Ouders in Amsterdam-Zuidoost voelen zich vaak ‘klein’, zegt directeur Dave Ensberg van scholenkoepel Zonova. 12 procent is slachtoffer van het toeslagenschandaal. Ook het onderwijs wordt met scepsis bekeken. Met zijn ‘dekolonisatieplan’ wil Ensberg hun vertrouwen terugwinnen. Hoe werkt dat?
Halverwege het interview pakt schoolbestuurder Dave Ensberg-Kleijkers (41) een lichtgekreukte folder uit zijn boekenkast, met daarop een jong zwart meisje. Op de nek van haar moeder houdt ze een kartonnen protestbord omhoog: ‘Ik wil naar het gymnasium. Mag dat?!’
Ensberg, woonachtig in Culemborg, kreeg de flyer op een manifestatie in oktober 2023. Ouders uit Amsterdam-Zuidoost (beter bekend als de Bijlmer) gingen de straat op voor goed en gelijkwaardig onderwijs voor hun kinderen. Met 24 procent is het lerarentekort nergens in Amsterdam zo groot als in dit stadsdeel. Er is meer onderadvisering, meer schooluitval.
Ensberg – destijds nog directeur-bestuurder bij stichting Jantje Beton, die zich inzet voor meer speelkansen voor kinderen – was onder de indruk van wat hij zag. Van de actiebereidheid van de inwoners, van wie velen kampen met armoede, huiselijk geweld of psychische problemen. Toen een jaar later de vacature vrijkwam voor bestuurder bij Zonova, de scholenkoepel in Zuidoost waar negentien basisscholen onder vallen, solliciteerde hij direct.
‘De leerresultaten in Zuidoost zijn misschien minder dan elders in de stad en het land, maar onze kinderen zijn echt niet dommer’, zegt Ensberg in zijn kantoor, pal naast basisschool Mobiel. Er klinken hoge kreten van buitenspelende kinderen.
Eerder deze maand presenteerde Ensberg samen met collega-bestuurder Birgit Haanstra een in het oog springend plan. Zonova gaat het onderwijs en de kinderopvang ‘dekoloniseren’. Het plan kreeg vorm door gesprekken met ouders en medewerkers. Om er uitvoering aan te geven, is Fawaka Wereldburgerschap ingehuurd, een organisatie die zich inzet voor inclusief onderwijs. Zij voert onder meer onderzoek uit naar het lesmateriaal. Binnenkort worden de bevindingen gepresenteerd, die de richting zullen bepalen voor de nieuwe koers.
Ensberg, die eerder bestuurder was van een koepel voor specialistisch onderwijs in Tilburg, is een uitgesproken stem in onderwijsland. Hij schrijft geregeld opiniestukken voor kranten en was betrokken bij de Catshuissessies met Mark Rutte (over slavernij en het onderwijs). Als voormalig CDA-lid in Brabant ontving hij de Jan Peter Balkenende-award voor zijn inzet voor de multiculturele samenleving toen dat nog geen verdacht begrip was.
Hoe ‘dekoloniseer’ je een basisschool?
‘We willen al ons materiaal ontdoen van racistische of stereotyperende verwijzingen. In de geschiedenisboeken gaat het bijvoorbeeld vooral over boeren en horigen uit Europa en niet over die uit de rest van de wereld. Verder willen we dat onze kinderen leren dat er vrouwen zijn die naar de universiteit gaan en een mooie baan hebben, en dat twee mannen een relatie met elkaar kunnen hebben. We kijken ook naar onze kinderopvang: kunnen 3-jarigen daar voldoende spelen met poppen van kleur?
‘Dekolonisatie van het onderwijs betekent daarnaast dat de benadering van scholen en de kinderopvang naar ouders anders moet. De norm was lange tijd: u past zich maar aan. Ik wil het omkeren. Het is onze taak om ouders te dienen.’
Wat betekent dat, dienen?
‘Dat we het onderwijs aanpassen aan de leefwereld van ouders en kinderen. We vonden het voorheen normaal om een oudergesprek in te plannen om 19 uur, terwijl bijna de helft van onze ouders alleenstaand is. Sommigen hebben twee of drie banen om rond te komen. Voortaan willen we ouders dus vragen: wat is voor u een fijn moment om even te praten over uw kind?
‘Ook specialiseren we ons in meertaligheid. Je kunt wel verwachten dat ouders op school Nederlands praten, maar zo’n 80 procent heeft een migratieachtergrond. Voor sommige ouders is het gewoon heel lastig om de Nederlandse taal te leren.
‘Het gaat vooral om attitude. Veel ouders in Zuidoost voelen zich klein. Het wantrouwen naar instanties is groot en niet ten onrechte. 12 procent van de ouders hier is slachtoffer van het toeslagenschandaal. Wij moeten het vertrouwen terugwinnen.’
Ensberg praat kalm en kordaat, in trefzekere zinnen. Hij heeft het steevast over ‘wij’, doelend op de gemeenschap bestaande uit de school, de kinderopvang, de ouders en de kinderen. Geregeld maakt hij grapjes, maar hij doet niet aan ironie. Op zijn visitekaartjes prijkt een foto van een tandeloze blije dreumes – Ensberg zelf. ‘Zodat ik het kind in mij nooit vergeet.’ Tussen de leiderschapslectuur in zijn boekenkast staan ook titels als Afrika is geen land, Misschien moet je iets lager mikken (over kansenongelijkheid) en Wij slaven van Suriname.
Hoe gaat u het vertrouwen terugwinnen?
‘We beginnen bijvoorbeeld een pilot met huisbezoeken, om de ouders thuis te kunnen ontmoeten. De laatste keer dat we dat deden was in de jaren tachtig. Collega’s uit die tijd zeggen: het verrijkte mijn werk en beperkte mijn werklast de rest van het jaar, omdat het contact met ouders makkelijker verliep.’
Voelen ouders zich door zo’n huisbezoek niet juist gecontroleerd?
‘Het is niet verplicht om thuis af te spreken. We geven het alleen als optie. Een tijdje geleden hadden we een meisje in groep 8 dat zichzelf van het leven wilde beroven op school. Ze zei: ik word helemaal gek, ik slaap met mijn mama en broertje op één kamer. Door een huisbezoek kunnen we zo’n noodkreet voor zijn. Je kunt gedrag op school beter plaatsen en verklaren. Zonder te veroordelen. Zeker een kwart van onze kinderen in Zuidoost groeit op in armoede.’
Dat armoede met schaamte en eenzaamheid gepaard gaat, weet Ensberg als geen ander. Zijn Surinaamse ouders, nazaten van tot slaafgemaakten die werden gedwongen te werken op suikerrietplantage Drie Gebroeders, ontvluchtten begin jaren tachtig het militaire regime van Desi Bouterse. Dat deden ze nadat ze op een dag waren thuisgekomen van werk – zijn moeder was basisschoolleraar, zijn vader had een managersfunctie – en hun huisdieren dood aantroffen. Afgeslacht met een kogel in hun kop. Ze zagen het als een waarschuwing, pakten hun biezen en vertrokken naar Nederland.
Als nakomertje in een gezin met drie kinderen werd Ensberg in Nederland geboren. Zijn jeugd werd getekend door armoede, veel verhuizingen en onzekerheid – ondanks de goede intenties van zijn ouders om er het beste van te maken. Zijn getraumatiseerde en temperamentvolle vader verloor geregeld zijn baan, zijn moeder raakte ernstig gehandicapt bij zijn geboorte. ‘Ik heb haar nooit gezond gekend. Toen ik 6 was, moest ik haar al voeren.’
Ensberg was 16 toen zijn moeder, op haar 50ste, overleed. De relatie met zijn vader was moeizaam, hij kwam op zichzelf te staan. Hij kon een kamer huren bij Koos, een woonbegeleider die hij bij de dagbesteding van zijn moeder had ontmoet. Om de huur te betalen, had de jonge Ensberg twee bijbaantjes. Hij bracht de post rond en werkte in een Frans restaurant.
‘Ik heb keihard moeten werken om iets van m'n leven te maken. Dat is ook waarom ik hier ben. Om ervoor te zorgen dat deze kinderen niet hoeven te vechten zoals ik.’
Met zijn Limburgse vrouw (hij draagt haar achternaam achter de zijne) heeft hij een 6-jarige dochter. Het verhaal dat hij zelf in zijn jeugd meekreeg, dat hij tweehonderd procent harder moet werken om hetzelfde te bereiken als een wit persoon, wil hij haar besparen. Hij wil dat ze opgroeit met het idee dat ze is zoals alle kinderen. ‘De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat ze net aan haar tweede school bezig is’, zegt hij. ‘Ze kwam toen ze 4 was thuis en zei: ik wil liever wit zijn, want dan hoor ik er tenminste bij. Dat doet mij erg veel pijn.’
Komt racisme en discriminatie ook op uw scholen voor?
‘Helaas wel. We hebben hiervan signalen gekregen op alle niveaus, van kinderen, ouders en collega’s. Dat er, onbedoeld waarschijnlijk, uitspraken worden gedaan die voor onveiligheid zorgen. Er is zelfs het n-woord gebruikt. Of er wordt gezegd dat Surinamers lui zijn, ondermijnende stereotyperingen.’
Bent u bang dat u leerkrachten afschrikt met uw dekolonisatieplan, waardoor ze liever elders gaan werken?
‘Leraren kiezen bewust om voor ons te werken, omdat ze zien dat we het hier op een andere manier doen. Omdat het zo vaak gaat over het belang van diversiteit en representativiteit, kan het in de communicatie lijken alsof we witte mensen vergeten. Dat kan ertoe leiden dat mijn witte collega’s zich minder gezien voelen. Daarover wil ik met hen in gesprek.’
Wat gaat u tegen hen zeggen?
‘Dat ik in geen enkel opzicht wil polariseren. Het is echt niet zo dat ik de witte collega’s ga vervangen door zwarte mensen. We zijn een radicaal-inclusieve organisatie. Dat betekent dat we er alles aan doen om ervoor te zorgen dat iedereen zich prettig voelt: onze kinderen, de ouders, de collega’s en potentiële collega’s.’
Radicaal-inclusief?
‘Ik gebruik die term bewust omdat het mensen aan het denken zet. Net als ‘dekolonisatie’. Daar voelen mensen zich ongemakkelijk bij, want sommigen denken dan dat je het Europese volledig gaat vervangen. Terwijl ik het Europese juist ga verrijken met andere culturen. We maken het gelijkwaardig aan Oceanië, Azië, Afrika en de Amerika’s.
‘Met fundamentele inclusie bedoel ik alle aspecten van het mens-zijn: dus ook een Paarse Vrijdag en de Week van Lentekriebels. Veel inwoners in Zuidoost zijn zeer conservatief-gelovig. Daardoor durven sommige collega’s niet te vertellen dat zij homo- of biseksueel zijn. Er zijn in de wijk zelfs homogenezingsdiensten. Zelf ging ik als kind ook naar een kerk waar homoseksualiteit als een zonde werd gezien. Verschrikkelijk, ik heb veel van wat ik daar hoorde moeten ‘afleren’.’
Is dit plan ook geschikt voor andere schoolbesturen in Nederland?
‘In een wijk met zoveel diversiteit als Zuidoost is het wellicht makkelijker om niet-westerse culturen en filosofieën te omarmen dan bij wijze van spreken in Baarn of Tynaarlo. Maar het zijn universele waarden, dus het is op iedereen van toepassing.’
In Den Haag waait een wind die tegen uw gedachtegoed indruist. Maakt u zich zorgen?
‘Ik ben natuurlijk niet ongevoelig voor wat er in Den Haag en de rest van de wereld gebeurt, maar we willen kinderen hier opvoeden tot zelfkritische, actieve wereldburgers die informatie en desinformatie van elkaar kunnen scheiden. Ze mogen best stemmen op een rechtse partij, als dat maar weloverwogen gebeurt.’
Er zullen mensen zijn die u voor ‘woke’ uitmaken.
‘Ik draag woke als geuzentitel.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant