schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.
Het blijft een rare paradox. Nederlandse kinderen komen bij internationale vergelijkingen steevast uit de bus als gelukkig, en toch is de behoefte aan jeugdzorg, coaching en hulp bij opvoeding enorm. Jeugdbeleid is gericht op monitoring, preventie en signalering, maar het aantal probleemgevallen neemt niet af. Ouders en leerkrachten denken vaker dat er ‘iets is’ met een kind; het aantal kinderen met ADHD en andere labels blijft groeien. Leraren vinden hun werk zwaarder geworden doordat het aantal leerlingen dat speciale aandacht nodig heeft groeit. Een toenemend aantal jongeren heeft last van angst of depressie.
Hoe je ook denkt over het nut van het opsporen van psychische stoornissen en het opplakken van labels als ADHD en autismespectrumstoornissen – hier gaat iets niet goed. Er is simpelweg niet te voldoen aan de grenzeloze vraag naar hulp, en de taak van de leraar dijt almaar uit.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Sinds zo’n vijftien jaar woedt er een strijd tussen twee ‘scholen’, vooral als het om ADHD gaat. Aan de ene kant zijn er psychologen en psychiaters die het labelen van kinderen zinvol vinden, omdat diagnoses problemen verklaren en het goed is te weten wat er aan de hand is, zodat symptomen bestreden kunnen worden. Voor veel ouders, leerkrachten en kinderen is het fijn om te weten dat het niet aan hen ligt.
Aan de andere kant zijn er deskundigen die menen dat zo’n diagnose een loden last kan zijn voor kinderen. Ze voelen zich afwijkend, gaan zich ernaar gedragen en wijten problemen aan hun stoornis. Laura Batstra, toen kinderpsycholoog, nu hoogleraar orthopedagogiek, had in 2012 een bestseller met de veelzeggende titel Hoe voorkom je ADHD? Door de diagnose niet te stellen. Historica Angela Crott bestudeerde in 2011 voor haar proefschrift opvoedliteratuur en concludeerde dat wat ooit een ‘kwajongen’ werd genoemd, nu een ADHD’er is. De grenzen van wat we normaal vinden werden nauwer. Het verst ging kinderpsychiater Sjef Teuns, die ADHD ooit een ‘waandiagnose’ noemde: ‘Wie niet netjes in de maat loopt krijgt Ritalin.’
Een recente bijdrage aan deze discussie zijn twee boeken van Bert Wienen, psycholoog en onderzoeker, maar vooral iemand die nuchter nadenkt over onderwijs en opvoeding. Van hem verscheen in 2023 Van individueel naar inclusief onderwijs, dat onderwijsboek van 2024 werd, en nu Laat/d de pedagogische basis met rust!, over opvoeden. In beide boeken keert hij zich tegen de ‘therapeutisering en psychologisering’ van de opvoeding en het onderwijs.
Wienen geeft ouders, leerkrachten en hulpverleners niet de schuld van de toenemende zorgbehoefte – dat is al te makkelijk. Evenmin ontkent hij dat er kinderen zijn die dringend hulp nodig hebben, maar juist ernstige gevallen komen nu op een wachtlijst. Hij pleit ervoor een kind niet als uniek opvoedproject te beschouwen, met een hoogstpersoonlijke handleiding. Met ‘inclusief’ bedoelt Wienen dat alle kinderen, ook degenen die een beetje afwijken, gewoon meedoen in een groep en niet meteen apart gezet worden.
Zijn adviezen zijn opvallend simpel: focus op opvoeden en onderwijzen, niet op psychologie. Ga niet uit van wat dat ene kind nodig heeft of wat experts voorschrijven, maar bedenk wat je kinderen wilt bijbrengen, en doe dat in een groep waarin ze van elkaar leren. Gun kinderen om fouten te maken, te vallen en opstaan; bestempel ze niet meteen als afwijkend, storend of problematisch. Heb vertrouwen in ouders en leerkrachten, en in de veerkracht van kinderen; leg als overheid geen betuttelende richtlijnen op.
Het zijn verfrissende inzichten, de moeite waard om te proberen. Laten we van kinderen niet te snel patiënten maken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns