Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.
Hierbij kom ik terug op mijn stukje van twee weken geleden over het gevaarlijke verkeer in Amsterdam. Alsof de duvel ermee speelde werd ik op tweede paasdag, na door de tunnel onder het Rijksmuseum te zijn gefietst, omvergelopen door een troepje toeristen dat plotseling overstak zonder om te kijken. Boem, daar lag ik met fiets en al op de grond.
Na een moment van verduistering krabbelde ik overeind, waarbij het mij opviel dat geen enkele toerist probeerde te helpen. De gedachte schoot door mij heen dat het misschien Amerikanen waren. Die zijn altijd bang gesued te worden en bovendien schijnt de verzekering daar nooit uit te betalen, zelfs niet als je verzekerd bent. Later bedacht ik dat deze overweging misschien iets te maken heeft met het antiamerikanisme dat, net als in Canada, momenteel door Europa waart. In China ben je trouwens ook de klos wanneer je als buitenlander bij een verkeersongeluk betrokken raakt. Toen ik in Sjanghai een auto wilde huren, vroegen ze of ik misschien gek was geworden. Ongeacht de schuldvraag beland je daar zo in de cel. Een auto huren met chauffeur, dat kon natuurlijk wel. Zo’n chauffeur houdt dan tevens een oogje in het zeil, handig toch, zeiden ze in het hotel met een autocratisch lachje.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Na opgekrabbeld te zijn, fietste ik naar huis. Het viel mee, alleen een verzwikte voet. Met mijn enkel in het ijs ging ik achter mijn computer zitten. In Het Parool las ik dat de onderdoorgang van het Rijks tot ‘de meest omstreden 100 meter van Amsterdam hoort’. Ik ben beslist niet de eerste fietser die daar onderuit is gegaan en ik zal ook zeker niet de laatste zijn. Na een jarenlange strijd tussen museumdirectie, gemeente, fietsersbond en ander belanghebbenden is het helaas nog steeds niet gelukt duidelijk aan te geven dat een onaantastbaar fietspad precies door het midden van de tunnel loopt.
In dezelfde krant las ik het hartbrekende interview met de ouders van Sarah, wier 12-jarige dochter onlangs op een Amsterdams fietspad werd doodgereden door een Birò, zo’n elektrisch rijdend peperbusje waarin doorgaans een jongere zit die te moe is om te lopen. De fietsende Sarah werd vol geraakt door de platte voorkant van het voertuig en was kansloos. Zulke aanslagen zijn ook schering en inslag bij de aan autobesitas lijdende SUV’s, die geparkeerd staan op de grachten en zich wurmen door nauwe straatjes. Veilig voor de passagiers, dodelijk voor degenen die erdoor worden geschept.
En toen las ik in deze krant de ingezonden brief van de dag, waarin ene Bram van Oosten uit Amsterdam zich afvraagt of ik met mijn klacht over het hoofdstedelijke verkeer misschien lid was geworden van de ‘vroeger-was-alles-beterbrigade’. Als ze over je leeftijd beginnen te zeiken, ben ik meteen gewaarschuwd. Dat is een argument waartegen je je niet kunt verweren en daarom een non-argument. Bram is zo iemand, die ‘hé, ouwe!’ tegen je roept, ook als je net hebt beweerd dat 2+2 = 4.
Volgens Bram mag je tegenwoordig in Amsterdam niet harder dan 30 kilometer per uur en worden fietspaden bij herinrichting twee keer zo breed gemaakt. Bram, ga eens in Amsterdam kijken op de Stadionweg bij de borden: 30 kilometer per uur. Geen auto die zich eraan houdt, scooters en fatbikes trouwens ook niet. Van die twee keer zo brede fietspaden heb ik ook weinig gemerkt, maar dat komt misschien omdat veel auto’s zo onbeschoft dik zijn geworden. Een toenemend onveilig gevoel moet je volgens Bram niet verwarren met ‘een feitelijke afname van veiligheid’. Nee? Maar volgens de politie is de trend overduidelijk: in Amsterdam vinden gemiddeld drie ernstige aanrijdingen per dag plaats en daarmee is het aantal zware verkeersongevallen in één jaar tijd gestegen met meer dan 30 procent.
Zou Bram van Oosten uit Amsterdam eigenlijk wel bestaan? Een rare vraag, ik geef het toe, maar ik ging toch maar eens op zoek. Op internet kon ik geen Bram van Oosten vinden, noch op X, Facebook of Instagram. Ook in het digitale telefoonboek was geen Bram, Abram of Abraham van Oosten te vinden, evenmin in Amstelveen. Ten slotte vond ik een Bram van Oosten in Arnhem, een fotograaf die nog analoog werkt omdat hij het zwart-wit van vroeger mooier vindt. Ik belde hem eens op. Nee, hij was het niet. Hij kende ook geen andere Bram van Oosten, die combinatie van voor- en achternaam komt weinig voor. Bij de krant hebben ze Bram gevraagd te bellen, maar voor zover ik weet is dat nog niet gebeurd.
Misschien dat Bram van Oosten uit Amsterdam feitelijk toch bestaat. Ik hoop het voor hem. Nee, vroeger was niet alles beter en met een kogelvrij vest en een helm op stort ik me binnenkort weer in het Amsterdamse verkeer.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant