De traditionele chicklit maakt plaats voor femgore, een literair genre geschreven waarin de vrouwelijke hoofdpersonages de meest verschrikkelijke moorden plegen. En dat zegt iets over deze tijd, stelt Gwyneth Sleutel.
Er was een tijd dat ik boeken las over vrouwen die, net toen zij de hoop op liefde hadden opgegeven, de man van hun dromen ontmoetten. In een lokale boekenwinkel of een verborgen apotheek. Of tijdens een solotrip naar Kaapstad. Hij bleek de nieuwe buurman of zij zijn stagiaire. Een woordenwisseling mondde uit in een kus, een wandeling onder de sterrenhemel in een vrijpartij. Ik las over liefde die werd bezegeld met het delen van een spaghettisliert of Japanse ramen soep.
Maar dat is verleden tijd. Tegenwoordig lees ik boeken over door vrouwen afgehakte vingertjes van mannen die hun handen niet thuis kunnen houden. Over lichaamsdelen die in designertassen worden vervoerd en vervolgens worden vermalen in een vleesmolen in een familieslachthuis. Over vorken die kransslagaders doorboren en eetstokjes die iemands ogen uitsteken.
Over de auteur
Gwyneth Sleutel is filmdramaturg bij de NTR, schrijver en spreker.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De traditionele chicklit heb ik, kortom, ingewisseld voor verhalen uit het femgore genre, laagdrempelige horrorboeken waarin een vrouwelijke killer en vrouwenwoede centraal staan. En ik ben niet de enige. Het nieuwe genre kent sinds eind vorig jaar een exponentiële groei. Het boek Boy Parts van Eliza Clark werd een commercieel succes, over het boek Bunny van Mona Awad zijn al meer dan 6,1 miljoen posts op TikTok en deze verscheen de paperback van het door BookTok gehypte boek Youthjuice van E.K. Sathue, dat een kruising tussen The Devil Wears Prada en Psycho belooft te zijn.
Maar wat zegt het over deze tijd dat vrouwen romantische verhalen steeds vaker links laten liggen voor boeken vol femgore?
Je zou het een renaissance van het horrorgenre kunnen noemen, zij het dat femgore voor en door vrouwen is geschreven. En anders dan in de gangbare horrorliteratuur is een vrouw niet het slachtoffer, leidend voorwerp of de final girl, maar degene die het (vaak gruwelijke) plot voortstuwt. Zo is de protagonist nu eens een jonge Koreaanse vrouw die geobsedeerd is met het eten van ogen van witte mannen, dan weer een kannibalistische moeder die samen met haar dochter culinaire hoogstandjes maakt van de lichaamsdelen van hun nietsvermoedende mannelijke bezoekers, of bijvoorbeeld een fotografe wier mannelijke modellen de fotosessie vaker niet dan wel overleven.
Mijn eerste kennismaking met het genre was ongeveer een halfjaar geleden, toen er een kleurrijk ingepakt cadeautje door de brievenbus viel. Het pakketje was van een vriendin, met een klein kaartje erbij: ‘Echt iets voor jou!’
Goh, dacht ik bij het zien van de titel How to kill men and get away with it. Want hoewel ik niet kan ontkennen dat sommige mannen in mijn fantasie er niet altijd ongeschonden vanaf komen – ik heb het dan over Andrew Tate-achtige vrouwenhaters, extreemrechtse oproerkraaiers en misselijkmakende MeToo-plegers – vond ik de gedachte dat dit een handboek was vol praktische tips om het stoffelijk overschot van mannen te laten verdwijnen, tóch wat zorgwekkend. Niet een boek om openlijk tijdens de spits in de trein te gaan lezen, zeg maar.
Goh, dacht ik weer toen ik op de eerste pagina van de proloog kennismaakte met het hoofdpersonage, de uitermate cynische influencer Kitty Collins die met een nylonkous haar mannelijke slachtoffer wurgt en genietend toekijkt hoe zijn ogen barsten en zijn oogwit rood kleurt. Waarom vond mijn vriendin dit iets voor mij?
Maar met elke gepleegde moord in het boek – de een nog gruwelijker dan de andere, allemaal tot in detail beschreven – werd ik toch gegrepen door het verhaal. En inmiddels siert mijn boekenplank met in het oog springende covers van Boy Parts, The Lamb, Bat Eater en Bunny. De reden? Veel meer dan simpele wraakverhalen, dienend als een aanklacht tegen het patriarchaat, gaan deze boeken over female rage en reclaiming (her-eigenen, red.).
De verhalen spelen met bodyhorror, een trend die we met het succes van The Substance ongetwijfeld vaker in films gaan zien. Femgore zou je dus kunnen uitleggen als een aanklacht tegen de inperking van vrouwenrechten en de druk op vrouwelijke autonomie. En misschien is het wel meer dan dat, namelijk een roep om vrijheid.
Het is dan ook niet zo gek dat juist in deze tijd, waarin vrouwenhaat toeneemt, de schokkende femicide-cijfers voor zich spreken en machtige wereldleiders en manfluencers vrouwen het zwijgen proberen op te leggen, een genre als femgore in rap
tempo aan terrein wint. Want in plaats van een stilzittende, lief lachende vrouw die haar armen in de lucht gooit en ‘What do we do now’ roept wanneer zich een crisissituatie voordoet, is de vrouw in het femgore-genre iemand die direct handelt en wier razernij zich een weg naar buiten zoekt én vindt.
De femgore-vrouw kan mooi en lief zijn als ze wil, maar ze kan ook uit haar mond stinken en vet haar hebben. Met plakkerige oksels, tegen elkaar schurende zweetdijen en aangekoekt menstruatiebloed. Femgore presenteert de lezer extreme vrouwen, met extreme daden in een soms extreme wereld. Maar het zet de lezers ook aan het denken over de misschien wel even zo extreme situaties in de echte wereld, waarin vrouwen vaker niet dan wel de touwtjes in handen hebben. Een situatie waarin geen ruimte is voor de meer duistere en onaangepaste kant van vrouwelijkheid.
En zo werkt een genre, dat zich kenmerkt door bloederigheid en viezigheid, ineens behoorlijk verfrissend.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant