In de traditie van Rampvlucht en De toeslagenaffaire is De vuurwerkramp een reconstructie van een ramp die uitmondde in een uitputtende worsteling met de overheid.
is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over films, series en fotografie.
Op 14 februari 1991 ontplofte er een vuurwerkfabriek bij Culemborg. Er vielen twee doden en tot op 5 kilometer afstand sprongen de ramen. En hoewel deze vuurwerkramp de bijnaam ‘De klap van Culemborg’ kreeg, verdween hij landelijk in de vergetelheid. Al helemaal na 13 mei 2000, binnenkort 25 jaar geleden, toen bij het ontploffen van een vuurwerkopslag in Enschede 23 mensen om het leven kwamen. Die ramp zou voortaan ‘de vuurwerkramp’ heten.
De vierdelige dramaserie De vuurwerkramp begint met de ontploffing in Culemborg, vooral om te kunnen vertellen dat er weliswaar een dik rapport van onderzoeksinstituut TNO lag, vol met aanbevelingen over opslag en veiligheid rond vuurwerk, maar dat geen van die lessen in Enschede in de praktijk was gebracht. Al was het maar omdat het rapport in een soort ambtelijk moeras was weggezonken.
Er waren geen ‘lessen uit Culemborg’, omdat de betrokken instanties ze onder het kleed hadden geveegd. En laten we wel wezen, je had TNO helemaal niet nodig om te bedenken dat je geen tonnen vuurwerk midden in een woonwijk moet opslaan. Maar goed, beslissingen rond vuurwerk zijn, ook nu nog, zelden rationeel te noemen.
Nederlandse rampen (zie ook de Bijlmerramp en de dramaserie Rampvlucht) lijken bijna een vast patroon te volgen, met de doofpot als het laatste en schier oneindige bedrijf.
De serie De vuurwerkramp zet op een aantal zaken tegelijk in, met wisselend succes. Scenaristen Philip Delmaar en Edward Stelder spreken in de disclaimer voor elke aflevering van een ‘fictieve interpretatie’, waarbij ‘feiten en fictie zijn vermengd’.
De door Lourens Blok geregisseerde serie blijft mede daardoor wel steken in flets geschreven archetypische personages, met Peter Blok als ‘de burgemeester’, Katrien van Beurden als ‘de vuurwerkopslagdirecteur’, Joes Brauers als ‘de getraumatiseerde wijkagent’. Thomas Acda speelt ‘de wantrouwige rechercheur’ als een personage uit een serie die inmiddels al ruim twintig jaar loopt.
Als drama ligt de De vuurwerkramp soms gevaarlijk dicht in de buurt van het soort dramatische reconstructies dat we uit truecrimeseries kennen. De acteurs, bekend of minder bekend, worden hier maar weinig geholpen door scenario of regie.
In de eerste aflevering wordt er afgeteld naar het fatale moment, ook vanuit het perspectief van mensen die slachtoffer zullen worden van de reeks explosies die ook 25 jaar later verbijstert in kracht (42 hectare werd weggeblazen).
Al even verbijsterend is de nalatigheid van alle autoriteiten. De doofpot in deze serie is de voortdurende poging van de overheid, aangestuurd door ‘de minister’, om ‘rust in de tent’ te scheppen, en vooral om het falen van het landelijk (ministerie van Defensie) en lokaal bestuur (gemeente Enschede) te verdonkeremanen.
Er wordt op een gegeven moment met volle kracht ingezet op een ‘brandstichter’, niet zozeer om de waarheid boven tafel te krijgen, maar meer om de schuldvraag te versimpelen. Om een schuldige aan te kunnen wijzen die het institutioneel falen moet verhullen.
Maar waar dramaseries als Rampvlucht en De toeslagenaffaire erin slagen een oneindig complexe werkelijkheid een menselijk gezicht te geven, komt De vuurwerkramp daar nooit helemaal bij in de buurt; het is allemaal net te schematisch.
‘Dit schreeuwt om een helder narratief’, zegt de communicatiemedewerker van de burgemeester, terwijl de kruitdampen nog in de lucht hangen. Hetzelfde geldt dus voor deze serie.
★★☆☆☆
Drama
Vierdelige serie (EO) van Philip Delmaar en Eward Stelder
Regie Laurens Blok. Met Joes Brauers, Katrien van Beurden, Thomas Acda
Te zien op NPO Start
Op zoek naar meer bingemateriaal?
Op volkskrant.nl/series vind je al onze serie-recensies, handig doorzoekbaar op genre, aanbieder en aantal sterren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant