is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Cultureel erfgoed kan het patatje oorlog nog niet worden genoemd. Maar het is inmiddels even Nederlands als babi pangang, het Brabantse worstenbroodje en de Groningse eierbal, die alle drie wel op de Unesco-werelderfgoedlijst staan.
Het voortbestaan van het patatje oorlog – friet, mayonaise, pindasaus en versnipperde uitjes – wordt bedreigd. Verschillende media berichtten afgelopen week over de enorme afname in Nederland van het aantal snackbars dat deze vette hap nog serveert. Veel friettenten kunnen het hoofd niet meer boven water houden. In 2020 waren er in Nederland nog 5.600. Nu zijn het er nog maar 4.800 – een afname van 15 procent in vijf jaar. Dat is bijna even snel als de afname van schoenenzaken. Het Financieele Dagblad berichtte daarnaast dat in Nederland zeker driehonderd (vooral kleine) snackbars te koop staan. Gemiddeld wordt daar een ton voor gevraagd. Nog slechter gaat het met de frietkramen. Daarvan is het aantal sinds 2000 zelfs gehalveerd: van 1.000 naar 500.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Een van de oorzaken is personeelsgebrek. Jongeren hebben geen zin meer om achter een walmende frituur te staan, waarvan de geur in de kleding gaat zitten. De salarissen voor functies als frietbakker zijn de afgelopen jaren met 90 procent gestegen, maar zelfs dat is onvoldoende om mensen aan te trekken.
Daarnaast zijn de inkoopkosten geëxplodeerd. De prijs van rundvlees is bijna verdubbeld. Dat betekent dat snackbarhouders voor een broodje kroket al gauw 5 euro moeten vragen om uit de kosten te komen en voor een broodje hamburger 8 tot 9 euro. ‘Ik heb geen zin meer om aan een verontwaardigde klant 1,05 euro voor een klodder mayonaise te vragen. Maar voor minder is het niet te doen’, aldus een snackbarhouder in De Telegraaf. Die had enkele jaren geleden nog met veel succes sons gras, een ultradunne frietsoort, gelanceerd, waar klanten nog wel voor wilden omrijden. Maar inmiddels vinden de meeste klanten het te duur. Ook de prijs van het gewone patatje met mayo is sinds 2023 met 30 procent gestegen.
De meeste snacks zijn te vinden zijn in volksbuurten, waar de vrij besteedbare inkomens door de inflatie en oplopende vaste lasten onder druk staan. Snackbarhouders hebben daarnaast last van toenemende regeldruk; zij mogen geen overlast meer veroorzaken en wegwerpplastics zijn verboden.
De snackbar moest het vroeger vooral hebben van klanten die kaassoufflés, frikadellen en patatjes oorlog afhaalden om thuis te nuttigen. Maar die groep is veel kleiner geworden. Een hedendaagse snackbarhouder moet voldoende zitplaatsen kunnen bieden, net als een uitgebreidere menukaart met bijvoorbeeld gezonde salades voor de zogenoemde eat-inklanten. Lang niet iedereen heeft daar de ruimte voor. Ook is het aanbod van standaardfriet niet voldoende. Er moet ongeacht oorlog of vrede ook ultradunne friet of friet met schil worden geserveerd. De klant is kritischer geworden en wil de producten thuis bezorgd krijgen, maar een bezorgdienst is peperduur.
En dan daalt de omzet vanwege de concurrentie van de airfryer. Die is al bij twee miljoen huishouders te vinden en stelt mensen in staat met producten uit de supermarkt hun eigen snacks te maken.
En die worden algauw gezonder gevonden dan een patatje oorlog.
Source: Volkskrant