is wetenschapsjournalist en columnist van de Volkskrant.
Op eerste paasdag gebeurde er in Rotterdam iets verschrikkelijks. Of, althans, als we De Telegraaf mogen geloven. ‘Duizenden moslims’, schreef columnist Rob Hoogland, eigenden zich die dag ‘een stukje westerse samenleving toe dat ze nooit meer zullen teruggeven’. Zijn collega Nausicaa Marbe concludeerde dat ‘dit land niet weerbaar is tegen de islamistische overname van de publieke ruimte.’
Steen des aanstoots was een protestmars tegen Israëls genocide op de Palestijnen in Gaza. Imams hadden iedereen opgeroepen te komen en vooraf schokkende dingen gezegd als: ‘Zij verliezen hun kinderen en wij dreigen onze menselijkheid te verliezen.’ En: ‘Onze stemmen verenigen zich. Als één hart, één ziel. Genoeg is genoeg.’
En dat tijdens Pasen! Een dag waarop Jezus niet zo belangrijk is dat de viering van zijn opstanding mensen ervan weerhoudt om naar de koopgoot of Ikea te rijden, een dag waarop God er niet genoeg toe doet dat Israël stopt met het uitroeien en verminken van Palestijnse burgers, maar blijkbaar ook een dag waarop we zo vroom zijn dat een vreedzame demonstratie tegen volkerenmoord onverteerbaar is. ‘Maximale geestelijke terreur’, noemde Marbe het.
Het is best effectief, natuurlijk: zo gaat het gesprek van de dag niet meer over de inhoud van het protest maar over de timing, en over hoe snood en wreed die akelige moslims toch wel niet zijn – al jaren het favoriete gespreksonderwerp op rechts. Maar, laten we wel wezen: het is bullshit.
De mensen die op eerste paasdag demonstreerden, deden dat niet uit ‘terreur’ of om iets af te nemen van de ‘westerse samenleving’. Ze gingen de straat op omdat ze hebben gezien wat Israël doet met de Palestijnen. Omdat ze weten wat er in Gaza gebeurt. Omdat ze weten dat onze regering dit steunt. Ze weten het, zoals we het allemaal weten.
We weten hoe kinderen eruitzien die blaadjes eten omdat er geen brood meer is, geen rijst, geen bonen. We weten hoe Rafah veranderde van een stad vol leven in een rode lijn voor sommige westerse politici in toch maar geen rode lijn in een grijze woestenij van gruis en puin. We weten dat artsen in Gaza vertellen dat ze elke dag kinderen zien die gericht door hun borst of hoofd zijn geschoten. We weten wat een journalist doet die levend verbrandt in een tent terwijl hij aan een tafel aan het schrijven is.
We weten hoe de stem van een hulpverlener klinkt wanneer Israëlische soldaten het vuur op hem openen. We weten dat gezinnen zo dicht mogelijk bij elkaar slapen, zodat ze in een nacht vol bommen samen overleven of samen sterven. We weten dat kinderen die vermorzeld zijn onder het puin van een gebombardeerd gebouw zo veel verbrijzelde botten hebben dat hun lichaampjes grijs en slap, bijna als een lap of handdoek, in de armen hangen van iemand die had gehoopt hen te kunnen redden.
We weten welk geluid een moeder maakt terwijl ze over straat rent met haar onthoofde baby tegen haar borst geklemd. We weten hoe een vader huilt wanneer hij tussen het puin naar stukjes vlees en botten van zijn gezin zoekt, om die samen in een zakje te doen, zodat hij tenminste iets heeft om te begraven. We weten hoe een jongetje kijkt wanneer hij zijn babyzusje naar een massagraf draagt. We weten hoeveel mannen ervoor nodig zijn om een moeder zover te krijgen dat ze het lijkje loslaat van wat tot een uur geleden haar laatste nog levende kind was.
We weten dat er in ziekenhuizen in Gaza hoekjes zijn waar ouders tussen de lichaamsdelen kunnen zoeken naar een armpje of beentje dat hen bekend voorkomt. We weten wat een vader zegt die een dode foetus in een piepkleine lijkwade bij zijn kind in een grafje legt: zodat je je niet zo alleen voelt.
Hoe kan iemand dit weten en niet de genocide maar het protest ertegen veroordelen? Hoe kun je dit weten en denken dat een feestdag belangrijker is dan verzet? Hoe kun je dit weten en wegkijken? Hoe kun je dit weten en niet de straat opgaan?
Hoogland vreest dat moslims zich op eerste paasdag een stukje samenleving hebben toegeëigend dat ze nooit meer terug zullen geven. Daar ben ik niet bang voor. Maar ik ben als de dood dat we als land een deel van onze menselijkheid hebben ingeleverd dat we nooit meer terug kunnen krijgen.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant