Home

Special: De bijzondere racecarrière van Helmut Marko

Helmut Marko viert vandaag zijn 82ste verjaardag. De Oostenrijker is tegenwoordig bekend als Red Bull-topadviseur, maar verdiende voorheen zijn sporen met z'n rechtervoet. Motorsport.com blikt terug op een bewogen racecarrière.

De wieg van Helmut Marko stond in Graz, een idyllische provinciehoofdstad van de Oostenrijkse regio Stiermarken: gelegen aan de oevers van de Mur en aan de voet van de Alpen. Door de vele land- en bergweggetjes is het een prima omgeving om met het racevirus geïnfecteerd te worden. En al helemaal als je ene Jochen Rindt - geboren in Mainz, maar opgegroeid bij zijn grootouders in Graz - tot je schoolvrienden mag rekenen. Beide heren gingen naar hetzelfde internaat in Bad Aussee, met de bijnaam 'gymnasium van de laatste hoop'.

In een Volkswagen Kever scheurde het duo al vroeg met veel te hoge snelheden over de bergweggetjes rond Bad Aussee, waarbij vooral de Koppenpass in trek was. Met een modern woord zouden we het duo 'straatracers' noemen. Natuurlijk zonder rijbewijs, maar Marko lacht als hij met Red Bull terugblikt op die tijd: "Als er iets gebeurde, dan liet Jochen gewoon zijn Duitse paspoort zien. Natuurlijk vroegen ze naar een rijbewijs, maar dan zei Jochen 'als je in Duitsland een paspoort hebt, dan heb je ook meteen een rijbewijs. Want ja, wat heb je anders aan een paspoort?'"

Marko beleefde veel plezier aan deze capriolen, maar durfde in de verste verte nog niet te dromen van langdurige broodwinning in de autosport. Dat leek ook weinig reëel. Marko kon namelijk prima leren en leek dus beter eieren voor zijn geld te kunnen kiezen met een 'normale' carrière. Het veranderde enigszins in 1961, toen zowel Marko als Rindt in eerste instantie zakten voor een examen en niet toegelaten werden tot de universiteit. "In plaats van naar huis te gaan en het ontnuchterende nieuws daar te vertellen, zijn we meteen in onze auto's gestapt en de hele dag doorgereden naar de Nürburgring. We hebben ook in de auto's geslapen en werden 's ochtends wakker in het bos met het geluid van Formule 1-auto's", herinnert Marko zich nog als de dag van gisteren. "Jochen zei meteen 'dit is iets voor mij, dit is precies wat ik wil'. Hij was toen negentien en ik was achttien." Het gebeurde inmiddels niet meer in de Kever, maar in een Simca.

Ondanks dat Marko qua snelheid meekon, beschikte over minder geld dan zijn vriend en stonden de ouders van Marko erop dat hij eerst zou gaan studeren. Waar Rindt de daad snel bij het woord kon voegen, bleef Marko met zijn racecarrière dus nog achter. De één deed meteen mee aan de 'Flugplatzrennen' in Zeltweg, de ander toog alsnog naar de universiteit voor een studie rechten. Rindt had al snel succes in de racewereld, de straatjes rond Graz bleken een prima leerschool. Zo trok hij naar Engeland en debuteerde hij in 1964 al in de Formule 1 met een geleende Brabham BT11, uitgerekend tijdens de Grand Prix van Oostenrijk. Een jaar later volgde in dienst van Cooper een derde plek in het wereldkampioenschap, zijn naam was gevestigd. En dat terwijl een zekere jeugdvriend van hem nog met allerlei juridische boeken worstelde. Uiteindelijk ook met succes. Marko promoveerde in 1967 in de rechtsgeleerdheid, hetgeen hem tot op de dag van vandaag de titel 'Doktor der Rechte' heeft opgeleverd.

Toch kroop het bloed uiteindelijk waar het niet gaan kon, ook bij Marko. Met een beter gevulde portemonnee en het succes van Rindt voor ogen, besloot hij alsnog de juridische wereld achter zich te laten en zijn geluk achter het stuur te beproeven. Eerst in de sportwagens en Formula Vee, waar hij trouwens al snel een andere Oostenrijker tegenkwam: ene Niki Lauda. Marko en Lauda konden het eveneens goed met elkaar vinden en trokken samen langs de Europese circuits. De man uit Graz hoefde in deze fase overigens niet onder te doen voor de latere drievoudige wereldkampioen. Zo doorbrak Marko als eerste man de tien minuten-grens (qua rondetijd) op de Nordschleife.

"Ik was altijd al geïnteresseerd in de racerij, maar had lange tijd niet het zelfvertrouwen om er echt vol voor te gaan. Toen ik Jochen zag slagen in Engeland, dacht ik ineens 'als hij het kan, dan kan ik het ook'. Ik moet hem net als alle Oostenrijkse coureurs erg dankbaar zijn, zonder hem was er niemand van ons doorgebroken. Hij heeft de weg voor ons vrijgemaakt", zou Marko jaren later terugblikken op de officiële F1-website. De uiteindelijke carrièreswitch heeft hem geen windeieren gelegd. Net als Rindt zou Marko de Formule 1 halen. Het eerste weekend als F1-coureur werkte hij trouwens af op de Nürburgring, juist, de plek waar Rindt en Marko in 1961 verslaafd waren geraakt aan de koningsklasse. Marko kwalificeerde zich niet voor de race, maar het eerste doel was in 1971 wel gehaald: de Formule 1 halen. "De Nordschleife was niet bepaald de beste baan om voor het eerst in te stappen. Ik weet ook niet precies meer waarom ik daar niet heb geracet en alleen de training heb gereden. Ik was wel in onderhandeling met Surtees en BRM op dat moment. Surtees dacht volgens mij dat ik al had getekend, maar dat was niet zo. Daardoor ontstonden er misschien wat juridische problemen."

Twee weken later kreeg Marko een herkansing tijdens zijn thuisrace op de Österreichring. Hij haalde de finish ditmaal wel, als elfde, en maakt voldoende indruk om het seizoen te mogen afmaken bij BRM. "BRM was op dat moment echt een grote naam, met een rijke historie. De glamour was er dus wel, maar ze reden soms met vier à vijf auto's per race. Daardoor werden de wagens niet allemaal even goed geprepareerd." Desondanks deed Marko weer genoeg om het vege lijf te redden en een jaar later mocht hij nogmaals aan de bak bij het Britse team. "Ik klom gaandeweg op in de rangorde en wilde dolgraag het nieuwe chassis van het team hebben. Daarin kwam ik vijftien centimeter hoger te zitten dan normaal. Ik kon mijn benen amper bewegen, maar wilde dat chassis maar wat graag gebruiken om te kunnen presteren."

Marko kreeg uiteindelijk zijn zin en leek met de nieuwe BRM P160B eindelijk furore te kunnen maken in de Formule 1. Punten lonkten en op termijn nog veel meer dan dat. Zover kwam het echter nooit. Een ongeluk tijdens de Grand Prix van Frankrijk gooide roet in het eten. Marko kwalificeerde zich keurig als zesde en sloot in de beginfase aan achter de Lotus van Emerson Fittipaldi, de latere wereldkampioen, en Ronnie Peterson. Laatstgenoemde ging in de negende ronde even wijd en katapulteerde daarbij onbedoeld een steentje met één van de achterbanden van zijn March. De steen vloog met de snelheid van een kogel richting Marko en doorboorde zijn vizier. De Oostenrijker bleef wonder boven wonder bij bewustzijn en wist zijn auto nog zelf aan de kant te zetten. Daar bleek de schade echter immens. Met een bebloed gezicht werd hij afgevoerd naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis, waar het slechte nieuws volgde: het linkeroog was verloren gegaan, de racecarrière van Helmut Marko voorbij.

"Die blessure aan het oog deed verschrikkelijk veel pijn. Ze moesten de boel uiteindelijk dichtnaaien, dus iedere knippering deed nog lange tijd pijn. Ik kon nachtenlang niet slapen, ook al omdat ik dacht dat autoracen het enige doel in mijn leven was. Tijdens één van die slapeloze nachten moest ik mezelf overtuigen: het is over, ik moet iets anders met mijn leven gaan doen. Ik kwam dus in een groot zwart gat terecht." Met slechts één oog en de onverdraaglijke pijn, begon Marko ook te malen. Want wat als? "Zonder dat nieuwe chassis zat ik vijftien centimeter lager en had die steen mij nooit geraakt." Desondanks besefte Marko na verloop van tijd ook dat het nog vele malen slechter had kunnen aflopen. Zo was zijn jeugdvriend Rindt inmiddels al in het harnas gestorven, hij zou na een fataal ongeval op Monza de boeken ingaan als de postume wereldkampioen van 1970. "Achteraf moet ik mezelf  gelukkig prijzen dat ik die periode heb overleefd, met alleen het verlies van een oog."

Wel was een veelbelovende racecarrière in de kiem gesmoord. Terwijl zijn jeugdvrienden Rindt en later ook Lauda allebei als F1-wereldkampioen de boeken ingingen, zullen we nooit weten hoe ver de ster van Marko had kunnen rijzen. Ironisch genoeg nam Lauda het BRM-zitje van hem over en vervolgde hij Marko's beoogde carrièrepad op weg naar glorie. Van wrok is echter nooit sprake geweest. "Niki nam mijn plek over bij BRM en kreeg uiteindelijk ook het Ferrari-contract dat ik in eerste instantie had. Maar ik ben nooit jaloers op hem geweest en ik denk nooit 'had ik ook zoiets kunnen presteren?' Ik ben namelijk geen dromer. Ik was zelfs degene die met Niki meeging toen hij Enzo Ferrari voor het eerst ontmoette", benadrukt hij de immer goed gebleven relatie.

De latere successen van Lauda zijn natuurlijk bekend, Marko moet het terugkijkend doen met successen in het endurance-racen. "In die tijd combineerden bijna alle coureurs het racen in sportwagens met de Formule 1." Marko deed het vooral in die eerste tak van sport verdienstelijk. Zo eindigde hij in 1970 overall als derde op Le Mans en pakte hij een jaar later de winst in deze 24-uursrace. Aan de zijde van Gijs van Lennep in de befaamde Martini Porsche 917K. "Ik ben later nog eens in het Porsche-museum geweest, waar die auto tentoongesteld staat, en kon toen niet geloven dat we met zo'n constructie 390 kilometer per uur op het rechte stuk van Le Mans hebben gereden. Het zag er allemaal zo fragiel uit. Eigenlijk mag ik blij zijn dat ik het hele tijdperk heb overleefd." De zege in Le Mans staat dermate hoog aangeschreven dat Marko het als één van de hoogtepunten uit zijn leven ziet - samen met de successen die later in de Formule 1 zouden volgen met Sebastian Vettel en Max Verstappen.

Die laatstgenoemde namen schetsen meteen de carrière van Marko nadat een glazen oog hem als coureur buitenspel had gezet. Naast eigenaar van twee hotels in Graz werd hij namelijk manager van Oostenrijkse coureurs, met Gerhard Berger en Karl Wendlinger als de meest succesvolle voorbeelden. Het smaakte naar meer en dus volgde er in 1989 een eigen raceteam. Met RSM Marko kwam hij onder meer uit in de endurance-racing, de DTM en de Formule 3000. Dankzij zijn contacten met een andere Oostenrijkse vriend, Dietrich Mateschitz, werd het team uiteindelijk omgedoopt tot Red Bull Junior Team. Het zou van cruciaal belang blijken voor het vervolg van zijn carrière. Na de aankoop van Jaguar F1 door Mateschitz spreekt Marko's rol namelijk voor zich. Het maakt Marko tot op de dag van vandaag één van de meest prominente figuren in de F1-paddock, de plek waar hijzelf ooit had willen schitteren als coureur. "Of de jonge Red Bull-rijders dit verhaal ook allemaal kennen? Geen idee, ik vraag ze er in ieder geval niet naar."

Source: Motorsport

Previous

Next