In zijn eerste honderd dagen als president ondervindt Trump niet de meeste weerstand van het Congres, maar van rechtbanken. En hij is steeds minder bereid zich daar iets van aan te trekken. ‘Deze regering doet wat ze wil.’
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Donald Trump peinst er niet over: de telefoon oppakken om de Salvadoraanse president Nayib Bukele te vragen een ten onrechte uitgezette migrant te laten terugkeren naar de Verenigde Staten. ‘Dat zou ik wel kunnen doen’, zei de Amerikaanse president dinsdag in een interview met nieuwszender ABC, maar hij voegde er meteen aan toe dat hij dat geenszins van plan is.
Een flagrantere trotsering van het Hooggerechtshof is nauwelijks denkbaar. Het Hof gelastte de regering vorige maand de terugkeer van de migrant in kwestie, Kilmar Abrego Garcia, te faciliteren. Maar de man zit nog steeds vast in El Salvador.
De zaak is illustratief voor de frontale botsing van de regering-Trump met de rechterlijke macht in zijn eerste honderd dagen. De ruim 200 rechtszaken die zijn aangespannen tegen zijn spervuur aan decreten, hebben geresulteerd in ruim 120 bevelen om besluiten, in ieder geval tijdelijk, terug te draaien.
Voor Trumps tegenstanders zijn de bevelen eens te meer bewijs dat de regering de grenzen van de wet opzoekt én die regelmatig overschrijdt. Met een door de Republikeinen gedomineerd Congres zien zij de rechterlijke macht als de enige instantie die nog weerstand kan bieden aan Trumps machtshonger.
Voor de president en zijn medestanders toont het grote aantal rechterlijke bevelen echter iets anders aan: ongekozen magistraten gaan op de stoel zitten van de democratisch gekozen president. ‘Deze rechters willen president spelen, zonder dat ze daar 80 miljoen stemmen voor hoeven te krijgen’, aldus Trump. Na honderd dagen is de vraag dan ook of Trump nog geneigd is naar de rechters te luisteren.
Kenneth Manusama, volkenrechtjurist en Amerikadeskundige, heeft daar sterke twijfels bij. ‘De grondhouding van deze regering is: wij doen wat we willen en dan zien we wel waar het schip strandt.’ Daarbij laat Trump zich volgens hem weinig gelegen aan rechters die hem tot de orde roepen.
‘Er is altijd sprake van een kat-en-muisspel tussen de rechterlijke macht en de regering’, aldus Manusama. ‘De rechter beveelt iets en de regering probeert daar dan, al dan niet schoorvoetend, gehoor aan te geven. Maar de aanname is dat de regering te goeder trouw handelt. Daar kun je bij deze regering helemaal niet meer van uitgaan.’
Een treffend voorbeeld van Trumps ramkoers is de zaak over de uitzettingsvluchten. Een federale rechter blokkeerde medio maart tijdelijk Trumps plannen om een stokoude oorlogswet te gebruiken om Venezolanen die verdacht werden van bendelidmaatschap naar El Salvador te sturen.
Dat gebeurde toch. Het Witte Huis deed vervolgens weinig moeite om te verbergen dat het zich niets aan had getrokken van het bevel. ‘Het boeit me niet wat de rechters zeggen’, aldus Tom Homan, verantwoordelijk voor het grensbeleid. Intussen riep Trump online op de rechter in kwestie, James Boasberg, te ontslaan. Zijn volgelingen in het Huis van Afgevaardigden houden lijstjes bij van onwelgevallige rechters die zouden moeten worden weggestuurd.
Daarmee is de constitutionele crisis in de VS compleet, vindt Manusama. ‘Als de regering bevelen negeert, dan bevindt de rechterlijke macht zich in een patstelling. Een rechter heeft zelf geen mogelijkheden om zijn eigen bevelen te handhaven. Dat zou het ministerie van Justitie moeten doen, maar dat opereert onder Trump niet meer onafhankelijk.’
Zo lijkt het alsof Trump de rechterlijke macht in zijn hemd wil zetten. ‘Ons doel is om glashelder duidelijk te maken dat lagere rechters in dit land niet de bevoegdheid hebben om zich te bemoeien met de taken van de uitvoerende macht. Punt’, zei Stephen Miller, een van Trumps belangrijkste adviseurs, in maart tegen Fox News.
‘Je ziet al dat rechters enorm worstelen met de houding van deze regering’, zegt Manusama. Rechter Boasberg gaf de regering bijvoorbeeld een aantal extra dagen de tijd om tekst en uitleg te geven over het negeren van zijn bevel, voordat die dat uiteindelijk alsnog weigerde. Manusama: ‘Op een gegeven moment houdt het op. Rechters en deze regering spelen niet op hetzelfde schaakbord.’
Trump kijkt inmiddels reikhalzend uit naar een uitspraak van het Hooggerechtshof over hoeveel macht lagere rechters hebben om zijn agenda te blokkeren. Deze zaak heeft vooral betrekking op bevelen die niet alleen van toepassing zijn op de eisende partijen, maar gelden voor het hele land. Trump heeft al zeker zeventien van die bevelen aan zijn broek gekregen.
Daaraan moet paal en perk worden gesteld, vindt Trump. Het Hof buigt zich deze maand over de kwestie. Intussen hebben bondgenoten van de president een wet door het Huis van Afgevaardigden geloodst die het lagere rechters verbiedt universeel geldende tijdelijke verboden op te leggen. Alleen in een beperkt aantal gevallen zou dat nog mogen, en alleen als meerdere rechters zich erover hebben gebogen. De Senaat moet er nog mee instemmen.
Waar Trumps kruistocht tegen de rechterlijke macht gaat eindigen, weet ook Manusama niet. Het Hooggerechtshof heeft zich nu alleen nog uitgesproken over tijdelijke bevelen van lagere rechters, of zelf tijdelijke bevelen gegeven. ‘Maar wat gebeurt er als het Hof zelf definitief een streep zet door bijvoorbeeld alle uitzettingen?’ Honderd dagen Trump 2.0 stemmen Manusama niet gerust. ‘Er valt wat mij betreft maar één conclusie te trekken: deze regering handelt te kwader trouw.’
Tijdlijn rechtszaak uitzettingsvluchten
14 maart: Trump tekent een bevel om op grond van een obscure oorlogswet uit 1798 Venezolanen uit te zetten die lid zouden zijn van een gewelddadige bende.
15 maart: Tijdens een spoedzitting beveelt rechter James Boasberg dat de uitzettingsvluchten voorlopig geen doorgang kunnen vinden en dat vluchten die al vertrokken zijn rechtsomkeert moeten maken. Toch landen er diezelfde dag vliegtuigen met uitgezette migranten in El Salvador.
17 maart: Boasberg geeft de regering opdracht tekst en uitleg te geven over het negeren van zijn bevel.
24 maart: De regering beroept zich op het recht op staatsgeheim.
7 april: Het Hooggerechtshof veegt het bevel van Boasberg op verzoek van de regering van tafel.
16 april: Boasberg dreigt met een proces wegens minachting van de rechtbank als de regering de migranten die in weerwil van zijn bevel zijn uitgezet niet alsnog een eerlijk proces geeft.
18 april: Een beroepshof schort de minachtingsprocedure van Boasberg op om meer onderzoek te doen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant