‘Nu de aantrekkelijke minnaar die Amerika ooit was zich heeft ontpopt tot een grensoverschrijdende gewetenloze schurk’, zoals filosoof Stine Jensen onlangs schreef in NRC, nu alle maskers zijn afgevallen en blijkt dat daar al jaren die snibbige tronie van Donald Trump achter schuilging, is eindelijk de tijd gekomen onze jarenlange liefde voor Amerika tegen het licht te houden.
Want is het eigenlijk wel gezond om zoveel Hollywoodfilms in onze bioscopen te draaien en zoveel Amerikaanse boeken te vertalen? Is het nog wel wenselijk werkelijk iedere nieuwe Apple-telefoon mee te zeulen in onze eveneens nieuwe Levi’s-spijkerbroek terwijl we de app van The New York Times verversen en ondertussen liedjes meeneuriën van Miley Cyrus en Taylor Swift?
Willen we eigenlijk nog wel verder met elkaar?
Nee, was het duidelijke antwoord dat Wilma de Rek gaf in een heerlijk stuk in de woensdagkrant. Ons gedweep met de Amerikaanse cultuur, zo betoogt De Rek, was namelijk al bloedirritant ver voordat Trump het op zijn heupen kreeg. Denk alleen al aan die larmoyante obsessie die veel mannen van boven de zestig hebben met Bruce Springsteen. Of denk aan dat groeiende leger vol twintigers die werkelijk ieder gat in hun Nederlandse zinnen opvullen met woorden als cringe, ghosten, cancellen, awkward, anxiety en consent. Of denk aan uzelf, aangezien ook u zich hoogstwaarschijnlijk braaf het schompes koopt tijdens iedere nieuwe Black Friday-sale.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Voor De Rek is het allemaal reden om de Amerikanen, ‘met hun lompe kleren, vette voedsel, dito lijven, dat gezwaai met wapens, gedweep met geloof, hun ziekelijke neiging om voor alles een apparaat te gebruiken, die verslaving aan pillen en poeders, dat schijnheilige puritanisme’ definitief te laten vallen en in plaats daarvan het Frankrijk van Victor Hugo en Coco Chanel opnieuw te omarmen als cultureel gidsland. Net als een eeuw geleden.
Hoewel charmant, kan ik u hier alvast melden dat dat toekomstbeeld nooit van de grond zal komen. Enerzijds omdat iedereen weet dat Fransen niet veel meer zijn dan Italianen met een slecht humeur – waarom zou je zo’n volk in hemelsnaam volgen? – maar veel belangrijker nog: Frankrijk, of welke andere Europese natie dan ook, is allang niet meer machtig en rijk genoeg om een wereldwijde voortrekkersrol te vervullen.
Dat cultuur altijd de weg volgt van de meeste macht, is een eeuwenoud mechanisme waaraan onmogelijk te ontsnappen valt. Toen de Romeinen aan de touwtjes trokken, spraken ze tot in Voorburg Latijn. Toen de Bourbons die macht overnamen, begonnen mensen in heel Europa opeens parfum te spuiten en meerdelig bestek te gebruiken, maar vanaf het moment dat de Amerikanen hun eerste Marshalldollars overmaakten, wisselden we die Franse aanstelleritis zonder pardon in voor hamburgers en Hollywood.
Het is nu eenmaal een wetmatigheid dat iedere generatie zich spiegelt aan het voorland dat het meeste biedt. De geopolitiek overziend, kun je er dus vergif op innemen dat de Amsterdamse horeca over een jaar of twintig wordt bevolkt door Gen C’ers die hun Nederlands larderen met Chinese woordjes, meezingen met Chinese hitjes, dwepen met de kunst van Lu Qing, shoppen via Temu en Alibaba, hun TikTokfilmpjes opnemen met de nieuwste Huawei, de parlementaire democratie een mislukt experiment vinden uit lang vervlogen tijden en er ondertussen van dromen om later, wanneer hun burgerleven begint, een elektrische Hongqi te bezitten.
Voor toekomstige oude knarren zoals u en ik wordt dat vermoedelijk een rare tijd, vol heimwee naar Amerika.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant