Vooraf hoopten Remco Evenepoel en Thibau Nys nog kans te maken, maar het verloop van de Waalse Pijl kende geen verrassingen. Een grote groep begon aan de Muur van Hoei en na 1.300 meter zwoegen bleef de sterkste renner over: Tadej Pogacar.
schrijft voor de Volkskrant over wielrennen.
Het is ongewoon druk voor een woensdagochtend in het Waalse stadje Ciney, bekend van het gelijknamige blonde bier, dat dan weer niet hier wordt gebrouwen. De cafés en brasseries aan het centrale Place Monseu die een faillissement nog hebben kunnen afwenden, tappen ver voor het middaguur alsof het carnaval is. Er valt dan ook wel wat te vieren nu de 89ste editie van de Waalse Pijl voor mannen voor het eerst in Ciney van start gaat. Men is hieraan toe.
Het was alweer 55 jaar geleden dat de Franse organisator ASO een etappe van de Tour er eens liet vertrekken, in het jaar dat Eddy Merckx de gele trui naar Parijs bracht. En in Ciney weet men: als de Waalse Pijl er starten kan, dan is een nieuwe Tourrit misschien niet ver weg.
Bovendien kreeg Ciney de voorbije decennia flink wat tegenslagen te verduren. In 2010 verwoestte zoiets wonderlijks als een tornado La Collégiale, de kerktoren. Het was de zevende keer dat die door oorlogs- of natuurgeweld opnieuw moest worden opgebouwd. Dan had je nog het schandaal waarbij de burgemeester op straat klappen kreeg vanwege een vermeende affaire met zijn wethouder. En vorige maand nog maakte de Belgische politie jacht op een verwarde man in een militair uniform die in het centrum had staan zwaaien met een wapen. Tijd voor iets vrolijkers in Ciney.
Zeker duizend mensen zijn op deze kille aprildag naar de provincie Namen gereisd om de grootheden van de wielersport met eigen ogen te bewonderen. En die zijn er quasi-allemaal, in elk geval de lokale helden. Luid gejuich gaat op als de naam van Remco Evenepoel over het plein schalt. Zo enthousiast was men daarnet niet bij Thibau Nys, de jongeling die op de korte, steile beklimmingen als hier in de Ardennen al meer dan eens wedstrijden won, laatst nog in het Baskenland. De slotklim van de Waalse Pijl, daar waar de wedstrijd al sinds jaar en dag wordt beslist, is echt iets voor hem.
De Muur van Hoei, 1,3 kilometer lang en gemiddeld bijna 10 procent steil, vergt een maximale inspanning van ongeveer drie minuten, waarbij het melkzuur de spieren verkrampt. Perfect voor zijn spichtige, explosieve lichaam. Maar Nys tempert in Ciney de verwachtingen: ‘Het ligt me goed, dat klopt, maar of het al voor dit jaar is, weet ik niet. Het ligt er helemaal aan hoe fris ik aan de muur kan beginnen. En hoe hard die grote motoren mij al dood hebben gemaakt.’ Dat laatste is de stille hoop van menig wielervolger. Dat de koers eens niet op de Muur wordt beslist, maar al ontploft op bijvoorbeeld de Côte d’Ereffe, of de Côte de Cherave.
Nys doelt met die grote motoren natuurlijk op de mannen die normaal gesproken nog net iets te sterk voor hem zijn; Evenepoel, vorige week winnaar van de Brabantse Pijl bij zijn rentree na zes maanden ellende, hoopt in elk geval van Nys verlost te zijn als hij voor de derde keer de Muur van Hoei zal moeten bedwingen. ‘Voor mij is het zaak om die mannen af te matten’, zegt hij bij de start, waar hij ontspannen oogt en tijd maakt om met zijn jongste fans op de foto te gaan. Hij heeft een koortslip, dat kan een teken van topvorm of van een verminderde weerstand zijn. De waarheid zal ergens in het midden liggen.
En natuurlijk doelt Nys ook op wereldkampioen Tadej Pogacar, de ongenaakbare renner die afgelopen zondag tijdens de Amstel Gold Race solo voorop kwam te rijden, door Evenepoel werd teruggehaald, en uiteindelijk in de eindsprint zeldzaam werd geklopt door de Deen Mattias Skjelmose. Toonde hij tekenen van kwetsbaarheid? Had hij in zijn overvolle voorjaar iets te veel van zichzelf gevraagd? Hij straalt zelf graag uit van niet. ‘Ik heb na zondag koffiegedronken en cake gegeten. En nu ben ik er weer klaar voor.’
In de eerste 180 kilometer van de koers teistert regen het peloton. Van die regen die maar blijft vallen. Kou bijt zich vast in de magere lijven van de renners, zeker de mannen die zich net te optimistisch hebben aangekleed. Het is alsof het peloton erdoor bevangen raakt. Niemand durft aan te vallen, terwijl bijvoorbeeld Evenepoel dat wel had aangekondigd. In plaats daarvan verloopt de finale zoals altijd sinds de zege van Igor Astarloa in 2003: een grote groep begint aan de Muur en na 1.300 meter zwoegen blijft de sterkste renner over.
Als er nog iemand twijfelde aan wie dat is, dan zal dat na woensdagmiddag wel anders zijn. Op 450 meter van de finish versnelt Tadej Pogacar mee met Ben Healy, om daarna met zo’n overmacht weg te rijden dat het net lijkt alsof de concurrentie stilstaat. Nummer twee Kévin Vauquelin volgt op 10 seconden. Zo groot was het verschil in geen jaren. Dat Pogacar alles vanuit het zadel doet, waar de rest staand op de pedalen en zeulend aan het stuur omhoog ploegt, maakt de krachtsexplosie na 200 kilometer koersen in de regen nog indrukwekkender.
Het is niet dat het hem makkelijk afging. Zijn gezicht ziet lijkbleek als hij van zijn verzorger een hersteldrankje krijgt aangereikt. Zijn ogen zijn opgezet, eronder hangen wallen van modder. Alle renners die finishen – slechts een derde van het peloton – zien eruit als oververmoeide mijnwerkers. Vlak na de huldiging oogt Pogacar nog altijd uitgeput. ‘Toen ik zag dat ik nog 200 meter moest, schrok ik. Zo lang nog? Dit zijn een van de langste meters in het wielrennen. Ik ben blij dat er dit keer geen fotofinish nodig was. Ik ben klaar voor Luik-Bastenaken-Luik zondag. Nog een grote dag. En daarna een reset.’
Puck Pieterse (22) uit Amersfoort heeft woensdag bij haar debuut de Waalse Pijl gewonnen. Op de Muur van Hoei, de slotbeklimming, rekende ze koelbloedig af met landgenote Demi Vollering en de Italiaanse Elisa Longo Borghini, die derde werd.
Het is na de vierde etappe in Tour de France Femmes vorig jaar pas haar tweede zege bij de profs, in eveneens haar tweede serieuze jaar als wegwielrenster. In het veldrijden en mountainbiken werd ze groot. Op die laatste discipline is ze de regerend wereldkampioene.
Pieterse bereidde de Waalse Pijl samen met haar mentor en oud-renster Annemiek van Vleuten minutieus voor door allerlei scenario’s voor het oprijden van de Muur door te spreken. ‘Ik viel precies aan waar ik aan moest vallen. Voor de verandering heb ik eens naar mijn ploegleiders geluisterd.’ Door deze overwinning is Pieterse ook ineens een van de favorieten voor de zege in Luik-Bastenaken-Luik, komende zondag.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant