Hoe kijkt de generatie van 2000 terug op de jaren die hen gevormd hebben en wat verwachten ze van de toekomst? Chies van Esch: ‘Een maat van mij zegt altijd: eigenlijk ben jij best wel een nette jongen Chies, behalve als je gedronken hebt.’
is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.
Hoe ben je opgegroeid?
‘Wij komen van origine uit Veldhoven. Op mijn 8ste zijn we verhuisd naar Casteren, een dorp met 1.100 inwoners, een stuk rustiger dan we gewend waren. Iedereen kent elkaar.
‘Ik ben thuis de middelste. Ik heb een oudere broer en een jongere broer. De oudste is drie jaar geleden ingetrokken bij zijn vriendin. Ik ga binnenkort ook verhuizen. Mijn vriendin Mirre en ik hebben de mogelijkheid gekregen om in Bladel een huis te huren. We zijn aan het klussen.’
Wilde je graag het huis uit?
‘Nee, eigenlijk helemaal niet. Al zou ik nog drie jaar thuis wonen, dat zou ik niet erg vinden. We kennen degene van wie het huis is, het kwam toevallig op ons pad. Mijn vriendin heeft op kamers gewoond, zij had wat meer de behoefte om uit huis te gaan.’
Bleven jouw vrienden ook bij hun ouders wonen?
‘Van de vriendengroep die is ontstaan op de basisschool en tijdens de middelbare school zijn er maar twee op kamers gegaan.’
Chies van Esch wordt 25 op 20 juni.
Woonplaats: Casteren.
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘7 of 8. Ik kan goed voor mezelf en de mensen om me heen zorgen, en ik neem verantwoordelijkheid voor wat ik doe. Als ik fouten maak, ben ik daar eerlijk over en probeer ik het op te lossen.’
Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Nee.’
Waar ben je over zeven jaar? ‘Dan hoop ik een koophuis te hebben, en ik wil nog een keer ver op vakantie. Misschien ben ik tegen die tijd vader. Zou kunnen.’
Met hoeveel zijn jullie?
‘Toen we op zuipvakantie gingen, waren we met zestien jongens. Het eerste jaar gingen we naar Terschelling, daarna naar Lloret de Mar en we zijn twee keer naar Mallorca geweest.
‘Die jongens die op kamers woonden, hebben universiteit gedaan, ook als enige twee. Ze hebben net een beetje andere interesses, dat is een beetje uit elkaar gegroeid. De anderen gingen op hun 16de BBL doen, werken-leren in de bouw.’
En jij?
‘Ik ben naar het ROC in Tilburg gegaan, werktuigbouw. Ik vond techniek altijd al leuk. Hier in het dorp zijn ze nogal fanatiek met carnavalswagens bouwen, daar deed ik net zo fanatiek aan mee.
‘We zaten op het ROC in een klein klasje met zeven leerlingen. Vier woonden in en rond Tilburg, drie anderen kwamen uit dorpen aan de andere kant van de stad: ik, Lars en Luuk. Tussen die twee groepjes was er altijd een beetje strijd, op een leuke manier. Zij waren net wat beter in tekenen, in de praktijk waren wij handiger. Ik denk dat het mensen uit een dorp zijn met wie ik het meest op een lijn lig.’
Hoe komt dat?
‘Ja, hoe komt dat? Het is altijd zo geweest, ook toen ik na het mbo naar het hbo ging. Over het algemeen heb ik meer op met mensen die uit een dorp komen. Niet dat ik met andere mensen niks op heb, helemaal niet. Ik kan met veel mensen overweg. Ik kan het niet uitleggen, op de een of andere manier zoekt het elkaar op.’
Is er iets van een gedeelde mentaliteit?
‘Misschien wel. Ik hou niet van stilzitten en ben altijd voor of met anderen bezig. Een maat ging afgelopen najaar verhuizen naar België, toen ik net was geopereerd. Ik mocht niks tillen, maar ik kon er niet tegen om thuis te blijven. Ik ben toch meegegaan en heb de keukenkastjes ingeruimd.’
Wie gaan jou helpen met de verhuizing?
‘Nou, in ieder geval ons pap, want die wil Chinees eten. Dat is de traditie bij ons: als je verhuist, moet je Chinees betalen.
‘Hij moet in een paar maanden tijd drie keer verhuizen. Mijn broertje zat op kamers, maar hij is weer thuis komen wonen. Mijn oudere broer verhuist morgen, dus dan eten we weer Chinees. Waarom eten wij anders eigenlijk nooit Chinees, mam?’
Moeder: ‘Als er vroeger bij opa en oma iets te doen was, gingen ze altijd Chinees halen. Wij hebben héél veel Chinees gegeten.’
Je zat dus met alleen maar mannen in de klas.
‘Op het mbo wel. Later op het hbo zaten er drie meiden bij. Op de een of andere manier ga je jezelf met vrouwen erbij wat netter gedragen. Met die mannen ging het alleen maar over bier drinken en over meiden. Je bent veel meer aan het kwallen ook.
‘Ik heb mijn opleiding in januari afgerond en kon meteen aan de slag bij het installatiebedrijf in Eindhoven waar ik vorig jaar stage heb gelopen.’
Wat doe je daar?
‘Mijn omschrijving is project engineer, maar ik vind zelf dat dat niet zo veel zegt. Bij mijn sollicitatie zei ik dat ik van het begin tot het eind projecten wil doen, dus bedenken, uittellen, tekenen, werkvoorbereiding én het uiteindelijk zelf mee maken.
‘Monteurs zeuren altijd over fouten in de tekening. Als je zelf het werk uitvoert, zie je wat je niet goed hebt gedaan en kun je de tekening aanpassen. Ik wil het de volgende keer beter doen. Het is een sport om ervoor te zorgen dat een monteur het in één keer kan maken.
‘Op 10 maart ben ik begonnen, na de carnaval. Onze vriendengroep met wie we elk jaar een wagen bouwen – vriendengroep De Begoaiers, we zijn geen officiële vereniging – bestond elf jaar.’
Misschien moeten we de niet-Brabanders even uitleggen wat ‘begaaien’ betekent.
‘God, hoe moet ik dat uitleggen?’
Moeder, vanaf de bank: ‘Er is geen Nederlands woord voor.’
Na lang nadenken: ‘Als je het hebt begaaid, dan heb je het heel bont gemaakt.’
Maak jij het vaak bont?
‘Toen ik 16, 17, 18 was, ging ik elke vrijdag en zaterdag op stap, of in elk geval ergens bier drinken. We gingen veel naar Reusel, tentfeesten, dat soort dingen, altijd door tot het einde. Op zondagen was ik soms niet vooruit te branden. Dat gebeurt minder vaak sinds ik een vriendin heb. Eigenlijk wel beter.
‘Tegenwoordig zitten we vaker bij iemand thuis een potje bier te drinken. Dan gaat het rustiger.’
Hoe lang zijn Mirre en jij samen?
‘Ruim zes jaar. Ze is mijn eerste vriendin. Zij zit bij de scouting in Bladel en ik in Duizel. Toen wij ons 40-jarig bestaan vierden, kwam Bladel naar ons feest. Daar is de vonk overgeslagen, om het zo maar te zeggen.’
Hoe voel je je bij het idee dat zij mogelijk de eerste de beste is?
‘Ik vind het wel handig. Mijn broers hebben wel verschillende vriendinnen gehad. Als het uit ging, was er altijd gedoe. Dat gedoe is mij bespaard gebleven. Ons pap en mam hebben elkaar trouwens ook leren kennen via de scouting.’
Wat is er leuk aan de scouting?
‘Vooral dat je met een groep vrienden als staf een groep jeugd van alles leert en van alles doet wat thuis niet zomaar kan.
‘Wij zijn een beetje een boerenscouting. In het verleden knoopten we regelmatig een motorkap achter een auto, en dan reden we met de scouts op de motorkap door het bos.
‘Een paar jaar geleden gingen we ook kippen slachten, maar ik weet niet of dat nu nog kan. Ik vind van wel, maar als we dit vertellen bij andere scoutings zeggen ze: ‘O, dit zou bij ons echt niet kunnen!’ Tijden veranderen.’
Merk je dat aan meer dingen?
‘Twee jaar geleden maakten wij de grap ‘Je bent met je VOG aan het spelen’ nog niet. Nu is het een running gag, een sarcastische opmerking als iemand iets zegt of doet wat niet helemaal handig is.
‘Een Verklaring Omtrent het Gedrag is verplicht voor alle functies binnen de scouting. Ik snap dat het moet, maar strengere regels gaan soms ten koste van het plezier. Het weerhoudt mensen er misschien van om vrijwilligerswerk te doen als er veel gedoe omheen zit.’
Wat verwacht je van de toekomst?
‘Mijn vriendin wil graag kinderen. Het lijkt mij wel leuk om daar niet te laat aan te beginnen. Toen mijn ouders 50 werden, was ik oud genoeg om samen met hen een borrel te drinken op hun feest.’
Wat hebben ze jou meegegeven?
‘Ze hechten veel waarde aan thuis zijn met het gezin. Ik had er vroeger een handje van om thuis te komen, te eten en meteen weer door te vliegen. Daar kreeg ik een opmerking over: je woont hier met ons, dus jij moet ook een keer iets doen, al is het even de hond uitlaten.
‘Sommige vrienden mochten langer op stap. Ik had het idee dat mijn ouders strenger waren. Als ik er nu op terugkijk, vind ik het juist goed dat er wat regels waren. Je bent samen één gezin, dus je moet het samen doen.’
Was je een lastige puber?
‘Ik was de makkelijkste, hè mam?’
Zijn moeder begint te lachen: ‘In die zin dat er bij de andere twee meer strijd en gedoe rondom de meiden was. Chies is steady, heel constant in z’n stemmingen, trouw aan zichzelf. Je hebt een stabiele basis, en omdat die basis oké is, heb je de balans snel teruggevonden als je eens een paar dagen wat minder lekker in je vel zit.’
Herken je dat?
‘Ja, ik snap wel wat ons moeder bedoelt. Een maat van mij zegt altijd: eigenlijk ben jij best wel een nette jongen Chies, behalve als je gedronken hebt. Dan gaat op een gegeven moment de knop om en is er geen land meer met jou te bezeilen.’
25 in 25
In de serie 25 in 25 vragen we jongeren geboren in 2000 hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in25@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant