen door het hele land oorlogsverhalen van hun familie. "Het is een startschot voor een gesprek: wat betekenen die verhalen voor hen? Wat herkennen en voelen zij?" Op die manier worden oorlogsverhalen alsnog invoelbaar.

Dat ziet ook historicus en theatermaker Tijmen Dokter. Jongere generaties bereik je nou eenmaal niet door een feitenrijke spreekbeurt op te dreunen, stelt hij. "Ik voel me bij oorlogsverhalen geraakt en die emotie probeer ik over te brengen." Bovendien staan vrijheid en democratie vandaag de dag in het Westen opnieuw onder druk. "De Tweede Wereldoorlog is dan een spiegel: hoe ging dat toen?"

Directeur Dorien Korsten van de Nationale Kinderherdenking herkent dat. "Vijf jaar geleden was oorlog altijd heel ver weg, zowel in tijd als in plaats. Maar we voelen allemaal dat de wereld steeds spannender wordt. Als je het nieuws leest, zie je behoorlijk wat parallellen met tachtig jaar geleden."

Kinderen merken dat ook, vertelt Conny van der Krogt. Zij werkt als basisschoolleraar en intern begeleider aan de Fortgensschool in het Zuid-Hollandse Voorschoten. "In de ogen van kinderen zijn we nooit zo dicht bij de Tweede Wereldoorlog geweest. Daar zijn ze zich heel erg van bewust."

Zelf ontwikkelde Van der Krogt interactieve lessen over de oorlog voor alle groepen 8 in Voorschoten en een aantal in Wassenaar. Dat gebeurt aan de hand van zes groene legerkisten. Elke kist vertelt het verhaal van een fictief kind dat in de oorlog heeft geleefd, legt ze uit. "Kinderen verdiepen zich zo in de achtergrond van de kinderen en moeten geheime opdrachten uitvoeren."

Zo vertelt een van die kisten het verhaal van Els: een meisje uit een groot gezin dat samen met haar moeder eten voor het gezin moet verzorgen. "We leren kinderen over de gaarkeukens en dat mensen tulpenbollen aten om te overleven." Om in te spelen op de beleving, krijgen de groep 8-leerlingen ook zélf de taak om tulpenbollen te zoeken en te bereiden. Daarna eet iedereen in de pauze een tulpenbol. "Wel gezoet met honing en vanillesuiker", voegt de basisschoolleraar toe.

En dan is er het verhaal van Kees, wiens vader NSB'er is. Of het verhaal van de joodse Sarah, die niet meer naar het park of de kapper mag. "De kinderen moeten met textielbonnen een jodenster kopen en die op hun kleding naaien. Die dragen ze dan in de pauze", vertelt Van der Krogt. "Wat doet dat met jou en anderen?", is een vraag die centraal staat.

Ook middelbareschooldocent Menno Visser ziet dat de oorlog tegenwoordig meer om beleving dan om kennis draait. Het is niet voor niets dat het St-Maartenscollege in Voorburg een wandeling organiseert via verschillende holocaustmonumenten naar het Achterhuis. Of dat de school een reis naar de Poolse stad Krakau organiseert en daar de concentratiekampen Plaszow en Auschwitz bezoekt.

Hoewel er steeds minder WO II-overlevenden zijn en de vertelvorm verandert, neemt de interesse niet af. "Het is logisch dat er een grotere afstand tussen de oorlog ontstaat", vertelt Visser. "Maar ik weet niet of dat een argument is waardoor leerlingen anders naar de oorlog kijken. Leerlingen luisteren juist aandachtiger, stellen meer vragen, gaan actiever aan de slag en delen hun verbazing als we over dit onderwerp praten." De oorlog blijft "superactueel".

Volgens NIOD-onderzoeker Vastenhout gaat "herinneren ook over begrijpen wat er gebeurd is". "Wanneer een onderwerp dichtbij komt, spreekt het mensen aan." Inspelen op de belevenis is dan ook een goede manier om kinderen te vertellen over de oorlog, vult Van der Krogt aan. "Om je bewust te zijn wat voor impact de oorlog op het dagelijks leven heeft, werkt een thema beter dan wanneer je over de oorlog uit een geschiedenisboek leest."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next