Landbouwminister Femke Wiersma heeft eindelijk een paar plannen om de landelijke stikstofuitstoot te verlagen. Maar haar ‘startpakket’ ontbeert cruciale details en geborgde, stevige maatregelen. De landsadvocaat is sceptisch.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Aan de Kamerbrief van minister Femke Wiersma (BBB) is af te lezen dat deze met hangen en wurgen tot stand kwam. Premier Dick Schoof had het land eerder plechtig beloofd dat de plannen om Nederland van het stikstofslot te halen vóór eind april het daglicht zouden zien, dus Wiersma mocht de laatste ministerraad van deze maand niet met lege handen verlaten.
Het (voorlopige) resultaat oogt allesbehalve robuust. Ten eerste valt op dat het kabinet het recente vonnis van de Haagse rechtbank in de Greenpeace-zaak rücksichtslos opzijschuift. De rechtbank verplichtte het kabinet in januari de landelijke stikstofuitstoot voor eind 2030 minimaal te halveren ten opzichte van 2019, op straffe van een dwangsom van 10 miljoen euro. Dat bedrag is peanuts op een rijksbegroting van, tegen die tijd, meer dan 500 miljard euro. Het kabinet heeft zich er dan ook niet door laten afschrikken. Wiersma is trouwens in beroep gegaan tegen het vonnis.
Het kabinet streeft vanaf nu naar een halvering van de stikstofuitstoot in 2035, kondigt Wiersma aan. Dat is niet alleen vijf jaar later dan de Haagse rechtbank eist, maar ook vijf jaar later dan de commissie-Remkes enkele jaren geleden adviseerde. Bovendien vraagt zij van de landbouwsector, de grootste stikstofvervuiler, een relatief kleinere inspanning dan van het verkeer en de industrie.
De landbouw moet zijn uitstoot voor eind 2035 maar met 42 tot 46 procent te verminderen, terwijl de andere twee sectoren die moeten halveren. Deze nieuwe emissiedoelen moeten uiteindelijk de huidige wettelijke doelen vervangen. Die zijn gebaseerd op de stikstoftolerantiegrens (KDW) van de natuur.
Volgens Wiersma leveren alle sectoren hiermee een ‘evenwichtige bijdrage’, omdat de opgave ‘niet onevenredig bij één specifieke sector’ mag komen te liggen. Maar van de stikstofneerslag op Natura 2000-gebieden uit binnenlandse bron is 76 procent afkomstig van de landbouw, 16 procent van het verkeer en slechts 3 procent van de industrie. Bovendien dalen de stikstofemissies van het verkeer en de industrie momenteel al sneller dan die van de landbouw.
Desondanks blijft het kabinet de boeren ontzien. Ook nu komen er geen verplichte maatregelen voor de landbouw. De beoogde uitstootdaling wil Wiersma voornamelijk bereiken met vrijwillige uitkoop, extensivering (minder vee houden per hectare) en technische maatregelen zoals het toedienen van minder eiwitrijk veevoer en stalinnovaties. Maar extensivering verlaagt het inkomen van de boer en technische maatregelen vergen grote investeringen. Wiersma wil boeren daarvoor zoveel mogelijk compenseren door de rekening bij de belastingbetaler neer te leggen.
De gevraagde miljarden heeft ze (vooralsnog) niet weten los te peuteren bij de onderhandelingen over de Voorjaarsnota. Coalitiegenoten VVD en NSC willen alleen met extra miljarden over de brug komen als Wiersma kan garanderen dat al die financiële steun voor boeren het gewenste effect sorteert; namelijk een substantiële afname van de stikstofbelasting op de natuur. Volgens VVD en NSC is dat de enige manier waarop vergunningen voor nieuwe economische activiteiten stand zullen houden bij de rechter.
Maar Wiersma wil de boeren nergens toe verplichten, zolang ze geen geld krijgt om de pijn te verzachten. Dat ze eerder 4 tot 7 miljard euro nodig zei te hebben om circa 1.800 boeren in 250 meter-zones rond de Veluwe en De Peel te compenseren, wordt in VVD-kringen als ‘absurd’ gekwalificeerd. Wiersma moet het voorlopig doen met 600 miljoen euro extra. Het is nog niet bekend welke specifieke stikstofmaatregelen boeren en bedrijven in die smalle bufferzones rond de twee grote Natura 2000-gebieden moeten nemen.
Dat is niet het enige mistige aspect in Wiersma’s brief. De patstelling over geld versus ‘juridische hardheid’ van het beleid heeft er duidelijk toe geleid dat de belangrijkste besluiten weer op zich laten wachten. Zo bevestigt Wiersma met haar brief definitief dat er een nieuwe vrijwillige stoppersregeling voor boerenbedrijven dichtbij natuurgebieden komt.
Ze trekt daar 750 miljoen euro voor uit, maar hoe die regeling eruit gaat zien blijft onduidelijk. De details worden pas later uitgewerkt. Dat geldt ook voor de tijdelijke extensiveringsregeling (budget: 627 miljoen euro), die veehouders drie jaar lang inkomenssteun biedt als ze tijdelijk minder vee gaan houden.
Wiersma trekt 200 miljoen euro uit voor de ontwikkeling van ‘doelsturing’, inclusief stikstofmeetapparatuur voor veestallen. Doelsturing is een vrijwel Kamerbreed gesteund, nog in te voeren landbouwsysteem. Daarbij mogen boeren zelf bepalen hoe ze aan hun bedrijfsspecifieke emissieplafond voor 2035 gaan voldoen. Voor natuurherstel reserveert het kabinet nog eens 100 miljoen euro. Ze spreekt zelf van een ‘startschot’ om de vergunningverlening weer mogelijk te maken en ‘perspectief te bieden’.
Maar de landsadvocaat heeft er een hard hoofd in dat Wiersma’s vage plannen zullen slagen. De jurist hamert er in zijn advies aan Wiersma op dat uit de jurisprudentie duidelijk blijkt dat de emissiedaling doorrekenbaar, gegarandeerd, en deels al verwezenlijkt moet zijn voordat er weer vergunningen verleend kunnen worden. Anders is er ‘geen sprake van het door u gewenste perspectief op juridisch houdbare vergunningverlening’, schrijft de landsadvocaat.
Die boodschap lijkt tot Wiersma (en de BBB-fractie) niet door te dringen. Zo wil Wiersma nog steeds een drempelwaarde van 1 mol stikstof invoeren voor vergunningen. Bedrijven die minder uitstoten worden dan vrijgesteld van de vergunningplicht. De Raad van State zal binnenkort over dit plan oordelen, maar Wiersma laat in het midden wat ze met dat oordeel doet, mocht dat negatief zijn. Het persbericht dat de Kamerbrief vergezelt stelt onomwonden dat het kabinet de drempelwaarde wil invoeren.
Als ze die ‘rekenkundige ondergrens’ voor vergunningverlening voor de zomer invoert (dat kan zonder toestemming van de Tweede Kamer), maakt ze dezelfde fout als voorgaande kabinetten met het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State vernietigde het PAS in 2019, omdat de overheid onder dat regime vergunningen verstrekte voor nieuwe stikstofuitstoot op basis van de boterzachte belofte dat die emissies op enig moment in de toekomst wel gecompenseerd zouden worden - wat dus niet gebeurde.
Die toestemmingsverlening ‘op de pof’ dreigt nu weer als Wiersma alvast een drempelwaarde en een aantal andere generieke vrijstellingen voor vergunningverlening invoert, terwijl de bijbehorende maatregelen voor gebiedsgerichte stikstofreductie nog in de embryofase verkeren.
In haar brief heeft ze het ook weer over het ‘herijken’ (lees: schrappen) van natuurgebieden en het ‘aanpassen’ van de instandhoudingsdoelstellingen uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. Ook heeft ze het over ‘realistisch, haalbaar’ beleid; politiek jargon voor ‘geen pijnlijke maatregelen’.
Alles over politiek vindt u hier.
Alinea 3
Klaar? Vergeet de doorleessuggesties niet!
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant