Misleiding is een onlosmakelijk onderdeel van oorlogsvoering. Dat heeft in het Nederlandse landschap verborgen sporen achtergelaten. Neem de tientallen zogenoemde schijnvliegvelden die de Duitse bezetter liet bouwen nabij echte vliegvelden. Hoe houd je de herinnering daaraan levend? En waarom?
is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.
Te midden van de aspergevelden van de Brabantse dorpen Riel en Alphen, ingeklemd tussen fietspad het Bels Lijntje en de Oude Tilburgsebaan, staat een commandobunker die geen echte commandobunker was. Vanaf het dak kijk je uit over de plek waar een voormalig vliegveld lag, dat geen echt vliegveld was. Naast de bunker: een stalen kopie van een vliegtuig dat nooit heeft kunnen vliegen, gemaakt als het was van houten platen en zeildoek. De namaak-Messerschmitt werd in de Tweede Wereldoorlog met een elektromotor heen en weer getrokken over een rails, alsof het elk moment kon opstijgen of net was geland.
Schijn bedriegt – dat was 85 jaar geleden de reden voor de Duitse bezetter om Scheinflughafen 37-Kamerun aan te leggen nabij het echte vliegveld in Gilze. De vijand misleiden was een prioriteit van de Duitsers, kort na de bezetting van Nederland. Circa veertig vliegvelden hadden ze buitgemaakt op Nederlands grondgebied en die kregen bijna allemaal op enkele kilometers afstand een bijbehorend schijnvliegveld, een loze kopie.
Overal in Nederland en ook in België hebben Duitse schijnvliegvelden gelegen. Ze waren genummerd – SF40, nabij het echte vliegveld Volkel, heeft het hoogste cijfer – en hadden een makkelijk te onthouden naam, zoals Kamerun, naar de voormalige Duitse kolonie in Afrika. De bedoeling was de geallieerde bommenwerpers te verleiden hun bommen te verspillen aan de Scheinflughafen en ze tegelijkertijd in de val te lokken. Om de schijnvliegvelden stonden Flaks, Flugabwehrkanone – luchtafweergeschut.
Misleiding is een wezenlijk element van oorlogsvoering, vertelt militair historicus Christ Klep terwijl hij over SF37-Kamerun uitkijkt. Althans, over wat daarvan nog over is. Bomen staan nu waar de zogenaamde start-, landings- en taxibanen waren. Ook de bomkraters rondom de grote N in het gras destijds, van Notabwurfplatz, waar de Duitse vliegers in geval van nood hun bommenlading mochten droppen, zijn nauwelijks zichtbaar. De Koninklijke Luchtmacht heeft het terrein afgesloten om explosieven tot ontploffing te brengen.
De militaire theoreticus Carl von Clausewitz – ‘God in ons vak’, aldus Klep – had het in Vom Kriege (1832) over ‘de nevel van onzekerheid’ waarop driekwart van de oorlogshandelingen zijn gebaseerd. Latere denkers spraken over de Nebel des Krieges, de mist van de oorlog. Die kunnen strijdende partijen ook zelf creëren.
‘Op twee manieren’, doceert Klep: ‘Passief en actief. Dit schijnvliegveld is een voorbeeld van passieve misleiding.’ Zeven kilometer verderop is een ander voorbeeld. In de bossen bouwden de Duitsers een kazerne voor de militairen van het échte vliegveld, nu vliegbasis Gilze-Rijen.
Ze bouwden geen grote hallen, maar lukraak geplaatste kleine bunkers met metersdikke muren, die ze aan de buitenkant bekleedden met bakstenen en kozijnen met vrolijke luiken. Van bovenaf moest het lijken op een Brabants boerendorp. ‘Ik denk niet dat de Britten erin zijn getrapt’, zegt Klep als hij naar de gebouwen kijkt. Dat in een tijd van uiterst schaarse bouwmaterialen opeens uit het niets een boerendorp verscheen, kon maar één ding betekenen voor geallieerde verkenners: Duitse, militaire activiteiten. Sinds 1993 vormen de veertig ‘bunkers’ het azc Gilze.
Passieve misleiding is iets eenmaligs. ‘Je bent in de verdediging. Als je eenmaal iets hebt vermomd, kun je er verder niet zoveel meer mee, hooguit hopen dat het een tijdje werkt.’ De Britten en Amerikanen hadden ook schijnvliegvelden en vermomden ook strategisch belangrijke gebouwen, maar dan als luxebungalows, pretparken en ijssalons. ‘Half Hollywood is naar Engeland gehaald.’
Daarbovenop kwam hun actieve misleiding, zoals met nepberichten de schijn van een grote operatie wekken. ‘Doen alsof er iets aan de hand is, alsof er iets bestaat wat er in werkelijkheid niet was.’
De schijn wekken heeft volgens Klep een ‘haasje-overeffect’: zodra de tegenstander het bedrog doorziet, moet de misleiding naar een hoger plan, tot de volgende ontmaskering. ‘Op een schijnvliegveld komt dat allemaal samen’, meent de historicus. In het begin van de oorlog kan het nog hebben gewerkt, zo’n plek die er vanuit de lucht uitziet als een vliegveld. Er staan vliegtuigen opgesteld, er is bedrijvigheid, lampen markeren de landingsbaan en er beweegt een vliegtuig op de startbaan.
‘Dan vliegt een Spitfire eroverheen met een camera die driedimensionale foto’s kan maken.’ Die foto’s vormen het begin van het verdwijnen van Von Clausewitz’ mist. ‘Wiskundigen met een soort computerbrein uit Oxford en Cambridge gingen heel ver in het interpreteren van die beelden, op zoek naar Duitse misleiding.’
Toch wel gek, vonden ze, een rails midden op de baan. Vreemd ook dat die vliegtuigen tussen de bomen staan en alleen met de voorkant zichtbaar zijn – waar is in het bos plaats voor de vleugels? Wat doet die eenzame bunker daar? En waarom zijn eigenlijk de lampen aan en is de hangar verlicht? Dat maakt een vliegveld toch kwetsbaar?
‘Eigenlijk’, concludeert Klep, ‘is een schijnvliegveld een spelletje om slimmer en creatiever te zijn dan de tegenstander, die steeds een stap voor te blijven.’ Totdat, en daar is Von Clausewitz weer, een van twee de Vernichtungsschlag, de vernietigingsslag, verliest en besluit: ‘Het is allemaal de moeite niet meer waard.’ Steeds nóg weer beter de schijn ophouden heeft een natuurlijk einde. ‘Dat is wanneer de Duitsers tot de conclusie komen dat ze net zo goed een écht vliegveld kunnen bouwen.’
Hebben die schijnvliegvelden ooit gewerkt? ‘Ze hebben voor het verloop van de oorlog niet veel uitgemaakt’, stelt Klep. ‘De geallieerden hadden snel door dat in de buurt van elk operationeel vliegveld bijna altijd een niet-werkend exemplaar lag.’
Helemaal zonde van de moeite en tijd was het ook weer niet, want bouwen aan bedrog gaf de circa 150 duizend in Nederland gelegerde Duitse soldaten iets te doen. ‘Hun gemiddelde leeftijd was 42 jaar’, vertelt Klep, ‘het was niet het sterkste deel van het leger en ze hadden heel veel tijd over. Er waren genoeg handjes om al die schijnvliegvelden aan te leggen.’
Op de uitvoerige informatieborden rondom SF37-Kamerun, dat nu beter bekend is als Schijnvliegveld De Kiek, naar de naam van de familie van wie het land ooit was, staat dat de geallieerden in minstens één geval toch zijn misleid. Op 20 oktober 1943 kwamen in het naburige Brakel immers drie inwoners om het leven door een geallieerd bombardement.
Amerikaanse bommenwerpers zouden de toren van Riel voor die van Hulten hebben aangezien en aldus geconcludeerd dat het vliegveld dat ze vlakbij zagen dat van Gilze was. Een belangrijk doelwit, omdat zowel de Duitse jachtvliegtuigen daar als de piloten bekendstonden als van een hoog niveau. Tweehonderd bommen vernietigden zes boerderijen in Riel en doodden drie vrouwen van tussen de 47 en 68 jaar. Twee kinderen raakten gewond.
De stichting die het verhaal van De Kiek wil vertellen, vooral aan toekomstige generaties, heeft daar serieus werk van gemaakt. Er is zelfs een app waarmee met behulp van augmented reality het verhaal van het schijnvliegveld wordt verteld, compleet met acteurs die een Duitse soldaat en een Britse piloot spelen.
De presentatie past bij een trend, meent Klep. ‘In West-Europa is de behoefte om locaties die met de oorlog te maken hebben, levend te houden. Dat kan sober, door met wat foto’s het verhaal te vertellen. In Nederland kiezen we bijna altijd om te herbeleven wat er op een plek is gebeurd.’
Achter een opzichtige poging tot misleiding, zoals een schijnvliegveld, zit geen loodzwaar oorlogsverhaal. ‘Het is een beetje een gek, mysterieus, historisch interessant fenomeen’, oordeelt Klep. ‘Op elk schijnvliegveld is door tientallen Duitsers een toneelstuk opgevoerd. Dat werkt als een poortje om het verhaal wat luchtiger te brengen.’
Zonder hulp komt dat verhaal niet tot leven, want wie het niet weet, ziet het niet. ‘En in de toekomst zal er meer verdwijnen, waardoor de herkenbaarheid nog verder afneemt.’ Geen voormalige oorlogsplek spreekt vanzelf, leert een korte route langs oorlogssporen in Brabant.
Neem de drie zandruggen van 50 meter lang en 4 meter breed in de Landschotse Heide – met wat goede wil zijn ze zichtbaar in Google Earth. Aangelegd door de Duitsers om hun vliegers te laten oefenen op het bombarderen van havens. Zonder begeleidende tekst is er niets anders te zien dan een zandhoop. Daarop stonden houten kajuiten, eromheen was water en de opdracht was om het ‘schip’ met 200 kilo zware betonnen ‘bommen’ tot zinken te brengen. Nu steken die uit de zandhopen en decoreren ze de oprijlanen van de woningen in de buurt.
Of neem de Oisterwijkse Vennen, waar ooit een Duits munitiedepot was. De vrachtwagens ernaartoe liepen vast in het zand, waarop de paden werden verhard. Waarmee? Dat staat op een paal aan het begin van het pad: Rotterdams puin van het bombardement van 14 mei 1940. Dat nu op het wandelpad allerlei verschillende soorten baksteen, kasseien en klinkers door elkaar liggen, is alleen begrijpelijk met die informatie.
Zo ook bij het schijnvliegveld bij Oirschot, SF38-Dun, dat het echte vliegveld Welschap bij Eindhoven moest verbeelden. Hoe voed je het inbeeldingsvermogen om nu te zien wat niet meer zichtbaar is? Een zeer uitgebreid informatiebord, een ‘Sperrgebiet-slagboom, een plaatmodel van de nep-Messerschmitt die over de rails werd getrokken en een stuk van die rails moeten het verhaal vertellen.
Daarbij staat dezelfde anekdote over het einde van zowel SF37 als SF38 op de informatieborden. Om duidelijk te maken dat ze het bedrog doorhadden, zouden Britse piloten eind 1943 van hout gemaakte bommen op de schijnvliegvelden hebben gedropt. Hoogst twijfelachtig, oordeelt Klep. ‘Geen piloot zou zijn toestel en leven wagen om alleen maar een punt te maken.’ Tachtig jaar later is de mist van de oorlog kennelijk nog niet helemaal opgetrokken.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant