Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
‘De continuïteit van een ziekte brengt je in slaap’, schreef Elias Canetti in 1987. ‘Je went eraan, en het gevaar lijkt door die continuïteit kleiner. Alle duur heeft iets geruststellends, zelfs als hij reden tot grote onrust is.’
Voor de stukken (stukjes?) op deze plek zoek ik elke woensdag naar een vorm die de boel onderscheidt van de andere artikelen in deze krant, een vorm die waar mogelijk enige lichtheid toevoegt aan nieuws dat nooit meer níet topzwaar lijkt te worden, en vaak zulke absurde vormen aanneemt dat uitvergroten zinloos is geworden. De vorm creëert de afstand die nodig is (of: die ik nodig heb) om iets grappigs over rampen te schrijven, of iets ironisch over cynisme, of gewoon: iets optimistisch. De ene keer fingeer ik een dagboek, of een dialoog tussen twee machthebbers, ik roep nieuwe Nobelprijzen of tv-formats in het leven, of verzin een verhaal. De opinie, volgens mensen die de eenduidigheid een warm hart toedragen het bestaansrecht van ‘de column’, schemert er dan hopelijk vanzelf doorheen.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Voor Gaza heb ik zo’n vorm nog niet gevonden. Ik kan er maar moeilijk over lezen, laat staan erover schrijven. De reportages die ik zie, bekijk ik met een afstandelijkheid die me voorkomt als die van een ander. Alsof ik kijk met de blik van iemand die het best aankan, een blik die me totaal niet bevalt, een ‘tja, dat soort dingen gebeuren nu eenmaal’-blik. Die blik verlaat me gelukkig altijd weer, maar die beelden natuurlijk niet. Die blijven. Je kunt je hoofd onder de dekens stoppen en heel hard aan iets anders denken, maar die beelden winnen alleen maar aan scherpte. Denkend aan de dood kan ik niet slapen / En niet slapend denk ik aan de dood.
Thomas Hogeling beschreef vorige week in zijn column in NRC mooi hoe lastig het is om over Gaza te schrijven. Niet alleen is de kwestie zo historisch geworteld en genuanceerd dat je er eigenlijk niets nieuws aan toe te voegen hebt, en zijn de ellende en het verdriet zo gigantisch dat alles wat je erover zegt of schrijft iets gratuits krijgt. Maar het is ook een kwestie van angst: angst om net het verkeerde te schrijven, angst voor reacties, angst om door machthebbers terzijde geschoven te worden: ‘Het is beangstigend hoe laconiek de macht elke vorm van opkomen voor de onderdrukten wegzet als fout.’
Want de macht, die staat in Nederland nog steeds aan de kant van Netanyahu. Sommige bewindslieden schuifelen weliswaar de laatste tijd met elk bombardement een stapje weg van het officiële kabinetsstandpunt, maar het gaat traag en halfhartig. En zolang het kabinet in feite gerund wordt door iemand die geen kwaad woord over Israël duldt, zal het traag en halfhartig blijven gaan. Ook al wil een merendeel van de Nederlandse bevolking inmiddels een kritischer houding van het kabinet. Ook al is het bewust veroorzaken van een hongersnood in strijd met al het oorlogsrecht.
Het enige waarop je kunt hopen, is dat het kabinet nog steeds op zoek is naar de geschikte vorm om zijn afschuw duidelijk te maken. Ondertussen duurt het maar. En alle duur stelt uiteindelijk gerust, apathie is besmettelijk en die vorm is natuurlijk al lang gekozen. De keus is gevallen op gewenning.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant