Twee dagen na een enorme explosie staat de grootste containerhaven van Iran nog in brand. Terwijl giftige dampen zich verspreiden in de omgeving, zwijgt de regering over de oorzaak van de ramp die minstens 46 levens heeft geëist.
O
p livebeelden van de Iraanse staatstelevisie is maandag te zien hoe dikke rook blijft opstijgen van de rampplek. Rondom een diepe krater staan uitgebrande containers en vrachtwagens. Andere containers lijken her en der te zijn rondgeslingerd. Volgens de autoriteiten bemoeilijkt harde wind de bluspogingen van de Iraanse brandweer, die wordt bijgestaan door Russische blusvliegtuigen.
Shahid Rajaei is de belangrijkste commerciële haven van het land, gelegen aan de strategische Straat van Hormuz. De haven ligt zo’n duizend kilometer ten zuiden van de hoofdstad Teheran, naast de stad Bandar Abbas. Het ministerie van Volksgezondheid heeft de 650 duizend inwoners van de stad opgeroepen om ‘tot nader order’ binnen te blijven vanwege mogelijke giftige dampen.
Zondag bracht president Masoud Pezeshkian een bezoek aan slachtoffers van de ramp en kondigde een dag van nationale rouw af. Het staatspersbureau maakte een dag later bekend dat meer dan duizend gewonden het ziekenhuis hebben kunnen verlaten. Er zouden nog 138 mensen in het ziekenhuis liggen.
De omvang van de schade is nog niet bekend, maar de gewone Iraniër zal de gevolgen van de ramp ongetwijfeld gaan merken. Bijna 80 procent van de nationale import komt via deze haven binnen. Ook speelt de haven een belangrijke rol in de wereldwijde oliehandel.
De Iraanse economie staat al onder enorme druk door Amerikaanse sancties. Daar komt nu bij dat de belangrijkste haven al dagen stil ligt en er tonnen aan voedsel zijn verbrand. In eerste instantie waarschuwde de regering ook voor voedseltekorten, maar er is hoop dat een deel van de haven niet beschadigd is en snel weer operationeel kan zijn.
Intussen houdt Teheran de informatiestromen streng onder controle. Journalisten die over de ramp schrijven, riskeren een boete. Er ontstaat steeds meer onrust onder de bevolking, blijkt uit berichten op sociale media. Mensen vragen zich af of nalatigheid van de overheid een rol speelde bij de ramp, net als bij de explosie in de haven van de Libanese hoofdstad Beiroet in 2020.
Vrijgegeven bewakingsbeelden laten zien dat een uur voor de ontploffing al brand uitbrak in de haven. In een eerste verklaring stelt de havenbeveiliging dat de explosie waarschijnlijk het gevolg was van een brand die ontstond in de opslagplaats voor gevaarlijke en chemische stoffen.
Er zijn aanwijzingen dat er brandstof voor ballistische raketten lag opgeslagen. Volgens Ambrey, een particulier consultancybedrijf op het gebied van maritieme beveiliging, kwam in maart in de haven een levering natriumperchloraat uit China aan. Deze chemische stof wordt gebruikt om vaste brandstof voor raketten te maken.
Een anonieme bron die dicht bij de Iraanse Revolutionaire Garde staat, zegt tegen The New York Times dat de explosie door natriumperchloraat is veroorzaakt. In dat geval zou de Chinese levering zeker vier weken zijn blijven liggen. Dat roept de vraag op waarom het leger zulke gevaarlijke materialen zonder voldoende beveiliging in een commerciële haven op zou slaan.
De Iraanse minister van Defensie ontkent dat er raketbrandstof via deze haven het land is binnengekomen. Volgens hem waren er überhaupt geen defensiematerialen in de haven opgeslagen. De Iraanse hoogste leider ayatollah Ali Khamenei stelt dat diepgravend onderzoek moet uitwijzen of er sprake is geweest van ‘nalatigheid’ of ‘opzettelijke handelingen’.
Er zijn ook geruchten dat er sprake is van een Israëlische sabotageactie. In 2020 lanceerde Israël een cyberaanval op de haven, maar ditmaal ontkent Israël betrokkenheid. Ook de Iraanse regering bestrijdt dat het gaat om een Israëlische aanval en treedt streng op tegen mensen die het tegendeel beweren.
Volgens analisten zou het een zeer onlogisch moment zijn voor een Israëlische actie, vanwege de lopende onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en Iran over het Iraanse nucleaire programma. Een Israëlische actie zou de onderhandelingen in Oman kunnen verstoren, terwijl die volgens de betrokkenen een cruciale fase hebben bereikt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant