Home

Niet te doorzichtig, niet te opdringerig: de nieuwe treinkunst in de nieuwe intercity’s

Marieke van Diemen fotografeert al jaren reflecties in musea: in een ruit, of in een kunstwerk. Die foto’s komen nu in de nieuwe intercity’s van de NS. ‘Het kan best zijn dat het een tijd duurt voordat iemand het ziet. Of ze zien het nooit, ook niet erg.’

In een enorme loods naast Amersfoort Centraal staat een trein die nooit zal rijden. Dat is maar goed ook; sommige stoelen zullen breken als je erop gaat zitten, het dak heeft gaten en er zitten geen wielen onder. Toch loopt kunstenares Marieke van Diemen glunderend door de coupé en wijst ze de stukken aan die zij aan het interieur heeft toegevoegd. ‘Ik heb er een nieuwe titel bij voor mijn cv’, zegt Van Diemen. Ze blijft staan bij een glazen wand waarop een van haar foto’s is gedrukt. ‘Ik ben treinkunstenaar.’

De trein in Amersfoort is een mock-up: een conceptversie van de zestig nieuwe intercity’s van de NS die in 2029 door het land zullen rijden. De mock-up bestaat uit slechts een paar coupés van staal, hout en kunstleer. Ook de kunst is al in de nieuwe trein te zien, zij het dat de drukkwaliteit van de prints nog niet op niveau is. De nieuwe treinen werden door Van Diemen van kunst voorzien. Ze liet op de witte wanden en glazen tussenwanden van de coupés foto’s afdrukken van schaduwen en reflecties in musea.

Doorzichtig, maar niet té

De trein lijkt op zijn voorgangers: vanbuiten is het nog steeds een geel-blauwe slang, vanbinnen zie je nog steeds veel blauw (2e klas) en rood (1e klas). Er zijn een paar praktische zaken anders (meer tweezitters, speciale werkplekken, goede toegankelijkheid voor rolstoelen) maar het is vooral de kunst van Van Diemen die de trein visueel anders maakt dan eerdere exemplaren.

‘Kunst in de trein is een traditie die heel lang teruggaat’, zegt Roeland Reitsema, interieurdesigner van de NS. ‘En het heeft ook praktisch nut: de deur tussen coupés mag bijvoorbeeld niet helemaal doorzichtig zijn, dan lopen slechtziende mensen er tegenaan. Maar het moet wel een béétje doorzichtig zijn, zodat je de andere kant kunt zien.’ En waar kunst kleur geeft aan de witte muren, is er minder ruimte voor verliefde stelletjes om hun initialen te vereeuwigen.

Voor de nieuwe trein benaderde de NS drie professionele kunstenaars om een kunstwerk te maken. Een van hen was Van Diemen, wier kunst al in de Statenpassage van de Tweede Kamer en Museum Boijmans Van Beuningen te zien is. ‘Die beperkingen vind ik lekker,’ zegt Van Diemen. ‘Je komt tot een oplossing die je normaal niet zou verwachten. Het is als een puzzel.’

Uit het raam staren

Uiteindelijk kwam Van Diemen met het idee dat de NS het meest beviel. ‘Wat mensen doen in de trein, nog meer dan op hun telefoon zitten, is uit het raam staren. In dat raam speelt zich een heel eigen wereld af, waarbij we kunnen wegdromen. We denken aan wat er die dag gebeurd is, bijvoorbeeld, of we zijn vooruit aan het kijken en aan het voorbereiden.’

Die tweedeling tussen reflectie (terugkijken) en projectie (vooruitkijken) werkte Van Diemen uit. Al jaren fotografeert zij in musea de reflecties in ruiten, of de spiegeling in het glas op een kunstwerk. Die collectie gebruikt zij nu voor de nieuwe treinen: op de glazen tussenwanden in coupés kwamen foto’s van de reflectie in museumramen. Op de coupéwanden kwamen projecties van schaduwen binnen een museum.

Zo loop je in de nieuwe intercity een coupé binnen door de poorten van het Parijse Grand Palais te openen. Of zit je, misschien nietsvermoedend, voor het Deutsches Historisches Museum in Berlijn.

Jaren de tijd

Van Diemen: ‘In musea staat kijken nog op een sokkel. Eigenlijk wil ik met mijn kunst mensen ook uitnodigen om eens te kijken naar dingen die ze normaal zouden overslaan.’

Maar de kunst in de trein moet zich ook niet opdringen aan de reizigers, vindt Van Diemen. ‘Het kan best zijn dat het een tijd duurt voordat iemand het ziet. Of ze zien het nooit, ook niet erg. Reizigers zullen waarschijnlijk best lang nodig hebben om te begrijpen was het is.’ De treinen blijven ongeveer veertig jaar reizen, dus mensen zullen jaren met het kunstwerk doorbrengen. ‘Dat is een fijne gedachte: ze hebben de tijd.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next