Wie de stilte wil opzoeken, bedoelt in de regel niet de totale afwezigheid van geluid. Maar wat dan wel? In welke mate? En hoe klinkt de ideale stilte? We gaan te rade bij een wetenschapper die omgevingsgeluid onderzoekt.
is cultuurredacteur bij de Volkskrant.
Ik wandel door het Groesbeekse bos in het Rijk van Nijmegen op zoek naar stilte. In mijn eigen Betuwe is het ook best stil, maar daar zijn geen bossen, en het cliché wil nu eenmaal dat bij stilte bossen horen; niet voor niets bevelen Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer stiltewandelingen aan door bossen waar je ‘heerlijk tot rust kan komen’.
Over deze serie
Als we weer meer rust, reinheid en regelmaat in ons leven willen, hoe ziet dat er dan in de praktijk uit? Volkskrant-verslaggever Wilma de Rek gaat om de week op zoek naar antwoorden.
In het Groesbeekse bos kun je bovendien de Filosofenroute doen, die door het in de ijstijd gevormde Filosofendal loopt. Waarom het dal zo heet, weet niemand. Maar lopen en filosoferen horen al eeuwen bij elkaar; de oude stoïcijnen wandelden de godganse dag door hun zuilengalerij, Rousseau beweerde dat hij alleen tijdens het lopen kon nadenken en in Köningsberg en Heidelberg zijn de Philosopherdam en de Philosophenweg vernoemd naar de legendarische wandelroutes van Kant en Hegel. Wellicht was het Filosofendal ooit de favoriete mijmerplek van Romeinse denkers.
Stilte is een raar ding. Hoe fijn stilte is merk je vooral als ze er niet is, bijvoorbeeld wanneer je in een drukke stad probeert te slapen en gek wordt van de trams en toeterende auto’s. Maar stilte kan ook beklemmend zijn, zeker wanneer ze wordt opgelegd, zoals op 4 mei als we twee minuten stil zijn om de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog te herdenken: je bent zo bang dat iemand er keihard doorheen gaat schreeuwen dat je een bijna onbedwingbare neiging krijgt dat zelf maar vast te doen.
In de bossen bij Nijmegen is het geen moment stil. Allerhande flierefluitertjes kwetteren van de ene beukenboom naar de andere, wind blaast, takken kraken. Het stoort geen seconde. Zou het zo kunnen zijn, bedenk ik al wandelend over het Filosofenpad, dat lekkere stilte geen kwestie is van de afwezigheid van geluid maar van de aanwezigheid van plezierig geluid? Geluid dat geen aandacht opeist, zodat het hoofd zich kan vullen met andere dingen? Die filosofen gingen niet voor niks naar buiten. Hoe klinkt de ideale stilte?
Ik vraag het Jonas Lembrechts (33), doctor in de ecologie aan de universiteiten van Antwerpen en Utrecht. Hij is betrokken bij De Oorzaak, een in 2023 begonnen onderzoeksproject naar de impact van omgevingsgeluid van de Universiteit Antwerpen, het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en De Morgen. Daaruit komt duidelijk naar voren dat mensen in grote mate behoefte hebben aan stilte, zegt hij; maar als je doorvraagt, blijkt dat het ze inderdaad niet per se om lagere decibellen te doen is.
Twee dingen springen eruit als het om omgevingsgeluid gaat. Om te beginnen willen mensen geluiden horen die passen bij de omgeving waar ze zich bevinden. ‘Het allerergste wat je kunt hebben is dat je in een bos zit en drilboren hoort.’ Het tweede: we snakken naar natuurgeluiden. ‘Die vinden mensen het aangenaamst. Vogels, wind, regen: natuurgeluiden geven rust. Als mensen zeggen dat ze stilte zoeken, zoeken ze eigenlijk natuurgeluid.’
Van échte stilte wordt niemand blij, eerder gek: ‘Bij onderzoek waarin mensen in een geluidsdichte kamer zitten, zie je dat dat de hersenen snel op hol slaan. We hebben referentiegeluiden nodig om ons te positioneren in de wereld.’
Maar niet te veel. Menselijke geluiden zoals lawaai van verkeer of fabrieken ‘triggeren iets in onze hersenen’, zegt Lembrechts. ‘Ze maken ons alert, zeker als ze onverwacht komen, bijvoorbeeld in de nacht, en acute stress veroorzaken. Ook als je niet echt wakker wordt, verstoren ze je slaappatroon. Van vermoeidheid en stress door langdurige geluidsoverlast kun je medische gevolgen ondervinden, zoals hart- en vaatziekten.’
Hoevéél stilte oftewel natuurgeluid een mens nodig heeft, is niet te zeggen. Lembrechts: ‘Dat is persoonlijk. We hebben graag een concreet doel, zoals die tienduizend stappen als het om beweging gaat, maar ook dat is maar een getal. Je kunt onze behoefte aan stilte niet in tijd of in decibellen uitdrukken.’
Evenmin is duidelijk hoeveel lawaaieriger onze moderne leefomgeving is vergeleken met vroeger. Geluid krijgt nog maar kort de wetenschappelijke aandacht die het verdient. Al in de 1ste eeuw filosofeerde de politicus en filosoof Seneca in het hectische Rome over de herrie om hem heen. Hij woonde boven een badhuis waar ‘sterke lieden oefeningen doen met loden gewichten’ en kooplieden ‘luid hun snacks en drank aanprijzen’. Maar Seneca, volleerd stoïcijn, besloot zich er niet aan te storen. Innerlijke rust is alles wat telt, schreef hij in zijn 56ste brief aan Lucilius: ‘Wat baat een compleet stiltegebied zolang je passies tekeer gaan?’
In de 19de eeuw klaagden inwoners van Amsterdam al over ‘geraas’ en ‘gedruisch’, schrijft Annelies Jacobs in haar proefschrift Het geluid van gisteren - waarom Amsterdam vroeger ook niet stil was (2014). Rijtuigen, klokken en straatventers veroorzaakten volop geluidsoverlast, en de industrialisatie voegde daar het geluid van auto’s, trams en fabrieken aan toe. Alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog was het stil op de Dam.
Hoewel het dus niet wetenschappelijk is aan te tonen, mag je aannemen dat de industriële revolutie de hoeveelheid herrie in de leefomgeving behoorlijk heeft vergroot. Maar het grote verschil tussen pakweg een eeuw geleden en nu, zegt Jonas Lembrechts, is dat het toen gemakkelijker was buiten de steden stilte te vinden. ‘Nederland en Vlaanderen zijn nu veel voller, er zijn nog maar weinig plekken te vinden waar je geen verkeer hoort.’
Oftewel: zoek de natuur op en koester haar, want een alternatief is er niet. Nee, ook die noisecancellingkoptelefoon niet. Lembrechts: ‘Als je werkt met drilboren is zo’n koptelefoon prima, maar als je hem te vaak opzet om prikkels buiten te sluiten loop je het risico dat je overgevoelig wordt voor geluid. En dan ben je veel verder van huis.’
Geluidhinder is een onzichtbaar probleem dat te weinig aandacht krijgt in Nederland, vindt het RIVM. Op woensdag 30 april organiseert het voor de tweede keer de Nationale Geluidmeetdag, een burgeronderzoek waaraan ook Klankbord.nu en Stichting Hoormij deelnemen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant