Home

Tulpen verloren hun onschuld, daarom praten de meeste telers niet

Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.

Het tulpenfestival heeft als hoofdsponsor een bedrijf in gewasbescherming met de chemische naam ProfytoDSD – dat is van belang, uitkijkend over de explosie van voorjaar in de polder. De tulp verloor zijn onschuld: elk veld stelt de vraag hoeveel gif nodig was om de aardekleuren van het nieuwe land te vervangen door de tropische felheid van de bollenteelt, en wat de toeristen oplopen die stiekem tussen de rijen schuifelen om die ene rode bloem van dichtbij te fotograferen in een zee van ongegeneerd geel.

Het woord dat inmiddels bij tulpen hoort is Parkinson, een merkwaardige combinatie. Niet aan denken, zegt het Duitse echtpaar dat de elektrische huurfietsen in de berm heeft gezet. ‘Je ziet het niet, je ziet alleen de schoonheid.’

Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Spectaculair ligt het patchwork over de velden, de Keukenhof steekt er benauwd bij af; je moet in de Noordoostpolder zijn om te weten wat tulpentelers kunnen. Ze hebben trots een tulpenroute uitgezet, een pluktuin aangelegd, je kunt een helikoptervlucht boeken of instafoto’s maken op de daarvoor aangelegde tulpenstrook bij de tulpenteler – geen filter nodig.

Maar praten over bestrijdingsmiddelen, dat doet de teler niet.

Benieuwd rijd ik de erven langs met de vraag naar biologisch telen, maar allemaal zijn ze druk. Beter bel ik de voorzitter van de bloembollenstichting, wordt me gezegd, maar ja, die kweekt politiek, geen tulpen.

Gelukkig is later Anja Hoorweg bereid te vertellen hoe het is om biotulpen te kweken, en waarom het zo weinig gebeurt.

De bloembollenteelt was aan een geweldige opmars bezig, heel Holland werd een bollenstreek, tot afgelopen jaar. Kerend tij: bijna 80 kilo gewasbeschermingsmiddel is nodig voor 1 hectare. In de volksmond heet dat gif. De tegenstand krijgt na jaren vleugels. De politiek hield zich lang doof, bang een belangrijke bedrijfstak te raken, maar nu legt de provincie Gelderland de teelt aan banden op plekken waar ze het grondwater bedreigt. Cabaretier Dolf Jansen zegde af voor een vrolijke tulpendoop ter opening van het Amsterdamse tulpenfestival; de uitgedeelde bloemen bevatten pesticiden.

Op de agrarische hogeschool leerde Anja Hoorweg dat het biologisch telen van tulpen onmogelijk is: bladluizen brengen virussen over die de oogst kapot maken. ‘Plantgoed is duur, als je er een virus in krijgt, is je partij niets meer waard.’ Toch staan er toeristen bij de velden van haar biologische bedrijf Tulipsgreen in Ens, het verschil is nauwelijks te zien. Het gewas ‘knijpt wat’, zegt Anja, ‘het mocht wel wat royaler staan’, maar dat is voor de ogen van de teler.

Met haar partner Peter Leijten en zijn neef Jochem Stengs begon ze zes jaar terug te experimenteren: eenderde hectare biotulpen. Ze wilden de veranderende tijd vooruit zijn. Dat Peters vader, ook bollenteler, Parkinson kreeg was een overweging – al is een verband nooit aangetoond. Ze wilden vooral uitvinden of biologische teelt mogelijk was.

Het is mogelijk. ‘Het ging meteen best goed, er groeiden gewoon tulpen, maar de afzet was een probleem.’ Klassiek: de mensen willen onbespoten, maar niet als het duurder is. Biologische tulpen kosten vijf keer zoveel. ‘Heel de markt is toegesneden op gangbare bollen’, zegt Anja, biologische bollen liggen niet op ooghoogte in de winkels maar worden als ‘nicheproduct’ weggezet en ‘de tussenhandel krijgt er ook meer marge op’.

Daarom is van de 13 duizend hectare Hollandse bloembollengrond nog maar 30 hectare bio.

De vraagt of het loont moet in de toekomst blijken, zegt Anja, al is hun areaal gegroeid naar 7 hectare, ‘het is echt zoeken en onderzoeken’. Bollenboeren willen wel, zegt ze; in de polder zijn ze een ‘praktijknetwerk’ begonnen, geleid door haar zus Marja. ‘Dat komt uit de telers zelf, die samen bekijken wat mogelijk is om de gewasbescherming te reduceren.’

De meeste telers praten niet met de pers omdat ze bang zijn de schuld te krijgen, zegt ze. ‘Het ligt heel gevoelig’. Steeds weer die berichtgeving over gif. ‘In principe doet een teler niks verkeerd, alle middelen zijn legaal en goedgekeurd door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Maar voor je het weet zijn de boeren weer de boeman.’ Het is aan de politiek om grenzen te trekken: ‘Als we met z’n allen vinden dat het anders moet, dan moeten we dat afspreken met elkaar.’

Maar ook dat begint met praten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next