Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Evert-Jan Otten (64) moest na een ongeluk zijn collega identificeren.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Dit is een zwarte bladzijde uit mijn politiecarrière. In 2007 was ik, als instructeur voor de Mobiele Eenheid, tevens opleider voor alle rijopleidingen van ME-voertuigen. Dat zijn bijvoorbeeld de voertuigen voor de brand- en traangaseenheden, de shovels en de waterwerpers. Het ergert me overigens dat een waterwerper vaak een ‘waterkanon’ wordt genoemd; het ís geen kanon. De drie waterspuiten op het dak zijn bedoeld om mensenmenigten uiteen te drijven, niet om schade te veroorzaken.
‘Dat jaar kregen we zes nieuwe waterwerpers. Die waren zwaarder, hadden een krachtigere motor en moesten anders worden bediend. Dus daar was een nieuwe opleiding voor nodig. Die heb ik samen met twee rijinstructeurs ontwikkeld.
‘Een van de eerste cursisten die deze nieuwe rijopleiding ging volgen, was Dirk Zuurbier. Ik kende Dirk goed. Hij was gepokt en gemazeld bij de ME en ging de opleiding doen met rijinstructeur Geert. We hadden alle vertrouwen in hem.
‘Op hun derde cursusdag, een woensdag, ging in ons gebouw van de Mobiele Eenheid in Amsterdam de telefoon. Ik nam op en hoorde iemand zeggen: ‘Ik ben commandant bij de Luchtmobiele Brigade, ik sta op militair oefenterrein De Vlasakkers bij Amersfoort. Een groep militairen heeft zojuist vanuit een helikopter een ongeluk gezien met een ME-voertuig. Ik ben daar nu ter plaatse. Een inzittende gooide zijn telefoon naar buiten en zei dat ik dit nummer moest bellen.’
‘Ik wist: Geert en Dirk zijn daar vandaag op het circuit aan het trainen, en brulde over de afdeling: ‘Er is een ongeluk gebeurd met de waterwerper, iemand moet mee naar De Vlasakkers!’
‘Jaap kwam aanrennen en sprong bij mij in de auto. Ik reed met spoed richting Amersfoort terwijl Jaap contact hield met de meldkamer. Op een gegeven moment keek Jaap mij aan – dat moment vergeet ik nooit meer – en zei: ‘Evert, er is iemand dood.’
‘Je ziet: het raakt me nog steeds. Als één streep reed ik naar de poort van het oefenterrein. Bij de Bernhardkazerne kwam net een ambulance met zwaailicht en sirene het terrein af. We wisten: daarin ligt een van onze dierbare collega’s.
‘Op het oefenterrein waren politiecollega’s en ambulancemedewerkers de dode uit de waterwerper aan het bergen. Een collega van de eenheid Utrecht vroeg of een van ons hem wilde identificeren. Jaap was er zo stuk van dat ik mee de ambulance in ging.
‘En dan moet je dus je eigen collega identificeren. Dat is heftig hoor. Ze ritsten een zak open, ik zag een gezicht en flapte eruit: ‘Z’n haar zit niet goed’. Het was Dirk, die altijd een zakkammetje bij zich had waarmee hij z’n blonde haar steeds opzij kamde. Nu zat het helemaal door elkaar. Zijn gezicht zat onder de modder. Door het omkiepen van de waterwerper waren de ruiten gesprongen, waarna het voertuig op z’n zij door de modder gleed totdat het tegen een boom klapte.
‘Ik liep terug, sloeg een arm om Jaap en zei: ‘Het is Dirk.’ We waren allebei ontzettend aangeslagen. Diezelfde week reden we samen naar een militair hospitaal bij Utrecht, waar Geert was geopereerd. Een groot deel van zijn lichaam zat in het gips, met allemaal constructies. Hij had hechtingen in zijn gezicht, een klaplong en een gebroken kaak, waardoor hij niet kon praten.
‘Later vertelde Geert wat er was gebeurd. Misschien was Dirk afgeleid door die indrukwekkende Chinook die daar trainde, zo’n grote, militaire helikopter met twee propellors erop, we weten het niet. Hij reed in ieder geval te snel naar een bocht en reageerde niet toen Geert riep: ‘Dirk! Ga van het gas af!’, waarna Geert over de middenconsole boog om bij te sturen. Ineens, alsof hij ontwaakte, gaf Dirk in een reflex een ruk aan het stuur, waardoor de waterwerper door het gewicht omklapte.
‘Dirks foto hangt groot in zijn bureau in Amsterdam. Zijn naam is bijgeschreven op het monument in de Tuin van Bezinning in Warnsveld, een gedenkplek voor politiemensen die tijdens hun dienst zijn omgekomen. Ik ga daar soms naartoe om Dirk en anderen te gedenken. Ik ben al veel collega’s verloren.
‘Het frustrerende van dit verhaal is: toen de nieuwe waterwerpers kwamen, hadden we bij de ontwikkelgroep heel duidelijk aangegeven dat er een dubbele bediening in moest, zodat de bijrijder hem ook kon besturen, net als in een lesauto. Maar we kregen steeds te horen: ‘Dat kan technisch niet.’ Ons protest was tevergeefs.
‘Na Dirks overlijden heeft Cor Gorissen, de toenmalige commissaris in Amsterdam, er persoonlijk voor gezorgd dat we alsnog waterwerpers met een dubbele bediening kregen. Het kon dus wél. Had dat het verschil gemaakt? Had Geert het ongeluk dan kunnen voorkomen? Hadden twee jonge kinderen dan niet hun vader verloren? Valt ons iets te verwijten? Ik heb het me natuurlijk duizend keer afgevraagd, en nu weer, maar dat heeft geen zin. We krijgen Dirk er niet mee terug.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant