is columnist voor de Volkskrant.
Het boek Gooilust begint met de zinnen: ‘Dit verhaal speelt zich af van 1886 tot 1937. Bij lezing is het belangrijk om te weten dat de positie van de vrouw in die tijd anders was dan nu.’
Ik moest een beetje lachen toen ik die zin las: natuurlijk was de positie van de vrouw toen anders. Die andere positie, daar gaat het boek over, en dan vooral die van de vrouw Louise Blaauw-Six, de vrouw op de voorkant, met een lange japon op haar paard, een strak, ongelukkig gezichtje. De stille strijd van Louise Blaauw-Six, is de ondertitel.
Een vriendin gaf me het boek met de mededeling dat ze het in één zitting uitgelezen had. Ik begreep waarom, ze is dol op vrouwengeschiedenissen.
In het Gooi ligt een landgoed dat door de omwonenden Het Bos van Blaauw genoemd wordt. Ooit woonde daar een man, Frans Blaauw, en die hield er exotische dieren, zoals gnoes en zebra’s.
Het verhaal dat kunsthistorica Jeanette Wagenaar opschreef, gaat over zijn tot nu onbekende vrouw, Louise Six, van wie het landgoed, dat Gooilust heette, eigenlijk was. (Ze hoort bij de adellijke familie Six, over wie Geert Mak een boek schreef.) Het begint als een romantische, Mr. Darcy-achtige vertelling: een rijke, jonge vrouw woont op een landgoed, en op het landgoed ernaast woont Frans Blaauw, een man met een voorliefde voor gnoes. Op een dag krijgen Louise en haar familie een kaart van Blaauw: ‘Hierbij wil ik u op de hoogte brengen van de geboorte van een witstaartgnoeveulen. Ik wil u uitnodigen om op kraamvisite te komen om dit wonder te aanschouwen.’
Louise en Frans worden verliefd, en Louise droomt over hun toekomst: ‘Ze zag haar kinderen spelend naast de gnoeweide.’ Ze trouwen, en vanaf daar gaat het alras neerwaarts.
Pas altijd op voor een man met een passie voor het hoarden van exotische dieren, zou een van de lessen uit dit boek kunnen zijn. De belangrijkere les: een man uit de vorige eeuw kon zijn vrouw het leven compleet onmogelijk maken.
Louise en Frans belanden in een vreselijk huwelijk waarin Frans volstrekt monomaan blijkt in het verzamelen van dieren. Hij negeert Louise en geeft al haar(!) geld uit aan gnoes, bizons en flamingo’s. Als Frans Louise te lastig vindt worden, omdat ze bijvoorbeeld geld wil voor eten, laat hij haar opnemen in een gesticht. Door haar krankzinnig te laten verklaren kan hij zich ook Gooilust proberen toe te eigenen.
Het knappe van het boek is dat Jeanette Wagenaar een mengeling heeft gemaakt van een met eigen dialogen opgeschreven geschiedenis, aangevuld met schrijnende brieven vanuit Sanatorium De Planten- en Vogeltuin in Arnhem. Louise revancheert zich, met extreem veel moeite. Dat is fijn, voor haar, en de lezer, en de vrouwengeschiedenis. De revanche duurt alleen zo lang dat Louise er zelf niet meer van kan genieten.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant