Als meest gehate man van Suriname was Jules Wijdenbosch het mikpunt van een ongekende volkswoede. ‘Bosje’, zoals de president werd genoemd, leidde het land in 1999 naar de economische afgrond. Toch wordt hij geëerd met een staatsbegrafenis.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant, met defensie als belangrijkste specialisme.
Het lukte president Jules Albert Wijdenbosch, oud-gemeenteambtenaar in Amsterdam, een kwart eeuw geleden om de toorn te wekken van zo’n vijftigduizend Surinaamse landgenoten. Op het hoogtepunt van de dagenlange demonstraties tegen het wanbestuur van zijn regering, in mei 1999, schreeuwden tienduizenden demonstranten opnieuw om zijn aftreden.
Zelfs zijn familie liet hem op de actiedag vallen. ‘Ik huil vandaag, vanwege Suriname’, zei broer John, de werkgeversvoorman die een dringend beroep deed op Wijdenbosch om snel te vertrekken. Suriname was ‘Bosje’, zoals hij werd genoemd, massaal zat. De man die door oud-legerleider Desi Bouterse in 1996 naar voren was geschoven om president te worden, en die dat ambt bekleedde tot 2000, had het land met zijn spendeerdrift in luttele jaren financieel bankroet gemaakt.
De prijzen rezen de pan uit, de staatskas was leeg, de gezondheidszorg was ingestort en de schuldenlast was torenhoog. Maar Wijdenbosch, die in zijn werkkamer de populaire slogan ‘Bosje, go home’ kon horen, weigerde gehoor te geven aan de ongekende volkswoede. Hij liet zich zelfs niet zien.
‘Hij is stekeblind en Oost-Indisch doof’, riep een gefrustreerde Nanan Panday van de Vereniging van Medici, een van de betogers. De president bleef uiteindelijk aan, maar er kwamen wel vervroegde verkiezingen.
Wijdenbosch, die woensdag op 83-jarige leeftijd overleed, was ook de man die in Suriname twee belangrijke bruggen liet bouwen. Wat Nederland tijdens honderden jaren kolonisatie niet lukte, het westen en het oosten van het land met elkaar verbinden, kreeg de president in vier jaar voor elkaar met onder andere de brug over de Surinamerivier.
De bouw droeg bij aan de financiële chaos, maar woensdag werd de oud-president geprezen voor de ‘Bosje-brug’ in Paramaribo. Decennialang hadden politici gesproken over de noodzaak van de bouw. ‘Een visionair’, zo noemde Bouterses NDP, de partij die Wijdenbosch hielp opzetten, de oud-president woensdag.
President Chan Santokhi zei meteen dat zijn verre voorganger een staatsbegrafenis zou krijgen ‘in lijn met zijn bijdrage aan ons land’.
Met het overlijden van Wijdenbosch en Bouterse, in december, heeft Suriname in korte tijd twee omstreden politici verloren die een stempel hebben gedrukt op de jonge republiek. Bouterse, die in 1980 al na vijf jaar onafhankelijkheid een coup pleegde, was de mentor. Wijdenbosch was de leerling.
‘Oom Jules’, zoals Wijdenbosch ook vaak werd genoemd, verruilde indertijd zijn leven in Amsterdam, waar hij bestuurskunde had gestudeerd en in de jaren zeventig werkte als ambtenaar, voor een bestaan in een jong land dat zijn weg zocht.
Wijdenbosch had uitgesproken ideeën over de hervorming van het bestuur van Suriname. Hij vond een gewillig oor bij Bouterse. Hij speelde in de militaire jaren na de staatsgreep een rol in de 25 Februari Beweging. Dit politieke verlengstuk van het militaire bewind zou later uitgroeien tot een van de grootste partijen, de NDP. Zijn ster steeg. Wijdenbosch schopte het tot minister en in 1987 werd hij korte tijd premier.
De militairen moesten daarna plaatsmaken voor een burgerregering, maar in 1990 stuurden ze dit kabinet naar huis. Opnieuw werd Wijdenbosch naar voren geschoven, dit keer als vicepresident. Bouterse moest echter toezien hoe de oppositie na nieuwe verkiezingen opnieuw aan de macht kwam.
In 1996, nadat de NDP met zestien zetels de grootste partij was geworden, wist de oud-bevelhebber weer de macht naar zich toe te trekken met steun van voormalige oppositiepolitici. Maar in plaats van zelf voor het presidentschap te gaan, schoof Bouterse opnieuw Wijdenbosch naar voren. Het zou een grote fout blijken.
In die eerste jaren in het presidentiële paleis, schikte Wijdenbosch zich in zijn rol als vertrouweling van de grote leider. Bouterse, in Nederland inmiddels vervolgd voor drugshandel, werd beschermd met de benoeming tot minister van Staat.
Maar gaandeweg werd de verwijdering tussen mentor en leerling groter. Bouterse leverde openlijk kritiek op het regeringsbeleid en drong aan op het ontslag van ministers. In 2000 was de verwijdering compleet. ‘Ik kan met opgeheven hoofd in Suriname en daarbuiten rondlopen’, sneerde Wijdenbosch naar Bouterse, die inmiddels wegens drugshandel tot 16 jaar cel was veroordeeld in Nederland.
Wijdenbosch probeerde dat jaar nog politieke munt te slaan uit de bouw van de bruggen, maar bij de verkiezingen kreeg hij slechts een paar zetels. Hij zat daarna nog jarenlang in het parlement, maar zijn rol was uitgespeeld. Nadat Bouterse, met wie hij zich weer had verzoend, in 2010 zelf president werd, kreeg ‘Bosje’ de erebaan van adviseur.
Spijt over zijn regeringsbeleid heeft Wijdenbosch nooit gehad. ‘Ik moet lachen als ik dit hoor’, zei hij in 2000 in een interview met de Volkskrant, nadat hem was voorgehouden dat hij president was van een verpauperd land. ‘Natuurlijk zijn er mensen die ontevreden zijn. De economie heeft, door de bruggen, een offer gebracht. Maar de basis om te groeien is er nu.’
‘Het fenomeen Wijdenbosch verscheen op het tapijt en hup, weg waren onze reserves.’ Oud-president van de Centrale Bank van Suriname André Telting over de lege staatskas die Wijdenbosch achterliet.
‘Voortaan doet de regering ’s avonds zaken in het café’. Een populair grapje in Paramaribo in 1996 bij het aantreden van Wijdenbosch, die net als vicepresident Pretaap Radakishun van een borreltje hield.
‘Als verschillen fundamenteel van aard zijn, is er geen ruimte meer. Vriendschap mag dan niet bepalender zijn dan het belang van het volk.’ Wijdenbosch in 2000 over zijn breuk met zijn jarenlange vriend Desi Bouterse.
Luister hieronder ook naar de podcast Schaduwoorlog. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant