Het zijn altijd de ooggetuigen die met hun herinneringen de Tweede Wereldoorlog dichtbij weten te brengen. Maar elk jaar zijn zij met minder en wordt de vraag urgenter: hoe herdenk je de oorlog zonder hen?
Er komt een dag dat niemand meer kan vertellen hoe het voelt als er een Duitse soldaat naast je bed staat, zoals de 98-jarige Koos Bienefelt beschrijft in de Volkskrant-serie De laatste ooggetuigen. Hij hoorde ‘Mitkommen!’ en kon nog net zijn mondharmonica meegrissen.
Er komt een dag dat niemand zich nog herinnert hoe het eraan toeging in de overvolle treinwagons met Joodse gevangenen. De nu 88-jarige Mieke van Creveld-Zeehandelaar haalde nog een pannetje melk, maar kon haar doodzieke vader er niet mee redden.
Er komt een dag dat niemand nog weet hoe het is om het uniform van de Waffen-SS te dragen, zoals de 96-jarige Jan Hendriksen overkwam. Hij werd ongewild gerekruteerd en las op de muren van de kazerne dat op desertie de doodstraf stond.
Die dag komt razendsnel dichterbij. Het kost al steeds meer moeite om nog veteranen te vinden die vanuit de Verenigde Staten, Canada of Groot-Brittannië naar Wageningen kunnen komen voor het jaarlijkse defilé. Er zijn ook steeds minder Joodse overlevenden van de Holocaust om op 4 mei een krans te leggen op de Dam. En de groep onderduikers en verzetsmensen die schoolklassen kunnen toespreken neemt snel af.
Dat is een verlies. Het waren altijd de ooggetuigen die met hun herinneringen de oorlog dichtbij brachten. De details uit hun verhalen maakten dat we zelf de angst, het verdriet, de honger en de pijn een beetje konden voelen. De geschiedenis kwam ermee tot leven.
Neem het sprookjesboek dat de nu 89-jarige Hanneke Gelderblom-Lankhout als kind kwijtraakte op de vlucht van het ene naar het andere onderduikadres, met haar pop het enige aandenken dat ze nog had aan haar ouderlijk huis. Of de geur die de Canadese Spitfire-piloot George Brewster (102) rook toen hij het pas bevrijde concentratiekamp Bergen-Belsen binnenliep en overal lijken aantrof.
Maar de tijd tikt door, de laatste ooggetuigen sterven en ‘herinnering wordt geschiedenis’, zoals de commissie schreef die tien jaar geleden onderzocht hoe de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend moest worden gehouden.
Genoeg reden dus om alert te zijn, en om na te denken hoe het verder moet, als niemand meer uit de eerste hand over de gruwelen kan vertellen. Maar hoe? Wat doen we zonder ooggetuigen? Hoe houden we dan de verhalen levend – en het besef van ‘dit nooit weer’?
In de herinneringscentra van de drie voormalige naziconcentratiekampen in Nederland houden ze zich al een paar jaar met die vraag bezig, en de oplossing diende zich vanzelf aan. Zowel in Kamp Westerbork, Kamp Amersfoort als Kamp Vught vertellen kinderen en kleinkinderen van oud-gevangenen wat hun ouders of grootouders hebben meegemaakt.
‘De zeggingskracht van die verhalen is even groot, ik zie geen probleem voor de toekomst’, zegt Guido Abuys, curator van herinneringscentrum Kamp Westerbork.
Ook het steunpunt dat al 25 jaar ooggetuigen van de oorlog op scholen laat vertellen, heeft voor die weg gekozen. Toen het aantal kandidaat-sprekers begon te slinken, heeft het steunpunt overwogen zichzelf op te heffen, vertelt coördinator Sipke Witteveen. ‘Maar we beseften dat onze opdracht niet voorbij was. De behoefte aan persoonlijke vertellingen over de Tweede Wereldoorlog bleef groot.’
Natuurlijk gaat er iets verloren, beaamt Witteveen. Als kampoverlevenden of voormalige verzetsmensen voor de klas staan, hangen de kinderen aan hun lippen. ‘Dat heeft de wow-factor.’
Maar daar staat tegenover dat de tweede en derde generatie makkelijker contact maakt met leerlingen. Bovendien voegen de nieuwe vertellers een laag toe aan de geschiedenis: zij laten zien hoe de oorlog van ouders op kinderen wordt doorgegeven, en hoe die oorlog dus ook doorleeft in hun harten en hoofden. ‘Daar staan kinderen vaak niet bij stil.’
Er zijn meer manieren gevonden om herdenkingen eigentijdser te maken. Kamp Amersfoort heeft ervoor gekozen om een acteur korte theaterstukken te laten opvoeren. ‘Ik ben me ervan bewust dat we jongeren op een andere manier moeten aanspreken’, zegt directeur Micha Bruinvels. Binnenkort kunnen bezoekers van het herinneringscentrum vragen stellen aan een avatar, een virtuele oud-gevangene die is gevoed met driehonderd uur aan interviews met echte gevangenen.
In kamp Vught is dit jaar voor het eerst geen oud-gevangene meer aanwezig bij de 4 mei-herdenking, en dat is ‘een gemis’, zegt directeur Jeroen van den Eijnde. Toch maakt dat de herdenking volgens hem niet minder indrukwekkend. Want de bijeenkomst vindt, zoals altijd, plaats op het kampterrein, tussen het prikkeldraad en de wachttorens. Op de plek waar tachtig jaar geleden duizenden gevangenen bogen onder het schrikbewind van de nazi’s.
‘Nu de eerste generatie wegvalt, worden de plekken waar vervolging en terreur hebben plaatsgevonden steeds belangrijker’, zegt Van den Eijnde. ‘Dat zijn de plekken die ons terugbrengen naar het verleden. Daar kunnen we het jongere publiek, dat verder afstaat van de oorlog, in verbinding brengen met de geschiedenis.’
Chris Janssen, directeur van het comité Wageningen45, zal dit jaar met weemoed toekijken hoe zo’n vijftig veteranen via de Generaal Foulkesweg naar het 5 Mei Plein paraderen. ‘Als je ziet hoe die veteranen het jonge publiek weten te vangen... Voor jongeren is de Tweede Wereldoorlog iets uit een ver verleden, en dan staan daar opeens mannen die voor onze vrijheid hebben gevochten. Dat vinden ze zo indrukwekkend.’
Het zal een van de laatste keren zijn, beseft Janssen: de jongste veteraan is nu achter in de negentig. Het traditionele Bevrijdingsdefilé is daarom vorig jaar al omgedoopt in het Vrijheidsdefilé. Met als gedachte dat de bevrijding tachtig jaar geleden het begin betekende van een internationale militaire samenwerking die de vrijheid blijvend moest garanderen.
Dit jaar lopen er militaire detachementen mee uit twaalf landen, en voor het eerst ook een delegatie van actief dienende militairen uit Duitsland.
Janssen vertelt dat er met de veteranen is gesproken over de nieuwe opzet van het defilé. Ze zeiden hem: ‘Wij hebben ons werk gedaan, jullie moeten voortaan onze boodschap overbrengen, samen met alle bondgenoten.’
Twee jaar geleden hield de toen 99-jarige oud-verzetsman Peter Molthoff op 4 mei nog een korte toespraak in Kamp Vught, waar hij als 19-jarige jongen maanden onder vreselijke omstandigheden had vastgezeten. ‘Vrijheid kun je alleen samen realiseren’, zei hij destijds.
Die boodschap herhaalt hij in het interview in de Volkskrant-serie De laatste ooggetuigen: ‘Als je oorlog wilt voorkomen, moet je vrede sluiten met je vijand.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant