Er is in de laatste jaren steeds meer aandacht voor ‘hostile architecture’, architectuur die de aangename beleving van de buitenruimte geweld aandoet. Het gaat om ontwerpen die afwerend moet werken op bepaalde groepen die overlast zouden veroorzaken. Maar dat groen ook ‘hostile’ of onvriendelijk kan zijn, daar staan veel mensen niet bij stil.
Ik weet nog goed hoe verbouwereerd mijn kinderen keken toen ze een keer met hun blote voetjes van het gras gestuurd werden in een Parijs stadspark. Waren we daar in een miljoenenstad vol musea, wilden mijn kinderen het liefst naar kevers kijken. Maar net als kevers, blijken kinderen met vieze voeten een zeldzaamheid in Parijs. Zo erg is het nog niet in Nederland, maar toch is er steeds meer ‘onvriendelijk groen’. Groen dat er niet van is gediend als mensen het aanraken.
Zairah Khan is stadsvernieuwer. In de maand april is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid. Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
In de Haagse wijk Transvaal stuitte ik op een heg met een hek erom. Ik vond het een aanfluiting, voor zowel heg als bewoners. Wat zou hiervan de boodschap kunnen? ‘Mensen in deze wijk weten niet hoe ze met natuur om moeten gaan, dus doen we er even een hekje om. Loop maar weer verder.’ Volgens mij kan de gemiddelde heg prima voor zichzelf zorgen, ook in de stad.
Wat mij ook opvalt is dat het groen in bepaalde wijken heel anders is als in ‘bakfietswijken’. Met ‘bepaalde wijken’ bedoel ik natuurlijk versteende wijken, waar toevallig ook veel mensen wonen die het economisch wat minder breed hebben. Maar in bakfietswijken mogen kinderen blijkbaar wel met modder spelen, want daar staan geen hoge hekken om de bosjes.
Recent onderzoek van stichting Natuur en Milieu en Architecten- en ingenieursadviesbureau Sweco laat zien dat het aantal versteende buurten de afgelopen vijf jaar met bijna 8 procent is toegenomen. In de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht is maar liefst 70 procent van de wijken versteend. Landelijk is er een afname van stedelijk groen ten opzichte van een toenemende aantal woningen.
Maar er is niet alleen kwantitatief minder groen in steden: het groen is op sommige plekken ook kwalitatief gezien een stuk minder aantrekkelijk. Monotone stekelige bosjes, waar zwerfafval in blijft hangen. Ja, het is groen, maar daar is dan ook echt alles mee gezegd. Dat terwijl de bloembollen een kilometer verderop uit de grond schieten.
Daarbij komt nog dat het gras in sommige delen van de stad letterlijk groener is. Een grasveld in een versteende wijk moet namelijk een grotere schare kinderen én hogere temperaturen verduren (doordat steen meer warmte vasthoudt). Dus in de zomer ligt het groen er geel en verdord bij. In plaats van er een sproeier op te zetten, wat tijd en geld kost, wordt regelmatig gekozen om er dan toch maar kunstgras over te leggen.
Het ene groen is dus groener dan het andere groen, net zoals sommige dieren gelijker zijn dan andere dieren in Orwells klassieker. Natuur als klassescheidslijn, het kan niet zo bedoeld zijn door de ontwerper.
Nee, er is gelukkig wel een ‘logische’ verklaring. Dat het groen er op sommige plekken zo troosteloos uitziet, komt doordat er bij gemeenten vaak andere richtlijnen zijn voor wijken waar de gebruiksdruk hoog is. De versteende wijken dus. Daar wordt niet alleen voor ‘robuuster’ groen gekozen maar ook voor ‘hufterproof’ speeltoestellen.
Toch kan een ontwerp ook onbedoeld onvriendelijk of zelfs kwetsend zijn. Ik geloof dat onze omgeving een spiegel is. Een waarin je onvrijwillig kijkt. Ziet de omgeving en somber en vies uit? Dan voel je je ook somber en vies. Zien de beplanting en de speeltoestellen er ‘hufterproof’ uit? Dan voel je je ook een hufter.
Volgens diezelfde logica is het tegendeel ook waar: in wijken waar mensen het economisch wat minder hebben, is er juist een grotere behoefte aan tulpen in de middenberm. Aan plekken waar het gonst van het leven en het veilig is om te spelen in de modder. Juist daar kan natuur een motor zijn voor ontwikkeling en positiviteit. Juist daar mag er best een takje sneuvelen in het vrije spel van kinderen. Juist daar zou vriendelijkheid het uitgangspunt moeten zijn van de inrichting van de buitenruimte – zodat de bewoner zich gewaardeerd en beschermd voelt, in plaats van de heg.
Ja, groen is kwetsbaar zonder hekje. Maar het is wel degelijk sterk. Takken groeien namelijk weer aan. En ook als mens voelen we ons soms als die geknakte tak. De natuur kan dan troost bieden, maar alleen als we er dan echt contact mee kunnen maken – ook midden in de stad.
Kwetsbaar, in plaats van te kwetsen. Kwetsbaar, maar tegelijkertijd sterk. Laat dat de spiegel zijn die wij, ontwerpers, mensen voorhouden.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant