Paul Onkenhout en John Schoorl schrijven elke week over een liedje waarvan de titel bestaat uit alleen een voornaam. In de parodiërende moordballade Johanna gaat het er behoorlijk stevig aan toe.
Johanna, één meisje van zeventien jaren,
dat was er zo’n aardig ding
Johanna, Rijk de Gooyer (1975)
De maagd Johanna is pas 17 jaar als ze wordt bedrogen door een naar jenever stinkende schoenlapper en zichzelf, uit schaamte, in twee stukken snijdt. In de parodiërende moordballade die haar naam draagt gaat het er behoorlijk stevig aan toe. Dit tot groot plezier van de zanger die het lied in 1975 de Top 40 in zong.
Voor de Utrechtse kroegtijger Rijk de Gooyer (1925-2011) was zingen bijzaak, een geinige onderbreking van zijn rijke leven als acteur. Aan de zijde van de man die op de bühne en in de tv-show Johnny en Rijk van de Avro vanaf 1952 jarenlang zijn partner was, Johnny Kraaijkamp, had hij als zanger desondanks een paar successen.
Het ‘paar apart’ schreef twee klassiekers op zijn naam, De Bostella (1967) en Oh Waterlooplein (1969). Solo had De Gooyer in 1956 al met succes een eerbetoon aan zijn geboortestad uitgebracht, Als ik boven op de Dom kom. Stadgenoot Herman Berkien eigende zich het lied later deels toe met een doeltreffende herbewerking, Als ik boven op de Dom sta.
Johanna uit 1975 was een oudje, zoals historicus Bert van Zandwijk op zijn site beschrijft in een uitgebreide biografie van het lied. De oorsprong is Duits. Sabine war ein Frauenzimmer, ook al een smeuïge parodie en geliefd onder straatzangers, werd al voor het eerst gepubliceerd in 1849.
Bijna een eeuw later, in 1940, dook De noodlottige geschiedenis van Johanna en de booze schoenlapper op in een bundel met liedteksten van Alexander Nederveen, een zanger, cabaretier en kleinkunsthistoricus uit Rotterdam. Als artiest verschool hij zich achter het pseudoniem Alex de Haas. Zijn Johanna werd niet vermoord, zoals in het origineel, maar sloeg de hand aan zichzelf.
De Gooyer was niet de eerste die de geschiedenis van de arme maagd en de doortrapte schoenlapper nadien nog een keer vertelde. Eerder in 1975 hadden Robbert en Anja van Lint, een duo dat zich sterk maakte voor volksliedjes, Johanna al op de plaat gezet. De single flopte.
‘Nu is er opeens die plaat van Rijk de Gooyer waarop allerlei mensen meebrullen, want dat is commercieel veel interessanter’, klaagde het stel in Het Parool. ‘Die platenmaatschappij heeft gewoon geld geroken en de commercie viert weer hoogtij.’ De Gooyer gaf er niet alleen met een brullende meute zijn eigen draai aan. Het kromme rijm en houterige ritme nam hij zingzeggend over van De Haas. ‘Een’ werd uitgesproken als ‘één’, ‘dagen’ als dagèn’.
Zonder dat hij met name werd genoemd, dook in het lied een destijds bekende sneldichter op met een oubollig imago. Willy Alfredo (1898-1976), een pseudoniem van Willem Jue, daagde zijn publiek steevast uit om een woord of naam te noemen, ‘roept u maar’, waarna hij vliegensvlug een kort, rijmend versje presenteerde.
Op het ‘roept u maar’ van De Gooyer reageert in Johanna steeds dezelfde man, met steeds dezelfde suggestie: ‘Den Uyl’. De zanger negeert de oproep om aandacht te schenken aan de toenmalige minister-president Joop de Uyl consequent – een typische (en goede) De Gooyer-grap.
John & Paul
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant