Home

De race om de Einsteintelescoop is nog niet gelopen, maar in Maastricht is men hoopvol: ‘Dit is een magneet voor talent en investeringen’

Het wordt een sleuteljaar in de race om de Einsteintelescoop, een wetenschappelijk megaproject met een prijskaartje van meer dan twee miljard euro. Nederland, in een gedeelde kandidatuur met België en Duitsland, wil het project koste wat kost binnenhalen en de telescoop in Limburg bouwen, maar is niet de enige kandidaat.

De stoffige hal in het oude Maastrichtse redactiegebouw van De Limburger heeft niet bepaald de allure die je verwacht van een nieuw onderzoekscentrum dat de ambitie koestert om de grenzen van de wetenschap te verleggen. Toch is dat precies wat hier moet gebeuren. Achter in het gebouw, in een volledig afgesloten steriele ruimte, staan zes hoge torens van glinsterend rvs, onderling verbonden door vacuümbuizen. De installatie is een mini-prototype van de wat de Einsteintelescoop moet worden, straks een van de meest geavanceerde meetinstrumenten ter wereld. Met de telescoop kunnen wetenschappers zwaartekrachtgolven meten, trillingen van ruimte en tijd die de grootste mysteries in de fysica kunnen helpen ontmantelen.

Albert Einstein piekerde tot zijn dood over hun bestaan – zwaartekrachtgolven. En zo ja, of ze überhaupt ooit waarneembaar zouden zijn. Hij ontdekte dat een versnellende beweging van massa, bijvoorbeeld twee zwarte gaten die om elkaar heen bewegen, trillingen veroorzaakt in het weefsel van de ruimtetijd. Die trillingen noemde hij zwaartekrachtgolven. Einstein zou uiteindelijk gelijk krijgen, al duurde dat wel tot zestig jaar na zijn dood. In 2015 werd in Californië voor het eerst zo’n zwaartekrachtgolf daadwerkelijk gemeten.

Ultieme telescoop

De Einsteintelescoop – ook wel E.T. genoemd – is ‘de ultieme telescoop’, zegt Stan Bentvelsen, wetenschappelijk directeur van het project in Maastricht, terwijl hij kijkt naar het glimmende prototype. ‘Omdat de telescoop zwaartekrachtgolven kan meten tot diep in het universum, veel verder terug dan de oudste lichtgolven en tot dicht bij de oerknal, kan de telescoop een compleet nieuw venster op het universum openen’, zegt de wetenschapper.

De telescoop heeft niet alleen een groot wetenschappelijk potentieel, ook economisch is het een gigaproject. De bouw van het telescoop zou 34 duizend arbeidsjaren vergen en het gebruik ervan nog eens 500 directe banen en 1.150 indirecte banen opleveren, zo wordt becijferd in een studie van Technopolis Group uit 2018. Het project zou ook een motor van talent en innovatie in de regio worden, zegt Bentvelsen, die de telescoop met de deeltjesversneller Cern vergelijkt. ‘Dit project is echt een magneet voor talent, en niet alleen voor wetenschappers, maar ook voor mensen met uiteenlopende expertises. De bouw ervan in Maastricht zou een enorme boost geven aan de bedrijvigheid in de regio.’

‘Zou’, zegt Bentvelsen, en daar schuilt het gevaar. Want hoewel de universiteit van Maastricht intussen informatieavonden organiseert voor buurtbewoners en in Kerkrade een heus ‘Einstein Telescope Education Center’ is opgetrokken (een museum gericht op middelbare scholieren), is het allerminst zeker dat de telescoop in Limburg terechtkomt. De gedeelde Nederlands-Duits-Belgische organisatie die de telescoop naar de provincie wil halen is namelijk niet de enige kandidaat die zijn zinnen heeft gezet op ‘E.T.’. Zo wil Italië de telescoop graag hebben op Sardinië en is ook de Oost-Duitse deelstaat Saksen geïnteresseerd in het project. De kandidaten werken daarom op dit moment aan een gedetailleerd projectvoorstel, dat in de loop van volgend jaar op tafel moet liggen. De beslissing wordt verwacht in 2026.

Nationale prioriteit

De Einsteintelescoop is niet de eerste telescoop die de trillingen kan meten, maar verlegt wel de grenzen van de huidige technologie. Op dit moment zijn er wereldwijd een vijftal installaties actief, tezamen goed voor gemiddeld drie zwaartekrachtgolfmetingen per week. Met zijn driehoekige installatie met zijden van zo’n 10 kilometer, wordt de Einsteintelescoop echter veel groter, en zal deze ondergronds gebouwd moeten worden om gevoeligheid voor trillingen te minimaliseren. Daardoor kan de telescoop vele malen gevoeliger meten. Het resultaat, afgaande op prognoses van wetenschappers: geen drie, maar wel drieduizend waarnemingen per week.

In februari verhief minister Eppo Bruins (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, NSC) het project tot ‘nationale prioriteit’. Volgens de minister kan de Einsteintelescoop ‘een kraamkamer van nieuwe wetenschap’ zijn, die ‘niet alleen leidt tot nieuwe ontdekkingen over het heelal, maar ook veel nieuwe technologie kan opleveren die het leven zal veranderen.’ Nederland investeerde al 58 miljoen euro in de komst van het project en maakt nog eens 870 miljoen euro vrij voor de bouw, mocht de telescoop in Limburg komen te staan.

‘We krijgen ontzettend veel steun van onze overheid’, zegt Bentvelsen. ‘Het gehele wetenschappelijke veld in Nederland staat onder spanning vanwege de aangekondigde bezuinigingen, en toch heeft dit project wat extra’s gekregen de afgelopen periode’, zegt de wetenschapper, die wel meteen aanstipt dat voor de realisatie van de telescoop nog meer financiële middelen nodig zijn. Het economische potentieel van de telescoop is weliswaar groot, maar het kostenplaatje daarmee navenant. De bouw van de telescoop zal naar verwachting 2,3 miljard euro kosten en het gebruik jaarlijks nog eens 50 miljoen euro, blijkt uit een recente studie van Econopolis

Duitsland

In België staat de telescoop ook hoog op de politieke agenda, de Vlaamse regering reserveerde onlangs 200 miljoen voor het project. De grote vraag op dit moment, is wat Duitsland zal doen. Het land heeft twee deelstaten die zich gekandideerd hebben voor het project, Noordrijn-Westfalen en Saksen. Het is nog onduidelijk of de nieuwe Duitse regering een van de kandidaturen boven de ander verkiest, en zo ja, welke.

‘Deze zomer zal de positie van Berlijn duidelijk worden’, zegt Bentvelsen. ‘Die beslissing is echt cruciaal, want als Duitsland zich niet financieel inmengt, zien onze kansen er heel anders uit.’ Eens te meer, omdat ook in Sardinië groot geld wordt opgehaald voor de komst van de telescoop. De Italiaanse overheid heeft daarvoor al 1,3 miljard euro vrijgemaakt.

Het financiële plaatje is één ding, maar de Universiteit Maastricht bouwt ook een wetenschappelijke businesscase, waarin een belangrijke rol is weggelegd voor de Limburgse grond. Die heeft namelijk een zachte boven- maar harde onderlaag, waardoor onder de grond maar weinig trillingen doordringen. Dat is belangrijk omdat trillingen, bijvoorbeeld afkomstig van windmolens of treinsporen, de metingen kunnen verstoren. Sardinië en Saksen beroepen zich op gelijke gronden in hun race om de telescoop. Seismologisch onderzoek moet nog dit jaar moet uitwijzen waar de ondergrond het beste geschikt is voor de bouw van de telescoop.

‘Dat seismologische onderzoek is belangrijk’, zegt Bentvelsen, maar je moet het project ook kunnen waarmaken. ‘Sardinië is een afgelegen eiland, wij zitten hier in een technologische topregio.’ Als Nederland nog naast het project zou grijpen, zijn de vele miljoenen echter niet verloren, volgens de wetenschapper. ‘Het prototype hier, de ETpathfinder, kan in de toekomst worden gebruikt voor onderzoek. Maar goed, we willen ook gewoon winnen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next