De recente beleidswijzigingen van het kabinet leiden tot een lichte verslechtering van de overheidsfinanciën, concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in zijn doorrekening van de Voorjaarsnota.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
De financiële besluiten van de vier coalitiepartijen veroorzaken een (kleine) toename van het begrotingstekort en geen afname, zoals minister Eelco Heinen van Financiën in zijn Voorjaarsnota nog suggereerde. Wel is het vermoedelijk aan begrotingshavik Heinen te danken dat de schade relatief beperkt blijft. De VVD’er moest tijdens de onderhandelingen opboksen tegen drie coalitiegenoten (PVV, NSC en BBB) die minstens 10 miljard euro meer wilden uitgeven dan in het coalitieakkoord was afgesproken.
Heinen probeerde zijn succesvolle optreden als strenge bewaker van de schatkist wat extra glans te geven door in de Voorjaarsnota een paar misleidende grafieken op te nemen. Zijn ministerie vergeleek de nieuwe raming van de begrotingstekorten met de Miljoenennota van september. Daardoor leken zowel de begrotingssaldi als de staatsschuld significant te verbeteren als gevolg van de moeizaam tot stand gekomen voorjaarsbesluitvorming.
De onafhankelijke doorrekening van het CPB bevestigt dinsdag dat de verbetering van het begrotingssaldo sinds het najaar geheel te danken is aan de gunstige economische ontwikkeling in de afgelopen acht maanden. De coalitiebesluiten tijdens de recente begrotingsonderhandelingen hebben juist een negatief effect.
Als gevolg van de gemaakte beleidskeuzes valt het begrotingstekort deze kabinetsperiode jaarlijks 0,1 tot 0,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp) hoger uit dan in de februariraming van het CPB. Dat komt overeen met een bescheiden uitgavenverhoging van 1,2 tot 2,6 miljard euro per jaar.
Desondanks blijft het kabinet grotendeels binnen de afgesproken nationale begrotingskaders. Dat geldt helaas niet voor de Europese begrotingsregels voor de middellange termijn (tot eind 2038). Nederland kreeg in het najaar al een tik op de vingers, omdat de overheidsuitgaven sneller stijgen dan de EU-regels toestaan.
Van de Europese Commissie mogen de netto uitgaven van de Nederlandse overheid tussen 2023 en 2028 met maximaal 21 procent groeien. Het CPB berekent nu dat die toename ruim 28 procent zal zijn, een forse overschrijding. Nederland moet de Voorjaarsnota, inclusief de CPB-doorrekening, ter beoordeling voorleggen aan de Europese Commissie. Een nieuwe reprimande lijkt dus onvermijdelijk.
Het planbureau maakt voor een aantal specifieke uitgaven andere inschattingen dan het kabinet. Zo blijft het CPB sceptisch over de ingeboekte bezuiniging op het ambtenarenapparaat. Het CPB gelooft niet dat die helemaal gerealiseerd zal worden, en denkt daarom dat het kabinet daar in 2028 500 miljoen euro meer aan kwijt is dan de Voorjaarsnota veronderstelt.
Wat het aantal asielzoekers betreft is het CPB optimistischer dan Heinen in zijn bijgestelde begroting. Het planbureau volgt nog steeds de aanname uit het hoofdlijnenakkoord dat dit aantal vanaf 2026 met 10 procent daalt. Daardoor vallen de kosten in de CPB-doorrekening volgend jaar 700 miljoen euro lager uit dan in de Voorjaarsnota. Maar de opvangkosten van asielzoekers schat het CPB juist veel hoger in (circa 2 miljard euro) dan het kabinet.
De zorguitgaven zijn het enige terrein waarop het kabinet de eerder vastgestelde begrotingskaders overschrijdt (met 2 miljard euro, volgens het CPB). Het planbureau is kritisch over een groot aantal bezuinigingsposten in de Voorjaarsnota, omdat het kabinet niet duidelijk maakt hoe het die ingeboekte besparingen op de zorguitgaven denkt te bereiken. Dat geldt onder andere voor bezuinigingen op de beloning voor medisch specialisten, de wijkverpleging en de jeugdzorg.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant