Home

Kunnen Trumps importheffingen misschien ook goed uitpakken voor mens en milieu?

Voor de wereldhandel zijn de importheffingen van Trump nadelig. Maar heeft het voor mens en milieu ook voordelen, als daardoor minder spullen over de wereld worden versleept? Zo eenvoudig is het niet.

is economieredacteur voor de Volkskrant.

Een containerschip dat, al broeikasgassen puffend, duizenden kilometers aflegt om Aziatische steden te voorzien van aluminium bussen met lucht. Lucht uit de Zwitserse Alpen, welteverstaan, en dus gezond als je het inademt via het meegeleverde inhalatiemasker, claimde de producent.

In 2019 riep Alpine Initiative deze bussen berglucht uit tot ‘absurdste vracht’ van het jaar. De Zwitserse milieugroep wilde zo de aandacht vestigen op onzinnig gesleep met goederen mede dankzij de vrije wereldhandel.

Nu, zes jaar later, ligt de vrije handel op ongekende wijze onder vuur. Niet van de milieubeweging, maar van de Amerikaanse president Trump. Zijn chaotische importheffingsalvo’s doen economisch pijn, zowel binnen als buiten de Verenigde Staten. Maar wie een voorbeeld als dat hierboven ziet, kan zich afvragen of die hele vrijhandel wel zo zaligmakend is.

Zo kwam er onlangs een ingezonden brief bij de redactie binnen naar aanleiding van een artikel over een Nederlandse champignonkweker, die last heeft van Trumps heffingen. ‘De juiste vraag is niet: maken heffingen Nederlandse champignons te duur voor pizza’s in de VS?’, schreef de lezer. ‘Maar: is het nodig en wenselijk om champignons vanuit Nederland helemaal naar de VS te verschepen?’

Een zinnige vraag. Zit er ook een andere kant aan Trumps heffingen, als die leiden tot minder transport? Bieden ze onbedoeld een kans op een duurzamere, wellicht ook socialere wereldhandel?

Spullen over de wereld slepen kan slecht zijn voor het milieu. Maar niet altijd

Eerst maar eens wat loftrompetgeschal voor de vrijhandel. Door het wegvallen van handelsbarrières kon de productie zich verplaatsen naar de goedkoopste plekken. Plekken waar de klimaatomstandigheden optimaal zijn voor bepaalde gewassen, energie rijkelijk voorradig is of de prijs van arbeid laag. Of plekken waar bedrijven dankzij jarenlange specialisatie efficiënter produceren dan wie ook − zoals die champignonkweker uit Nederland.

Deze optimalisatie heeft wereldwijd de prijzen gedrukt en gezorgd voor een veel breder aanbod in de winkelstraten, zegt Marcel Timmer, hoogleraar economische groei en ontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen. Maar natuurlijk, waarschuwt hij, is er die keerzijde: ‘Er zitten allerlei niet-financiële kosten aan de productie en het transport, zoals de uitstoot van broeikasgassen. Daar wordt in deze optimalisatieslag vaak maar beperkt naar gekeken.’

Toch blijkt het knap lastig om te berekenen of vrijhandel nu goed of slecht uitpakt voor het klimaat. Het verband tussen vrijhandel en broeikasgassen is zelfs ‘een van de meest omstreden onderwerpen in de hedendaagse economische wetenschap’, schreven onderzoekers van de Universiteit van Lviv, in Oekraïne, twee jaar geleden in een overzichtsstudie.

In hoeverre leiden handelsafspraken tussen ontwikkelde en opkomende economieën bijvoorbeeld tot scherpere milieu-eisen in de opkomende economieën? Of is een veel belangrijker effect dat bedrijven dankzij vrijhandel naar plekken trekken waar de milieuregels minder streng zijn, met extra CO2-uitstoot als resultaat? Het blijkt lastig in cijfers te vatten, waardoor er geen wetenschappelijke consensus is.

Hoe zit het dan met het transport zelf? Het overgrote deel van de goederen gaat de wereld over per vrachtschip. Deze schepen zijn volgens het Internationaal Energie Agentschap verantwoordelijk voor ongeveer 700 miljoen ton CO2 per jaar, oftewel 2 procent van de totale uitstoot wereldwijd.

Dat zijn veel broeikasgassen, maar transport vormt vaak slechts een beperkt onderdeel van de totale uitstoot die goederen veroorzaken. In het geval van voedsel lopen de schattingen bijvoorbeeld uiteen van grofweg 5 tot 20 procent van de totale uitstoot. Vaak is de impact van de productie zelf groter.

Zo is voor het kweken van tomaten in Spanje veel minder energie nodig dan in verwarmde Nederlandse kassen, is herhaaldelijk gebleken uit Wagenings onderzoek. De uitstoot van het transport valt hierbij grotendeels weg. Al zitten er aan Spaanse gewassen weer andere milieunadelen, zoals een hoger pesticidengebruik.

Het is in elk geval te simpel gesteld dat lokaal produceren altijd beter is. ‘In plaats van alleen te kijken naar hoeveel we consumeren en waar het vandaan komt, moeten we vooral kijken naar wát we consumeren’, aldus Timmer. ‘Kleine aanpassingen kunnen al veel verschil maken. Als je niet wilt stoppen met vlees eten, scheelt overschakelen van rundvlees naar kip bijvoorbeeld al enorm.’

Dit neemt niet weg dat er ook voorbeelden zijn waarbij een lokale productie wel degelijk duurzamer zou zijn, zegt Thijs Geijer, sectoreconoom voeding van ING. Zoals sterke drank. ‘Die kun je overal produceren, er zijn altijd wel granen, aardappels of vruchten voorhanden om te stoken. Toch exporteren we sterke drank, wat grotendeels bestaat uit water, in zware glazen flessen. Vanuit duurzaamheidsperspectief erg inefficiënt.’

Trumps aanvallen op de vrijhandel kunnen juist nadelig uitpakken voor het milieu

Mocht Donald Trump een wereldwijde recessie veroorzaken die de consumptie doet kelderen – bijvoorbeeld van buitenlandse whisky – dan kan de CO2-uitstoot best even dippen. Zo ging het ook met eerdere economische crises. Maar wil je milieuproblematiek op de langere termijn aanpakken, dan lijkt het met de botte bijl ontregelen van de wereldhandel niet de manier.

Om te beginnen zijn ook bedrijven die duurzame technologieën maken de dupe van heffingen: bouwers van windturbines of elektrische auto’s moeten immers meer betalen voor grondstoffen en onderdelen. Economische tegenspoed kan er ook toe leiden dat onzekere investeerders de hand op de knip houden, waardoor nieuwe technologieën moeilijker van de grond komen.

Dit alles maakt het terugdringen van de CO2-uitstoot alleen maar duurder, vrezen deskundigen. ‘Handelsprotectionisme is niet goed voor klimaatactie’, vatte klimaatexpert Simi Thambi van de milieubewuste investeerdersorganisatie Fairr het samen in Carbon Brief.

Bij economische tegenwind kan het klimaat ook lager op de politieke agenda belanden. De Italiaanse regering pleitte naar aanleiding van Trumps heffingen al voor het opschorten van Europese klimaatregels om bedrijven te helpen.

Geijer van ING moet trouwens sowieso nog maar zien dat Trumps handelsconflicten tot minder handel leiden. ‘Minder met de VS, wellicht. Maar voor de rest? Als ik kijk naar de eerste reacties van bedrijven en beleidsmakers, dan zie ik dat ze gericht zijn op het zoeken naar alternatieven. Het openen van nieuwe markten, het uitwijken naar andere leveranciers. Als we in het verleden iets hebben gezien, is het hoe veerkrachtig de wereldhandel is.’

Ontwikkelingslanden behoren tot de grootste slachtoffers van Trumps handelsbeleid

Naast milieuproblemen zijn er meer kanttekeningen te plaatsen bij vrije handel. Het is natuurlijk fijn, al die goedkope spullen uit verre landen. Maar de lage prijskaartjes hebben ook een andere schaduwzijde: niet zelden zijn goedkope producten gemaakt door werknemers die tegen lage lonen lange dagen maken in onveilige werkomstandigheden.

Toch juicht de Groningse hoogleraar Timmer het niet toe als productiewerk in deze landen bruusk de nek wordt omgedraaid. Vrije handel heeft landen economisch opgetild, stelt hij. Het recept is telkens vergelijkbaar: dankzij hun goedkope arbeidskrachten kunnen deze landen als andermans werkplaats fungeren. Met het verdiende geld kunnen ze op termijn een geavanceerdere economie en meer welvaart ontwikkelen.

Japan, Singapore en Zuid-Korea werden er enkele decennia geleden groot mee. Onder meer China is ze achterna gegaan. Landen als Vietnam en Cambodja proberen dit voorbeeld nu te volgen.

‘Minder ontwikkelde landen worden disproportioneel geraakt door handelsbeperkingen’, zegt Timmer. ‘Zij hebben de wereldmarkt nodig om op grotere schaal te kunnen produceren en exporteren, omdat ze zelf nog maar weinig consumeren. Die ladder wordt zowat weggeschopt, als je ziet welke heffingen Trump oplegt aan een aantal landen in Zuidoost-Azië en Afrika.’

Die heffingen lopen op tot tientallen procenten. Trump heeft ze tot in juli op pauze gezet. Onduidelijk is of ze daarna weer ingaan of niet. Intussen staat voor Afrikaanse landen een handelsverdrag op de tocht dat ze in staat stelde meer dan 1.800 producten belastingvrij naar de VS te exporteren.

Wil je werkomstandigheden verbeteren, dan werkt het beter om westerse bedrijven te dwingen misstanden in hun eigen aanvoerketens op te sporen, denkt Timmer. Maar, stelt hij vast: Europese regels die hiervoor moeten zorgen, werden het afgelopen jaar juist afgezwakt. ‘De niet-financiële effecten die we net in beeld begonnen te krijgen, dreigen we weer uit het oog te verliezen.’

Als er al iets goeds komt van het handelsconflict met de VS, dan gebeurt dat als anderen het moment aangrijpen om betere handelsregels op te stellen, aldus de hoogleraar. De EU voelde zich bekneld door de regels van de Wereldhandelsorganisatie bij het opleggen van strengere importeisen op gebied van duurzaamheid en mensenrechten, zegt hij. ‘Nu dat systeem door de Amerikanen wordt opgeblazen, kan Europa opnieuw gaan nadenken over het opstellen van handelsafspraken. Afspraken die niet alleen leiden tot zo veel mogelijk handel tegen zo min mogelijk kosten, maar die meer rekening houden met sociale en milieuaspecten.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next