Home

De Nederlander gaat echt wel de straat op (als het moment daar is!)

Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Het was niet dat de Nederlander nooit overwoog of het niet eens tijd was om de straat op te gaan. Dat leek misschien zo, omdat hij nooit de straat opging, maar dat hij nooit de straat opging, was voor de Nederlander de uitkomst van uitputtende gesprekken met zichzelf. Ooit was de Nederlander wel naar demonstraties gegaan. Maar dat was een andere tijd.

Intussen was zijn onvrede succesvol geneutraliseerd door zijn onwil er iets aan te doen. Mocht hij, zoals in Italië gangbaar was bij rijen voor postkantoren, iemand kunnen inhuren om namens hem te demonstreren, een demo-body double, dan zou hij bij elke demonstratie vooraan hebben gestaan, leuzen scanderend. Maar om nu zelf, fysiek, de hele middag, met anderen … Nee. En hij maakte elke maand al een tientje over aan Artsen zonder Grenzen én Natuurmonumenten, dus wat dat betreft… Bovendien werden mensen die zich inzetten voor een betere wereld uitgelachen en -gescholden. En het was dan misschien vijf voor twaalf, of twee voor twaalf, of twaalf uur (afhankelijk van op welke klok je keek), maar het moest wel leuk blijven.

Wanneer anderen opkwamen voor de overkokende aarde of de smeulende resten van het hoger onderwijs, dan won ongemak terrein in hem. Om dat onprettige gevoel te neutraliseren, dat gevoel van tekortschieten dat hij herkende van momenten waarop iemand in zijn gezelschap een vegaburger bestelde, zocht de Nederlander redenen waarom hij niet de straat opging. In De Groene Amsterdammer las hij over hikikomori, de Japanse stoornis waarbij mensen zich volledig uit het leven terugtrekken. Mogelijk, dacht de Nederlander, ben ik diep van binnen Japanner. Ik zou ook graag de wereld aan me voorbij laten trekken alsof-ie alleen aan de andere kant van mijn scherm bestond. Laisser le boel le boel. Toen Geert Mak in Buitenhof beweerde dat ‘se Nederlander’ de neiging had om onder de dekens te kruipen, wist de Nederlander: hij bedoelt mij niet. Daarna ging hij weer naar bed, Timothy Snyder uitlezen.

Soms liep de Nederlander per ongeluk een demonstratie binnen. Kortstondig maakte hij dan deel uit van een groep bevlogen mensen die gekant waren tegen de verbreding van een snelweg, of genocide. Op die momenten keek de Nederlander dan zo ongeëngageerd mogelijk. Om hem heen werden leuzen gescandeerd waar de Nederlander het mee eens was, maar hardop meescanderen was niks voor hem. Soms knikte hij de aanwezige agenten toe. Met de politie had de Nederlander altijd prettig contact gehad, maar hij hoefde ze niet op zijn stoep, om te vragen of hij van plan was om op korte termijn nog eens ‘toevallig’ een demonstratie in te lopen, of zich ‘per ongeluk’ aan het asfalt vast te plakken.

Elke dag las de Nederlander de krant. Het ene moment schudde hij vol verwondering zijn hoofd over de wijze waarop ze in Duitsland kritiek op Israël smoorden door het antisemitisme te noemen, en het volgende maakte hij zachte ‘tsk tsk’-geluidjes, over het uitblijven aan grootschalige anti-Trump-protesten.

Zelf geloofde de Nederlander dat zijn moment om de straat op te gaan zich vanzelf aan hem zou openbaren. Het zou een dag zijn zonder andere verplichtingen, waarop hij zich gezond voelde, een datum die met de verjaardag van geen enkele nazi in verband kon worden gebracht, een dag waarop uitsluitend mensen zouden meelopen die over alle kwesties hetzelfde dachten als hij, en daar op gepaste wijze uiting aan gaven. Het zou een mooie dag zijn, met een grandioze opkomst en direct resultaat. De Nederlander kon niet wachten tot het zover was.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next