Een verder oplopend handelsconflict tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten zou leiden tot 1 procentpunt lagere economische groei. Dat concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in een analyse van de mogelijke gevolgen van invoerheffingen. De inflatie zou in dat geval afnemen.
is economieredacteur van de Volkskrant.
De invoerheffingen die de Amerikaanse president Donald Trump begin april aankondigde, werpen een schaduw van onzekerheid over de wereldeconomie. Zeker als andere landen terugslaan met hun eigen tarieven, zoals China deed, kunnen ze internationale handel ontmoedigen – en dus economieën wereldwijd schaden. In de donderdag gepubliceerde analyse probeert het CPB de precieze gevolgen voor Nederland in kaart te brengen.
Trumps wispelturige gedrag maakt zo’n voorspelling er niet makkelijker op. Op 2 april kondigde de Amerikaanse president invoerheffingen aan voor alle landen wereldwijd, van 10 tot 50 procent. Na een week waarin niet alleen beurskoersen, maar ook de waarde van Amerikaanse staatsobligaties en de dollar in een vrije val waren geraakt, zette hij die plannen voor negentig dagen in de ijskast. Op China na kregen alle landen te maken met een heffing van 10 procent.
In de analyse rekent het CPB nog met de aanvankelijk door Trump aangekondigde heffingen. Voor de EU bedragen die 20 procent. In het eerste CPB-scenario blijft het bij die heffingen. In een tweede scenario slaan handelspartners van de VS terug met heffingen van gelijke hoogte.
In beide scenario’s valt de economische groei eind 2026 1 procentpunt lager uit. Dit komt deels door minder handel: in het eerste scenario daalt de Nederlandse export dit jaar met 0,2 procent en volgend jaar met 0,6 procent. In het tweede scenario is die daling sterker.
De gevolgen voor de Nederlandse goederenexport zijn beperkt, omdat slechts 5,9 procent naar de VS gaat. Bovendien zijn niet voor alle producten alternatieven voorhanden. Een deel van de export blijft dus naar de VS gaan.
Het CPB verwacht daarnaast dat de bedrijfsinvesteringen in het eerste jaar met 5,4 procent dalen. Vanwege de economische onzekerheid houden bedrijven de hand op de knip, wat de economische groei drukt. Op langere termijn valt dit effect mogelijk weg, omdat bedrijven uitgestelde investeringen alsnog doen wanneer ze meer duidelijkheid hebben.
Opvallend is dat het CPB inschat dat de inflatie ‘een fractie lager’ zal uitkomen door een handelsconflict, zelfs in het scenario waarin de EU terugslaat met heffingen op Amerikaanse producten. Dat zou die producten in eerste instantie duurder maken en dus de inflatie aanwakkeren.
Het afnemende vertrouwen in de Amerikaanse economie uit zich echter ook in een lagere dollarkoers. Dat maakt Amerikaanse producten voor Nederland goedkoper en doet het effect van Europese invoerheffingen teniet.
De zwakke dollar kan volgens het CPB zelfs een stimulans zijn voor de Nederlandse export. Ook in andere EU-landen drukt dit namelijk de inflatie, waardoor meer geld overblijft om Nederlandse producten te verkopen. De export naar EU-lidstaten is voor Nederland veel belangrijker dan die naar de VS.
Op de lange termijn is het effect van een handelsconflict op de economische groei nog kleiner dan op de korte termijn, meldt het CPB. Bedrijven krijgen dan namelijk de kans om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Het zou leiden tot een 0,4 tot 0,5 procent kleinere economie. Blijvende onzekerheid over handelsbeleid kan het negatieve effect wel vergroten.
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant