Home

Bij gebrek aan overheidsbeleid doen deze Friese boeren zelf aan landschapsbeheer

Het stikstof- en natuurbeleid is geschrapt, maar de doelen en noodzaak tot actie blijven. In de Noordelijke Friese Wouden pakken boeren zelf de handschoen op. ‘Als je vooroploopt kun je meeregeren, als laatkomer word je geregeerd.’

is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.

In een weiland even buiten het Friese Kollum graast een groepje reeën. Wanneer melkveehouder Reijer den Hartog ze opmerkt, stuurt hij zijn terreinwagen behoedzaam dichterbij. De dieren trekken zich aanvankelijk weinig aan van het bezoek. Dan zet de groep zich alsnog in beweging, tussen twee elzensingels door, met een sierlijke sprong de sloot over, naar het volgende weiland.

De boomsingels zijn essentieel voor de reeën in dit gebied, verklaart Albert van der Ploeg, voorzitter van boerencollectief Noardlike Fryske Wâlden (NFW), vanaf de achterbank. Niet alleen omdat ze er voedsel vinden. ‘Als binnenkort de eerste reekalfjes worden geboren, kunnen die er mooi in schuilen.’ Half maart steken de elzen nog kaal af tegen de door de felle zon belichte schapenwolken. Maar zodra hun loof is aangegroeid bieden de houtsingels de beschutting die de reeën nodig hebben om van het ene stuk bos naar het andere te komen.

De Noordelijke Friese Wouden, in het noordoosten van de provincie, staan bekend om hun coulisselandschap met elzensingels. Twee rijen elzen, gescheiden door een sloot, zijn hier de gebruikelijke afbakening tussen twee percelen. Het onderhoud van de singels is in handen van boeren. Den Hartog wijst naar een kale sloot recht voor de auto. ‘Daar zou er nog een stuk houtsingel bij kunnen’, zegt hij. ‘We kunnen meer’, klinkt het bevestigend van de achterbank.

Meer groenblauwe dooradering, zoals de ambtelijke verzamelterm voor onder meer houtsingels, heggen en slootjes luidt, was een van de doelen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Met dat plan wilde het kabinet-Rutte IV op het platteland werken aan minder stikstof, schoner water, een robuustere natuur en een beter klimaat. Een transitiefonds van 24,3 miljard euro diende als smeermiddel. Provincies maakten per gebied een apart plan, in overleg met waterschappen, gemeenten, boeren, natuurbeheerders en deskundigen.

Twee maanden na haar aantreden zette minister van Landbouw Femke Wiersma (BBB) een streep door de plannen én het fonds. Te weinig concrete maatregelen voor te veel geld, vond de minister. Haar achterban hing de vlag uit: die zag het NPLG als een kostbare vorm van boertje pesten. De doelen op het gebied van stikstof, natuur, klimaat en waterkwaliteit staan nog, het door Wiersma beloofde alternatief blijft uit.

Vergaderboer

In Noordoost-Friesland is het maken van plannen doorgegaan. ‘We hebben ambities in dit land, ook de landbouw moet zijn bijdrage leveren’, zegt Van der Ploeg. Boeren moeten zelf het initiatief nemen, is zijn overtuiging. Anders zet de schaalvergroting door, en is niet alleen het landschap maar ook de toekomst van boeren in het geding.

Van der Ploeg is een typische vergaderboer. De schapen- en vleesveehouder was wethouder voor het CDA in de gemeenten Dantumadiel en Dongeradeel en zet zich al jaren in voor agrarisch natuurbeheer. Gloedvol vertelt hij over de kleine percelen met elzensingels, die typerend zijn voor de Noordelijke Friese Wouden. ‘De boeren koesteren dat. Wordt het overgenomen door een ander bedrijf, dan gaan die kappen om het efficiënter en grootschaliger te maken. Terwijl die kleinschaligheid een waarde heeft. Die willen we behouden.’

Gebiedsofferte

Op 4 februari overhandigde de vereniging Noardlike Fryske Wâlden, samen met twee Groningse collectieven, een zogeheten ‘gebiedsofferte’ aan de provincie en het ministerie. Daarin zetten de boeren op een rij welke maatregelen zij kunnen nemen om natuur- en milieudoelen dichterbij te brengen, en welke ondersteuning (financieel of anderszins) ze daarvoor van de overheid nodig hebben.

De boeren stellen onder meer voor CO2 op te slaan in hun grasland, elzensingels en andere landschapselementen aan te leggen en intensiever te beheren, en meer ruimte te maken voor weidevogels. Met beter voer, meer weidegang en minder koeien per hectare zou de stikstofuitstoot omlaag kunnen.

De eerste reacties zijn positief. De provincie Friesland laat in een reactie weten ‘onder de indruk’ te zijn ‘van de inzet die is geleverd door het collectief NFW en de bereidwilligheid van boeren om hierin te participeren’. De voorgestelde maatregelen ‘komen overeen’ met de plannen die eerder onder begeleiding van de provincie werden gemaakt.

‘Wat ik van groot belang vind, is dat dit initiatief en de ideeën vanuit het landelijk gebied komen’, zei minister Wiersma bij de presentatie. Net als de boeren zelf vindt ze het belangrijk dat er hun niets wordt opgelegd, en overal een beloning tegenover staat. Tegelijkertijd hoeft dit voor het ministerie ‘niet op elke vierkante meter in Nederland’ te gebeuren, zo laat een woordvoerder weten. Wiersma werkt aan een aanpak die zich richt op gebieden met een ‘hoge of complexe opgave’.

Fijnmazig netwerk

Dat neemt niet weg dat ook in andere delen van het land boeren hun eigen plan hebben getrokken. In delen van de Achterhoek en het Groene Hart zijn vergelijkbare projecten. Het zijn doorgaans gebieden met een lagere veebezetting of een traditie van agrarisch natuurbeheer.

De Noordelijke Friese Wouden hebben beide. Een fijnmazig netwerk van sloten voor afwatering verdeelt het gebied in kleine percelen. Elzensingels dienen als veekering en voor houtproductie. De kleinschaligheid maakt het gebied weinig geschikt voor bewerking met grote machines, op de schaduwrijke percelen groeit het gras minder hard. De veebezetting ligt daarom ruim onder het Nederlandse gemiddelde. Voor het onderhoud van het landschap sloegen de boeren al vroeg de handen ineen. Tegenwoordig is 80 procent lid van de vereniging NFW, een ongekend hoog percentage.

Overgangszone

Het melkveebedrijf van Den Hartog bij Kollum ligt in de overgangszone tussen coulisselandschap en open gebied, waar weidevogels foerageren en hun nesten bouwen. De import-Fries vertrok 25 jaar geleden uit het Gelderse Elst, waar geen ruimte was om uit te breiden. In Friesland wel: met 780 koeien behoort zijn bedrijf tot de grootste van Nederland. Met 460 hectare grasland is de veebezetting desondanks laag.

‘Groot waar het kan, extensief waar het moet’, is zijn motto. Zijn motivatie om veel aan natuurbeheer te doen – doorgaans meer iets voor kleinere bedrijven – is tweeledig. ‘Je moet meebewegen met de wensen in de maatschappij. Als je vooroploopt kun je meeregeren, als laatkomer word je geregeerd. Daarnaast willen we natuurlijk allemaal de wereld netjes aan onze kinderen doorgeven.’

De vergaderruimte van Den Hartogs bedrijf zit naast de melkcarrousel. Achter een raam komt de ene na de andere kop langs van een koe die gemolken wordt. ‘Zie je die oranje oorbel?’ Er zit een sensor in die van alles bijhoudt over de dieren: hoelang ze bezig zijn met eten en herkauwen, of ze vruchtbaar zijn, of ze ziek worden. Op die manier krijgt elke koe het voer dat ze nodig heeft.

Daarmee kan ook de stikstofuitstoot omlaag. Immers, hoe meer eiwit in het voer, hoe hoger de stikstofuitstoot. Te weinig eiwit leidt echter tot minder melk. ‘We hebben al behoorlijk wat eiwit uit het voer gehaald en zoeken het randje op’, zegt Den Hartog. ‘Ten opzichte van dertig jaar geleden is het meer dan gehalveerd.’ Een mestvergister moet nog meer reductie gaan opleveren.

Landschapsbeheer

Als het in de Noordelijke Friese Wouden niet lukt, lukt het vermoedelijk nergens. De uitdagingen, zeker op het gebied van stikstof, zijn hier behapbaarder dan bijvoorbeeld rond de Veluwe of de Peel. Toch is het verre van zeker of de voorgestelde maatregelen afdoende zullen zijn. Voor krimp van de veestapel – vrijwillig en tegen een vergoeding – is slechts beperkt interesse vanuit de boeren. Op het gebied van mestgebruik vragen ze zelfs meer ruimte van de overheid.

Het belangrijkst in dit gebied is het landschapsbeheer. Elke zeven jaar moet de boer de elzen snoeien, na 21 jaar zaagt hij ze om en plant hij nieuwe. ‘Die rij daarachter is twee of drie jaar geleden gekapt’, zegt Den Hartog achter het stuur. Hij wijst naar wat boompjes die zo dun zijn dat een volwassen man zijn hand om de stam zou kunnen leggen. Ertussenin komt het eerste struikgewas omhoog: bramen, vlierbessen, meidoorn.

In de lente en zomer zitten de singels vol met insecten, die op hun beurt weer vogels en vleermuizen aantrekken. Door CO2 op te slaan zijn de singels bovendien goed voor het klimaat.

Het onderhoud doen de boeren getrapt: niet in één keer alles snoeien, maar elk jaar een paar singels. Zo blijft er voor de dieren altijd genoeg over om in te schuilen. Voor het onderhoud krijgen ze een vergoeding, al is die niet kostendekkend. ‘Het zit in het hart van de boeren’, zegt NFW-voorzitter Van der Ploeg. ‘Anders was het allang weggeweest.’ De vereniging wil best meewerken aan meer houtsingels en aanvullend beheer, als daar geld tegenover staat.

Struikelblok

Dat is voorlopig het grootste struikelblok. In hun gebiedsofferte vragen de boeren om bijna 15 miljoen euro voor hun inspanningen tussen 2026 en 2030 – exclusief posten waarvan de hoogte nog onduidelijk is. Zonder transitiefonds is onduidelijk waar dat geld vandaan moet komen. Potjes zijn er wel, maar provincie noch ministerie kan zeggen hoeveel daar uit naar Noordoost-Friesland gaat.

Wat als het geld er niet komt? Van der Ploeg fronst. ‘Ons aanbod ligt er’, zegt hij gedecideerd. ‘Als de samenleving niet kan of wil betalen, leggen we dat vast. En dan moet men er ook niet weer naar vragen.’

Uit de markt zal financiering in ieder geval niet komen, denken Van der Ploeg en Den Hartog. Veel melkfabrieken belonen boeren wel voor duurzaamheid, maar kijken daarbij vooral naar de broeikasgasuitstoot. Die staat op gespannen voet met een grotere biodiversiteit.

‘Wij hebben veel kruidenrijk grasland dat we pas vanaf 15 juni maaien. Dan is het een soort paardenhooi geworden’, schetst Den Hartog. Weidevogels, insecten en kruidengewassen profiteren ervan, voor de koeien is het taaie spul lastig te verteren. ‘Mijn CO2-footprint per liter melk komt daardoor hoog uit, terwijl ik maatschappelijk hartstikke goed bezig ben. Prima als we het anders willen, maar dan kan ik niet die bonus van de melkfabriek pakken.’

Weidevogels

De noordelijke percelen van Den Hartogs bedrijf liggen in open gebied, dat voor weidevogels uitermate geschikt is. Het waterpeil ligt hier net onder de slootrand. ‘Op hoop van zegen’, zegt de melkveehouder terwijl hij zijn terreinwagen over een drassig dammetje tussen twee percelen stuurt.

Midden in het weiland ligt een grote poel met twee schelpeneilanden erin. Aan de waterrand staat een man in camouflagekleding. Harry Huizenga, vrijwilliger van de lokale vogelwacht, maakt zijn dagelijkse ronde.

‘Ik zag net al een aantal grutto’s, de eerste eieren komen eraan’, vertelt Huizenga. ‘Over een maand weet je hier niet wat je ziet.’ In het voorjaar bouwen tientallen koksmeeuwen hun nesten op de eilanden, de kieviten vestigen zich eromheen. Het water beschermt ze tegen vossen en samen houden de vogels roofdieren uit de lucht op afstand.

Den Hartog heeft de poel met eilanden op eigen kosten en in samenwerking met de NFW laten aanleggen. Door het hoge waterpeil brengt het land nauwelijks gras op. In de gebiedsofferte vragen de boeren een extra toeslag voor wie dit soort ‘zwaar natuurbeheer’ toepast op zijn land. ‘Dit doe je nu voor de samenleving, voor niks’, zegt Den Hartog. Het resultaat toont zich als uit een aanpalend weiland een stuk of acht grutto’s opstijgen, die al vliegend hun eigen naam roepen. De natuur zit, net als de boeren hier, niet stil.

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next