Tommy Wieringa is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Aziatische volkeren, schreef Plutarchus, waren onderworpen aan de wil van een tiran omdat ze het woord ‘nee’ niet konden uitspreken. Dat bepaalde hun noodlot. Een schitterende anekdote, onderwerping aan een alleenheerser vanwege het ontbreken van een woord.
In de ruimte van het ontbrekende ‘nee’ vestigt ook vandaag de sterke man zijn heerschappij. Om dat proces te bespoedigen zal hij de instituten die ‘nee’ kunnen zeggen tegen zijn macht moeten saboteren. De georganiseerde tegenspraak van universiteiten, rechtsspraak, ngo’s en mensenrechtenorganisaties moeten afbreken.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het verbluffende gemak waarmee dat kan gaan is overal te zien. Er is een van staatswege erkende categorie van uitvoerders nodig (‘willing executioners’ in de breedste zin van het begrip) en een meerderheid die het ‘nee’ niet langer kan uitspreken. Het stokt ze in de keel tegenover de veronderstelde almacht die zich meester heeft gemaakt van de vrije wil. Angst is het gif dat de tong verlamt.
De staat vestigt zich in het land als een bezettingsleger, schreef Alexander Herzen over het Rusland van de tsaren. Aan deze bezettingsmacht wordt iedereen onderworpen, de zogenaamde volksvijand als eerste en daarna ook de meeloper en de collaborateur, die dachten dat ze vrijuit gingen door hun verraad.
Het ‘nee’ verdwijnt ook vandaag op tal van plaatsen uit het vocabulaire, zoals het uitroepteken verdween uit de taal van het Derde Rijk. Over de veranderingen in de nazitaal en het verdwijnen van het uitroepteken schrijft Victor Klemperer in LTI: ‘Het is alsof ze alles zo vanzelfsprekend tot aanroep en uitroep maakt dat ze daarvoor geen speciaal interpunctieteken nodig heeft, want waar zijn de bescheiden verklaringen waartegen de uitroep zich zou moeten afzetten?’
Elke uitspraak is zelf uitroepteken geworden, zoals ook alles ‘ja’ is geworden door het ontbreken van het ‘nee’. In 1933 droegen burgers in nazi-Duitsland een speldje met ‘Ja’ erop, voorafgaand aan verkiezingen waarin de democratie werd afgeschaft en de eenpartijstaat werd bekrachtigd.
Een kleine honderd jaar later blijken de grootste advocatenkantoren ter wereld niet bestand tegen de veronderstelde almacht van de Amerikaanse president. Bij de eerste intimidatiepogingen van het Witte Huis gingen ze al door de knieën. In Nederland wist Allen & Overy – tegenwoordig A&O Shearman – niet hoe vlug het moest toegeven aan de Amerikaanse chantage. Het kantoor liet zijn diversiteitscriteria zonder tegenspraak vallen en beloofde voor 125 miljoen dollar aan gratis rechtsbijstand te verlenen aan door de Amerikaanse overheid te bepalen doelen. Werknemers toonden zich geschokt, maar van een uittocht bij het kantoor lijkt geen sprake. Een beetje ‘ja’ is al genoeg om het fascisme voluit te steunen. Daarmee gaat terrein verloren dat niet meer is terug te winnen.
Als advocaten de rechtsstaat als eerste verlaten, wie zullen hem dan nog verdedigen? In zijn pamflet Over tirannie schrijft Timothy Snyder over het belang van beroepsethiek: ‘Het is moeilijk om een rechtsstaat af te breken zonder advocaten, of om showprocessen te houden zonder rechters.’
We zullen kortom collectief ‘nee’ moeten leren zeggen, ongeacht het offer. Het voor de spiegel oefenen: Nee. Nee. Nee. Zoals je leert op zelfverdedigingscursus. Net zolang tot het er gemakkelijk uitrolt wanneer het erop aankomt. Anderen helpen met de articulatie van de weigering. Zodat we niet de geschiedenis ingaan als de onnozelaars die hun vrijheid verloren omdat ze het ‘nee’ waren verleerd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns