Voor haar nieuwe boek Krekel, de opvolger van haar succesvolle debuut Lampje, was kinderboekenschrijver Annet Schaap toe aan vernieuwing. Voor haar favorieten put ze dan weer vooral uit klassiekers, van een serie uit de jaren zeventig tot een ‘ouderwets’ vertelperspectief.
‘Het is verrukkelijk om te schrijven vanuit mijn eigen binnenwereld’, vertelt kinderboekenschrijver Annet Schaap in haar Utrechtse atelier. Dat deed ze in 2017 al met haar meermaals bekroonde debuut Lampje, waarvan ruim 130 duizend exemplaren werden verkocht. Het werd in 28 talen vertaald en in 2021 zond de VPRO een serie van vier afleveringen uit gebaseerd op het boek. Dit jaar verscheen het vervolg, Krekel. Schaap vertelt: ‘Ik was zo verbaasd en in de war van het succes van Lampje. Ik heb veel tijd genomen om na te denken of ik met Krekel vanuit dezelfde wereld moest schrijven.’
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Schaap werkte acht jaar aan Krekel. ‘Dat heeft vooral te maken met mijn innerlijke criticus’, vertelt ze. ‘Ik ben een paar keer helemaal ingestort en wilde het schrijven uiteindelijk zelfs volledig loslaten.’ Maar Krekel werd lovend ontvangen en staat inmiddels al weken in de top van de bestsellerlijst.
Met het boek biedt ze de lezers dezelfde vroeg 20ste-eeuwse sfeer als die van haar debuut. Het succes van haar boeken is volgens Schaap te danken aan de sprookjeswereld die zij haar lezers voorschotelt. Het personage Vis uit Lampje heeft bijvoorbeeld een zeemeermin als moeder, wat hem met zijn vissenstaart ‘anders’ maakt. ‘In een sprookjeswereld kan alles wat in de realiteit niet kan. Mensen die een gevoel hebben nergens thuis te horen, kan ik een plekje geven in die sprookjeswereld’, vertelt Schaap.
In Krekel volgen we Eliza en haar jongere broertje, Krekel. Hij heeft één arm en één vleugel. Het duo is op zoek naar hun vijf oudere broers die, als ze de geruchten moeten geloven, zijn verdronken. Hun pogingen om achter de waarheid te komen, worden gedwarsboomd door kwaadwillende volwassenen en andere obstakels.
Voor beide boeken illustreerde Schaap zelf de omslagen, in een kleurenpalet dat veel neutraler is dan waar ze aan gewend was. Voor de boeken van Francine Oomen, bijvoorbeeld, maakte ze vaak drukke illustraties met felle kleuren. ‘Het werd te veel van hetzelfde, ik was toe aan vernieuwing’, vertelt ze over haar keuze voor een andere stijl. ‘En ik hou niet zo van bonte kleuren.’
Ondanks haar succesvolle carrière als illustrator, verkiest Schaap het schrijverschap inmiddels boven het illustreren. ‘Toen ik klein was, dacht ik dat schrijven vooral iets voor geleerde mannen was en dat ik het daarom niet zou kunnen’, vertelt ze. ‘Maar na de kunstacademie heb ik ook gestudeerd aan een schrijversvakschool en voelde ik dat ik wil schrijven.’
In 2014, tijdens een reis door Amerika, viel alles op zijn plek. ‘Op een van de laatste dagen kwamen we een vuurtoren tegen en zag ik ineens een verhaal voor me: over een meisje, Lampje, dat met haar vader in een vuurtoren woont. Het verhaal daaromheen ontstond vervolgens rap.’
Haar werkwijze is ambachtelijk: voor zowel Lampje als Krekel schreef Schaap talloze notitieboeken vol. ‘Dit is Krekel’, zegt ze terwijl ze naar een rij van meer dan dertig notitieboeken wijst. Als ze er eentje openslaat en erdoorheen bladert, verschijnen met potlood geschreven stukjes tekst. ‘Het is best een uitdaging om alle losse stukjes terug te vinden en ze aan elkaar te plakken tot een vloeiend verhaal.’
‘Deze KRO-serie is gebaseerd op het sprookje De rattenvanger van Hamelen en gaat over mensen die eindeloos door een fictieve sprookjeswereld reizen om terug te gaan naar hun eigen stad. Toen de serie voor het eerst op televisie kwam, was ik 7.
‘Het mooiste aan de serie vind ik de teksten van de liedjes, die zijn geschreven door Harrie Geelen en Joop Stokkermans. De meneer van het hooggerechtshof is mij het meest bijgebleven. De tekst is heel poëtisch, maar wordt gezongen door een groep kindertjes in pyjama’s op een mottig kleed. Dat is een leuk contrast. Zij zingen bijvoorbeeld: ‘De middag komt met soep en pap, ik hoor het kleine meisje zingen. Dat op de stoep de ramen lapt, en denkt aan doordeweekse dingen.’
‘Het doel van de methode van deze school is groter en ingewikkelder dan ik kan uitleggen, maar ik ga het toch proberen. De deelnemers streven allemaal naar een verlichte staat. De methode is niet hetzelfde als een zelfhulpboek met strikte stappen: als je dit en dat doet raak je verlicht. Nee, we mediteren samen, luisteren naar lezingen en stellen onszelf steeds vragen, zoals: ‘Hoe voel ik me?’ en: ‘Wat zit er onder dat gevoel?’ Door die vragen te beantwoorden, leer je jezelf kennen.
‘Ik heb een strenge blik, zeker naar mijn eigen werk, wat af en toe resulteert in vertraging in het schrijven of illustreren. De methode van The Diamond Approach heeft me geholpen om die blik te verzachten. Eigenlijk vind ik verlichting niet interessant, maar de weg ernaartoe wel. Je kunt de oefeningen blijven doen tot je doodgaat, het helpt er misschien zelfs bij.’
‘Ik hou niet van games met wapens, opdrachten en puzzels, maar in The Sims kun je je eigen wereld en verhalen creëren. In tijden dat het niet zo goed met me ging, dat ik weinig met de buitenwereld te maken wilde hebben, heb ik het dagen gespeeld. Het is een poppenhuis, een live scenario waarin je het leven van mensen kunt vormgeven.
‘Soms maak ik personages uit mijn favoriete boeken na. Lolita, Mackie Messer en Sherlock Holmes bijvoorbeeld, die komen op elkaars feestjes. Het leukste aan The Sims is het weerwolvenbos: een rommelige en grimmige wereld. De weerwolven die daar wonen zijn gewoon mensen, maar om de twee dagen komt er een soort woede naar boven waardoor je niets met ze kunt doen. Ze zijn dan alleen maar de hele tijd alles in elkaar aan het slaan.’
‘Thijssen schreef niet per se vóór kinderen, maar vooral óver hen: over een krioelend clubje leerlingen dat hij als schoolmeester in de hand moest houden. Beide boeken zijn in dagboekvorm geschreven, vanuit Thijssens perspectief. Dat draagt bij aan de vriendelijke sfeer van de boeken, omdat hij zich in deze vorm heel liefdevol kon uiten over zijn leerlingen.
‘De liefde voor kinderen, zoals die in Thijssens boeken voorkomt, vind ik belangrijk om ook aan mijn personages mee te geven. In Krekel schrijf ik bijvoorbeeld over Juffrouw Amalia. Zij is in het begin van het verhaal niet zo’n aangename onderwijzeres. Ze is verzuurd en heeft rechtlijnige gedachten, maar je komt er gaandeweg achter dat ze het toch goed voor heeft met de kinderen.’
‘De stijl van Ware is strak en filmisch: scherp en veel rechte lijnen met grote vlakken in dezelfde kleur. Ik haal inspiratie uit zijn strips: niet voor mijn illustraties, wel voor mijn verhalen. Als tekenaars verschillen wij enorm van elkaar. Hij tekent heel strak, alsof hij een liniaal gebruikt, en ik heel losjes en veel slordiger. Maar de manier waarop hij een wereld bouwt, vol details, perspectieven, dialogen, dromen en gedachten, dat probeer ik als schrijver ook te doen. Een kind zou bijvoorbeeld een bijtje dat op de achtergrond zoemt, opmerken. Door dat in een verhaal te verwerken, kun je schrijven vanuit de belevingswereld van een kind.’
‘In dit NTR-programma wordt een groep voortijdige schoolverlaters door leraar Eric van ’t Zelfde, bokser Lucia Rijker en een groep BN’ers gemotiveerd om een nieuwe start te maken en zichzelf te ontwikkelen. De leraar en de bokser merken heel goed op waar de kinderen zijn vastgelopen. De BN’ers doen hun uiterste best, zijn soms wanhopig, maar geven niet op.
‘Ik schrijf niet graag over pubers, ik vind het een lastige levensfase omdat er zo veel verandert. Pubers laten duidelijk merken dat ze geen zin hebben en veel liever thuiszitten dan op school. Ik kan me daardoor laten wegblazen als ik een keer een presentatie moet houden voor een klas vol pubers. Maar de liefde in dit programma voor die groep kinderen ontroert me. Dat komt misschien ook omdat ik een zoon heb van 16 die er perfect tussen zou passen.’
‘De schrijver van een verhaal moet voor dit perspectief in het hoofd van verschillende personages kunnen kruipen en vliegt als een soort helikopter door alle aspecten van een verhaal. Voor Lampje wilde ik dit perspectief gebruiken. De docent van mijn schrijfcursus zei: ‘Dat is ouderwets!’ Maar ik hou van het overzicht, van het wisselen en dat je als schrijver en lezer heel dicht bij de personages kunt zijn.
‘Als kind las ik de boeken van Erich Kästner, een Duitse schrijver, hij gebruikte dit perspectief veel. Hij schreef bijvoorbeeld vanuit het perspectief van een leraar die kinderen iets uitlegde over armoede, maar ook vanuit het perspectief van die kinderen. Daarnaast was hij in datzelfde verhaal soms óók nog de verteller. Naar mijn idee getuigt het van volwassenheid als je als schrijver dit vertelperspectief gebruikt. Je moet je bijvoorbeeld kunnen inleven in een 10-jarige, dat is best moeilijk.’
‘Hofman schrijft kinderboeken die raar, droevig en weerbarstig zijn, maar dat vond ik juist erg mooi en eigen. Zijn teksten zijn zó poëtisch geschreven. Zo schreef hij in Zo zwart als inkt over Sneeuwwitje, die helemaal alleen is en brieven schrijft naar alles om zich heen, zelfs naar een stoel: ‘Stomme stoel. Wat sta je daar stom te doen? Je hebt vier poten gekregen en je doet er niet veel mee. Je staat daar maar te staan. Waarom loop je niet weg?’
‘Het leuke aan Wim Hofman vind ik dat hij een soort monnik is: hij schrijft en tekent zonder ooit de publiciteit op te zoeken. Zijn tekeningen zijn vaak zwart-wit en soms heel schilderachtig. Dat is anders dan het kleurrijke wat men van mij gewend is, maar wel een stijl waar ik inspiratie uit haal.’
‘Toen ik de musical Matilda van Tim Minchin een paar jaar geleden in Londen zag, werd ik omvergeblazen. Het verhaal van Roald Dahl is al heel mooi, maar de musical is ook nog eens prachtig uitgewerkt, goed gespeeld en geestig qua taal en onverwachte wendingen.
‘Ik werd vooral heel blij van de liedjes. Ik hou van muziek die een scène vertelt en een decor biedt voor de tekst. Het lied When I Grow Up, dat wordt gezongen door kinderen op hele lange en hoge schommels, is daar een voorbeeld van. De kinderen zingen: ‘When I grow up, I will be tall enough to reach the branches. That I need to reach to climb the trees, you get to climb when you’re grown up.’ De tekst is zo poëtisch, dat het verhaal een extra dimensie krijgt.’
‘De film vertelt het waargebeurde verhaal van Florence Foster Jenkins, een groot muziekliefhebster. Ze is heel rijk, oud, lelijk en zingt ongelofelijk vals, maar weet dat niet. Niemand durft haar te vertellen dat ze niet zo mooi zingt als ze denkt. Dat is ontzettend lief, want men probeert haar te beschermen, maar het is ook oneerlijk.
‘Het mooie aan het verhaal vind ik hoe zo’n groot geheim heel lang binnenskamers wordt gehouden. Het is geestig en lief, terwijl het ook een treurig verhaal vertelt. Frears heeft laten zien dat liefde veel verzacht, maar ook dat je mensen niet moet pamperen en voorliegen. De boodschap van het verhaal zit hem denk ik in de ingewikkeldheid van relaties, zo menselijk en ontoereikend.’
27 februari 1965 Geboren in Ochten.
1983 t/m 1988 Studie Illustratie aan de Kunstacademie in Kampen.
1990/91 Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag.
Vanaf 1991 Illustrator voor verschillende kinderboekenschrijvers zoals Jacques Vriens, Janneke Schotveld en Francine Oomen.
1996-1999 Studeert aan de Schrijversvakschool ’t Colofon.
2017 Schrijversdebuut met Lampje. Ze wint de Nienke van Hichtumprijs.
2018 Lampje wint Woutertje Pieterse Prijs, Gouden Griffel en Belgische Boekenleeuw.
2021 De Meisjes, zeven sprookjes (Querido) wordt uitgegeven.
2022 VPRO maakt een miniserie van vier afleveringen van Lampje.
2025 Krekel (Querido) wordt uitgegeven.
Annet Schaap is getrouwd, heeft een zoon en woont in Utrecht.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant