Home

In Ethiopië wordt duidelijk hoe de humanitaire wereld er zonder hulp van de VS uitziet

Terwijl allerlei landen, met de VS voorop, zich terugtrekken als donor, laat de EU met een persreis naar Ethiopië zien waarom ze nog wél geld overheeft voor humanitaire hulp. Maar: ‘Als we willen blijven voortbestaan als sector moeten we echt efficiënter gaan werken.’

is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Afrika en het Mondiale Zuiden.

Toen Souffyan Bouchran (16) vier dagen geleden in Ethiopië aankwam, was hij aangenaam verrast. Hij had twee maanden moeten lopen om de oorlog in zijn thuisland Soedan te ontvluchten, maar eenmaal bij de ontvangstlocatie in de grensplaats Kurmuk zag hij pas gewassen kledingstukken aan de boomtakken hangen en kreeg hij een comfortabel bed met dekens. En nu, even uitrustend van een potje voetbal, kan hij een bord warme stoofpot met rundvlees halen uit een grote pan die staat te dampen aan de rand van het geïmproviseerde sportveld. ‘Ze zorgen goed voor ons.’

Bouchran weet nog niet dat in het vluchtelingenkamp waar hij over drie dagen naartoe moet de voorzieningen minder goed zijn geregeld. In januari zette de Amerikaanse president Donald Trump de wereld op zijn kop door alle humanitaire hulp van de Verenigde Staten – 40 procent van alle humanitaire hulp in de wereld – te bevriezen. Bouchrans gezin krijgt als gevolg daarvan straks nog maar 8 in plaats van 16 kilo bloem, olie en maïs per persoon per maand om mee te koken. Dat betekent slechts 500 kilocalorieën per dag, wat neerkomt op ondervoeding.

De Verenigde Staten zijn niet de enige die zich op ­humanitair gebied onlangs achter de dijken terugtrokken. De uittocht was massaal: Duitsland, Zweden, Frankrijk, Zwitserland, Groot-Brittannië, Nederland en België kondigden afgelopen jaar allemaal bezuinigingen aan op humanitaire hulp. ‘Dat de wereldwijde solidariteit afneemt, heeft serieuze impact’, zegt Hiwotie Simachew van Plan International, die op kosten van de Europese Unie de tenten, het sanitair en de warme stoofpot bij de grens regelde. ‘De afgelopen maanden waren een totale chaos.’

Te midden van deze chaos wil de Europese Unie, met een volledig georganiseerde en betaalde persreis naar Ethiopië, laten zien waarom zij wél geld blijft geven voor humanitaire hulp. Het directoraat-generaal Europese Civiele Protectie en Humanitaire Hulp (Echo), dat namens de Europese Commissie voor 1,9 miljard euro aan noodhulpprojecten coördineert, organiseerde de driedaagse trip. De Volkskrant reisde mee om te zien hoe de humanitaire wereld zonder de VS eruit ziet.

3.500 gezinnen

Op de bijrijdersstoel van de witte terreinwagen appt en belt Olivier Beucher zich de eerste dag suf om te zorgen dat iedereen klaarstaat voor het moment dat de journalisten arriveren. Het afdelingshoofd van Echo in Ethiopië is een Fransman die, afgaand op zijn uiterlijk, ook in de festivalbranche had kunnen werken: zwart ringetje in het linkeroor, Chinese karakters getatoeëerd op de rechteronderarm. Maar na vrijwilligerswerk in Nepal kwam hij in de wereld van de humanitaire hulp terecht. En daarover is hij 23 jaar later even bevlogen als kritisch.

Niet veel later parkeert de terreinwagen bij Adis Ra’ey, een kamp op een heuvelachtig terrein in de regio Afar. Als de vier journalisten uitstappen, worden ze direct omringd door een haag van ngo-medewerkers en overheidsfunctionarissen. Die vertellen dat hier, in de eivormige tenten die met gevlochten takken overeind worden gehouden, sinds januari 3.500 gezinnen verblijven.

Ze zijn gevlucht uit het district Awash Fentale, zo’n 100 kilometer verderop, dat tussen september en januari werd getroffen door zo’n driehonderd middelzware aardbevingen. Hoewel er geen doden vielen, trok dat natuurgeweld diepe scheuren in wegen en huizen, en moesten tachtigduizend mensen worden geëvacueerd.

Gebrekkig

Hela Issi is een van hen. De 25-jarige vrouw haalt rond het middaguur haar drie kinderen op bij de tent waar met EU-geld les wordt gegeven en stuit onverwachts op de Europese meute. Haar leven is totaal veranderd na de aardbeving, vertelt ze terwijl buiten een overheidsfunctionaris loopt te tieren omdat hij niet wordt geïnterviewd. Issi vindt de omstandigheden in het kamp slecht. ‘De kinderen zijn constant ziek. En het grootste probleem is het water. Dat krijgen we maar één keer in de week.’

De gebrekkige situatie in het kamp ligt volgens Barnabas Asora van de Norwegian Refugee Council (NRC) aan het wegvallen van Amerikaans geld. Hij is locatiemanager van twee kampen die onder de coördinatie van de NRC vallen. ‘Van de ene op de andere dag was het er niet meer’, zegt de Keniaan. ‘Andere ngo’s zouden daar latrines aanleggen en een waterput graven’, gebaart hij richting een lege vlakte. ‘Maar ze zaten plotseling zonder geld. Daarom is dat niet gebeurd.’

Als de terreinwagen weer over de geasfalteerde wegen vliegt, steekt Beucher de hand in eigen boezem. ‘Ja, het wegvallen van Amerikaans geld was een klap, maar de humanitaire sector was al ziek’, zegt hij, zich richtend tot de journalisten op de achterbank. ‘Begrijp me niet verkeerd, we doen heel erg belangrijk werk. Maar als we willen blijven voortbestaan als sector moeten we echt efficiënter gaan werken.’

Jerrycans

In Dalakera, het tweede kamp waar de EU de NRC betaalt om onderwijs, onderdak en financiële ondersteuning voor aardbevingsslachtoffers te regelen, zijn de omstandigheden nog slechter. Er is één latrine op driehonderd mensen, terwijl één op de vijftig de norm is. ‘Al vijftien dagen is er geen vrachtwagen met water meer gearriveerd’, zegt Asora, terwijl de journalisten driftig meeschrijven.

Na zijn verhaal stuift de groep uiteen. ‘We hebben mensen geselecteerd die jullie kunnen interviewen’, klinkt het nog. ‘Maar jullie mogen natuurlijk ook zelf rondkijken.’

Hanna Sisai (18) kijkt verschrikt op van de pan op gloeiende kooltjes als ze wordt aangesproken. Ze runt hier een naamloos restaurant, zegt ze, samen met haar zus. Dan onderbreekt ze het gesprek om een man in een tuktuk twee jerrycans te geven, zodat hij die in het nabijgelegen dorp voor haar kan vullen. Bij gebrek aan hulp regelt ze het water zelf maar.

Coördinatie

In Dalakera wordt langzaam duidelijk wat Beucher bedoelde met een ‘zieke’ humanitaire sector. Naast een rijtje latrines staan grote tenten die Unicef heeft neergezet. Ze blijken door niemand te worden gebruikt.

Even later rijdt een auto van het Ethiopische Rode Kruis het kamp binnen om hygiënekits uit te delen en een nieuwe watertank neer te zetten, terwijl de NRC-medewerkers net hadden verteld dat het gebrek aan water het grootste probleem is. Beucher merkt het als eerste op en gaat verhaal halen. ‘Wisten jullie dat zij dit kwamen doen?’, vraagt hij aan Asora, de locatiemanager van de NRC. Maar Asora wist van niks. ‘Hoe kan dat nou als jullie de coördinator zijn?’ De Fransman eindigt het gesprek met een veelbetekende blik.

‘Dat is nu typisch een gebrek aan coördinatie’, verzucht Beucher, als hij even later de witte terreinwagen weer inklimt. ‘Als we met minder geld verder willen, moeten we dit soort dingen echt beter met elkaar afstemmen.’

Wegvallen financiering

Voor Ethiopiërs was Trumps besluit om alle humanitaire hulp negentig dagen te bevriezen een ramp, omdat weinig landen zo sterk op Amerikaans geld leunden als Ethiopië. In 2023 ging er ruim 1 miljard dollar naar het land. Dat geld kwam uit meerdere potjes. Een klein deel was geld voor ontwikkelingshulp, bedoeld voor projecten die Ethiopië langdurig vooruithelpen. Het overgrote deel was noodhulp: rampenbestrijding van korte duur.

De kans dat het ontwikkelingshulpgeld terugkomt, lijkt klein. De meeste Amerikaanse ontwikkelingshulp werd gecoördineerd door Usaid, het Amerikaanse agentschap voor Internationale Ontwikkeling dat Trump bijna volledig heeft ontmanteld. Wat er met Amerikaanse noodhulp gebeurt, is onzekerder. Op 20 april liep Trumps negentig dagen durende bevriezing af. Het is onduidelijk hoeveel hulpgeld er weer beschikbaar komt.

Dat de Ethiopische bevolking niet zonder buitenlandse hulp kan, is duidelijk. Naar schatting zijn 4,5 van de 129 miljoen Ethiopiërs ontheemd vanwege natuurgeweld of conflicten. In Amhara, een van de elf bestuurlijke regio’s, woedt sinds 2023 een gewapend conflict tussen het regeringsleger en een lokale militie. En ook in Tigray, waar van 2020 tot 2022 al een verwoestende oorlog woedde, laait het geweld sinds kort weer op.

Daarbovenop komt de zorg voor negentigduizend vluchtelingen uit buurlanden. Honderden mensen steken dagelijks de grens over vanuit Soedan, waar al twee jaar een burgeroorlog woedt. Bij de grens met Zuid-Soedan, waar opnieuw een burgeroorlog dreigt, staan ook vluchtelingen te wachten, al wil Ethiopië ze voorlopig nog niet binnenlaten. Overal worstelen ngo’s met het wegvallen van financiering.

Grote hervormingen

In de terreinwagen, rijdend door het groene landschap van Afar, zegt Beucher dat de Europese Unie, die op grote afstand van de VS en kleinere afstand van Duitsland de op twee na grootste humanitaire donor ter wereld is, het dreigende financieringsgat nooit kan dichten. De VS gaven in 2023 1 miljard dollar aan Ethiopië, de EU doneerde in datzelfde jaar omgerekend 90 miljoen dollar.

Beucher heeft ook weinig vertrouwen in opkomende donorslanden, zoals Turkije, Sa­u­di-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten of China. ‘Zij willen geen onderdeel uitmaken van het humanitaire systeem dat wij kennen.’ Daarmee bedoelt hij: zij willen geen ongeoormerkt geld geven dat naar de allerzwaksten gaat, ongeacht welke ramp of welk conflict, zoals nu gebruikelijk is. ‘Zij willen zelf controleren waar het geld naartoe gaat, net als Trump. Op die manier wordt humanitaire hulp politiek. Dat is een zeer gevaarlijke ontwikkeling.’

Toch ziet Beucher dit moment ook als een kans. Hij hoopt dat de EU dit moment aangrijpt om voor grote hervormingen in de humanitaire sector te pleiten. Zo vindt hij dat de vergaande clustering, waarbij de ene ngo zich alleen op vluchtelingen richt en de andere op voedselhulp, anders moet. Hetzelfde werk zou volgens hem ook met veel minder personeel kunnen.

Beucher denkt dat de EU een voortrekkersrol kan vervullen in die hervormingsgesprekken. De EU is, volgens hem althans, goed op de hoogte van wat er nodig is. ‘Geen enkele andere donor controleert zelf, met eigen mensen ter plekke, de projecten waaraan geld wordt gedoneerd’, zegt hij. ‘Andere donorslanden vragen ons soms zelfs hoe de situatie op de grond is.’

Terug bij de ontvangstlocatie op de grens met Soedan vertellen de onlangs gevluchte Soedanezen aan de Europese journalisten over de verschrikkingen die ze onderweg meemaakten. Beucher luistert in kleermakerszit met de interviews mee. Als hij voor de laatste keer in de terreinwagen stapt, is hij tevreden met wat hij zag op deze laatste locatie. ‘Het leek beter georganiseerd dan de andere kampen waar we zijn geweest’, concludeert hij. ‘Al vraag ik me wel af hoe die tenten er straks uitzien als het regenseizoen losbarst. Of ben ik dan weer te kritisch?’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next