Ik had verwacht alleen maar huilende Italianen aan te treffen in Italië, met handgebaren die ‘rouw’ en ‘wanhoop’ betekenden, iedereen zou vast staken van verdriet, het openbare leven zou stil liggen, overal geïmproviseerde altaren. Maar de dood van de paus had er in Florence minder diep in gehakt dan ik had verwacht. Dat is vaak zo: dat een nationale gebeurtenis in een ander land op het journaal veel heftiger lijkt dan als je er zelf toevallig op vakantie bent.
Natuurlijk, het boek Hoop, geschreven door de paus zelf, lag in stapels op het vliegveld, en in elke kerk was een gelamineerde foto van zijn olijke gezicht neergezet. Maar voor de rest was het in Italië gewoon zoals het altijd in Italië is: Italiaans.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
We gingen een kerk binnen voor het avondgezang, iets wat ik nog nooit meegemaakt had. Een paar nonnen en monniken zaten al klaar, en ik verbaasde me over het feit dat een non een roze plastic waterfles had, en een andere een iPhone. Weer een andere non had een Nokia, dat vond ik passender.
Toen de gezangen begonnen, drukte de non met de iPhone op haar scherm. Misschien de timer.
De tijd bleek ineens van een heel ander allooi dan waarop we ons hadden ingesteld. Avondgezang en dan avondmaaltijd, zo had ons moordende schema voor de rest van de dag eruitgezien, maar we bleken in een mis te zijn beland die anderhalf uur duurde. De nonnen en monniken zongen prachtig, ze lazen ook nog van alles voor, ineens kwam er een onverwachte non op met een onverwachte blokfluit, er was wierook uit zo’n gouden bol, er waren oude kerkgangers die alles woord voor woord meezongen en dat was echt niet makkelijk. Ik verstond alleen ‘Santa Catharina’, want het bleek haar dag te zijn, en verder niets, en dat was prima.
Bedwelmd door wierook en zang, mijn slapende dochter op mijn schouder, begreep ik ineens waarom mensen die met een geloof opgroeien hun hele leven kunnen terugverlangen naar de kerk. Op hoeveel plekken kun je je zo ongebreideld vervelen, tot rust komen, over niks nadenken, om je heen koekeloeren, wegdromen, terwijl je, heel geruststellend, precies weet wat er gaat gebeuren?
Een knappe vrouw van een jaar of 20 zat in haar eentje op een bankje, een kanten doek over haar hoofd. Aan het eind, toen iedereen de hostie mocht halen (wij niet, de rest wel), zeeg de vrouw plots voor de priester op haar knieën neer en stak haar tong zo ver uit als ze maar kon. Ze was net een van de talloze marmeren beelden van vrouwen in overgave die we de dagen ervoor hadden bekeken.
De priester stopte onaangedaan de hostie in haar mond. Dat vond ik te prijzen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant