is econoom en publicist.
Deze week fotografeerde ik drie blauwtjes, kleine vlindertjes, veelal betoverend van kleur. Het icarusblauwtje en het boomblauwtje komen ook in Nederland voor, maar het klein tijmblauwtje niet. Ik was dan ook in Zuid-Frankrijk, waar je al wandelend dezer dagen je ogen niet kunt opslaan zonder een, twee, drie vlindersoorten te zien fladderen. Hun schoonheid en kwetsbaarheid, dat spreekt me in deze insecten zo aan.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Des te harder kwam het vlindernieuws uit Nederland aan. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Vlinderstichting brachten deze week het nieuws dat ‘de vlinderstand voor het tiende jaar op rij daalde’. In 2024 werd het laagste niveau van de vlinderstand bereikt sinds het begin van de tellingen, begin jaren negentig van de vorige eeuw. Tussen 1992 en 2024 zijn vlinderpopulaties gemiddeld met 56 procent afgenomen.
Het zijn feiten. Ze kloppen. Er zijn niet alleen getallen tot achter de komma, maar er zijn zelfs keurige betrouwbaarheidsintervallen getekend rond de geschetste trend. Maar het is geen nieuws. Deze officiële tellingen haalden de krant deze week dan ook niet. Pas als er iets verandert aan het beeld van daling, van achteruitgang, van uitsterven, is er weer nieuws te melden. Journalistiek akkoord.
Intussen heb ik wel vragen: hoe zit het met de natuurbeschermingsorganisaties in Nederland? Preciezer: waarom halen ze hun doelstelling niet. Al jaren niet. Al decennia niet. En gaan ze toch door alsof er niets aan de hand is?
Ik neem nu de Vlinderstichting als voorbeeld. Maar hetzelfde geldt voor de andere clubs, of ze nu specifieke soorten willen beschermen of bepaalde gebieden. De doelstelling is altijd: beschermen. En wat er feitelijk vooral gebeurt is: netjes de achteruitgang documenteren.
De Vlinderstichting ‘beschermt al meer dan 40 jaar vlinders en libellen’ staat op de website te lezen, en het resultaat van de inspanningen is dus een afname van de vlinderstand met 56 procent. Ben je dan goed bezig?
Natuurlijk, tussen doel (beschermen) en uitkomst (achteruitgang) huist de harde realiteit. En die heeft een natuurclub nu eenmaal niet in de hand. In het nieuwsbericht van deze week memoreren CBS en Vlinderstichting dan ook dat er drie hoofdoorzaken zijn van de dalende vlinderstand. Als eerste het verlies aan leefgebieden, die bovendien aan kwaliteit inboeten door stikstofdepositie. Dan: klimaatverandering. Ten slotte: het gebruik in de landbouw van chemische bestrijdingsmiddelen om insecten te doden.
Daar kunnen natuurclubs toch moeilijk tegenop? Dan is het toch knap dat de daling ‘maar’ 56 procent is?
Je kunt er ook anders tegenaan kijken. Minder leefgebieden? Zorg dat er méér komen. Stikstofdepositie? Laat het stoppen. Klimaatverandering? CO2-uitstoot omlaag. Insecticiden? Dring het gebruik terug. Oorzaken die op het eerste gezicht ‘gegeven’ zijn, zijn dat op het tweede gezicht allerminst. Wel op korte termijn voor een kleine individuele natuurorganisatie misschien. Maar niet op langere termijn voor allemaal tegelijk. Al heb je voor verandering in veel gevallen wel de overheid nodig.
De vier grootste natuurorganisaties (Natuurmonumenten, Wereld Natuur Fonds, Vogelbescherming en de Provinciale Landschappen) hebben samen 1,7 miljoen leden en met de kleine clubs mee, zoals de Vlinderstichting, zijn 2 miljoen mensen lid van een natuurclub. Met zo’n achterban kun je best eisen stellen hoor, in Den Haag.
Sla eens met de vuist op tafel daar, zou ik willen aanbevelen. Het is interessant als de afbraak van de natuur netjes gedocumenteerd wordt. Maar de natuur opnieuw tot bloei brengen is beter.
Frank Kalshoven is econoom en publicist. Reageren? Email: frank@frankkalshoven.nl.
Source: Volkskrant columns