Home

Zaaddonoren schrikken van hoeveelheid nakomelingen: ‘Wat er is gebeurd, is verschrikkelijk’

Met het zaad van donoren zijn veel meer kinderen verwekt dan zij wisten, zo bleek vorige week. Het leidde tot veel onrust en boosheid. ‘Het is het Wilde Westen geweest en de overheid had moeten ingrijpen.’

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft met name over sport en media.

De ontsteltenis is groot onder spermadonoren, nu blijkt dat vruchtbaarheidsklinieken met hun zaad veel meer nakomelingen hebben verwekt dan met de donoren was afgesproken. Daardoor is bij zeker 85 donoren de norm van 25 kinderen overschreden, maakte de beroepsvereniging van gynaecologen (NVOG) vorige week bekend.

Tot 2018 gold een richtlijn van maximum 25 kinderen, sindsdien mogen met het zaad van één donor hooguit twaalf gezinnen worden bediend. Uit de landelijke cijfers blijkt dat de helft van de 85 ‘massadonoren’ tussen de dertig en veertig nakomelingen heeft. Eén donor heeft zelfs honderd tot 125 kinderen.

De nieuwe cijfers hakken erin bij de (voormalige) donoren, merkt Michiel Aten. Hij is als voorman van Priamos, een platform voor zaaddonoren, de afgelopen dagen overstelpt met verontruste en boze reacties. ‘Wat er is gebeurd, is verschrikkelijk. Dit wordt nu afgedaan als iets wat een paar donoren betreft, maar het gaat om 85 donoren met gemiddeld veertig kinderen. Dan heb je het over duizenden mensen.’

Door een wetswijziging is er sinds 1 april eindelijk beter zicht op hoeveel nakomelingen met het zaad van één donor zijn verwekt. De registratie, die voordien bij de klinieken lag, bleek grote gaten te vertonen.

Ook kinderen in het buitenland

Priamos verwacht dat het werkelijke aantal overschrijdingen nog hoger ligt. Zo is de kliniek van fertiliteitsarts Jan Karbaat in Barendrecht niet meegenomen in de cijfers, zegt Aten. ‘Daar was een man actief met tweehonderd nakomelingen. Bovendien hebben verschillende donoren gemeld dat er van hen kinderen zijn geboren in het buitenland. Die staan niet geregistreerd en zijn dus niet meegenomen in de cijfers.’

Wat wel vaststaat is dat de vruchtbaarheidsklinieken mensen met een kinderwens stelselmatig hebben voorgelogen, zegt Ties van der Meer van de Stichting Donorkind. ‘Juist na 2004 (toen anoniem doneren niet meer mogelijk was, red.) zouden die misstanden zich niet meer kunnen voordoen, werd ons beloofd. Nu weten we dat de beroepsrichtlijn van de gynaecologen – wat dus een belofte is aan de patiënten – de afgelopen twintig jaar niets waard is geweest.’

Op de administratie van de klinieken hoeven donoren niet te vertrouwen, zo was al duidelijk na onderzoeken door ziekenhuizen als het Leids Universitair Medisch Centrum en Rijnstate in Arnhem. Het aantal kinderen in de administratie klopte niet altijd en het zaad kon ook in andere klinieken gebruikt zijn. En omdat ingevroren sperma decennia meegaat, durven weinig donoren met zekerheid te zeggen hoeveel nakomelingen ze precies hebben.

Fout ligt niet bij donoren

De vorig jaar verschenen Netflix-documentaire over massadonor Jonathan Meijer (The Man with 1000 Kids) gaf donoren een slechte naam, zegt Aten. ‘Maar wat er door de cijfers nu naar buiten komt, is eigenlijk in ons voordeel. Het is duidelijk dat het het Wilde Westen is geweest, en dat de overheid had moeten ingrijpen.’ Van der Meer: ‘Het zijn niet de donoren die de regels hebben overtreden, de fout ligt bij de klinieken.’

‘In retrospect was er vroeger minder aandacht voor donoren en kinderen’, erkent een woordvoerder van de NVOG. ‘Met de kennis van nu zouden we het anders doen, we weten dat er ook voor de donoren en voor de donorkinderen aandacht moet zijn.’

Aten pleit, net als veel donorkinderen en klinieken, voor een diepgravend landelijk onderzoek naar hoe het decennialang zo heeft kunnen misgaan. ‘Niemand zit te wachten op schadeclaims van donorkinderen.’

‘Het doet pijn als ik het woord massadonor hoor’

Een donor met meer dan 25 kinderen gaat als ‘massadonor’ door het leven. ‘Een gruwelijke term’, zegt Bert Wagenaar (61), die 38 kinderen heeft. ‘Het doet al pijn als ik het woord hoor. Massa, dat klinkt als heel veel, maar ook alsof er een intentie was om zo veel mogelijk kinderen te maken.’

Het nieuws dat er in Nederland nog 84 andere massadonoren zijn, haalt veel overhoop onder de donoren, maar Wagenaar ziet ook een positief gevolg. ‘Als er geen publieke verontwaardiging is, wordt het systeem ook niet beter. Dat dit nu naar buiten komt, is goed voor kinderen, ouders, donoren en uiteindelijk ook voor de klinieken.’

Wagenaar had zich bewust opgegeven als bekende donor. Hij wilde niet weglopen voor zijn verantwoordelijkheid, ook al was anonimiteit tot de wetswijziging in 2004 in veel klinieken gebruikelijk. ‘Maar kinderen mogen toch vragen hebben over hun ontstaan?’ In België doneerde hij in 2007 anoniem, omdat het daar nog altijd de regel is. Maar hij heeft zijn DNA geüpload op MyHeritage, waardoor hij ook voor Belgische nakomelingen vindbaar is.

Wagenaar was er altijd van uitgegaan dat met behulp van zijn donaties hooguit 25 kinderen op de wereld waren gezet. Totdat het Rijnstate-ziekenhuis in Arnhem, waar hij tussen 2003 en 2005 doneerde, hem ‘zomaar op een winterse avond’ in 2014 opbelde. Bert, zeiden ze, je zit al aan de 25 kinderen, maar een aantal vrouwen wil nog een tweede kind van jou. Wat vind jij dat we ze moeten zeggen?’

Hoewel hij het doneren ‘hartstikke mooi’ had gevonden, ging hij er door dat telefoongesprek anders over denken. ‘Ik vond het een heel zware, ethische vraag die Rijnstate mij stelde. Zeg je ja, dan ga je over de grens van 25 kinderen. Maar als je nee zegt, gooi je dat gezinsgeluk kapot. Die moeders hebben al een kind van jou als donor. En zo makkelijk is het niet om een andere donor te vinden.’

In 2022 kreeg Wagenaar het precieze aantal kinderen te horen dat met zijn zaad is verwekt. Het ziekenhuis vertelde hem op zijn verzoek dat zijn donaties 21 jongens en 15 meisjes hebben opgeleverd. Van twee kinderen is het geslacht onbekend, las hij in de brief.

Rijnstate had, vindt hij, kunnen weten dat de grens van 25 kinderen zou worden overschreden, door uit te gaan van een hoger gemiddelde per moeder of stel. ‘Je hoort niet de donor te benaderen om te proberen recht te breien wat krom is.’

De beroepsvereniging van gynaecologen NVOG erkent in een reactie dat er ‘onvoldoende rekening is gehouden’ met moeders die nog een broertje of zusje van dezelfde donor wensten.

‘Er verlaat geen rietje zaad de kliniek, werd nog tegen me gezegd’

Jaren na zijn laatste donatie in 2003 bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) hing een andere spermabank aan de telefoon bij Ronald Pleij. Medisch Centrum Kinderwens in Leiderdorp wilde weten of hij opnieuw donor wilde worden. Meerdere vrouwen hadden namelijk laten weten dat ze nog een kind wilden met het zaad van donor Pleij.

‘Ik zei nog: hoezo? Mijn zaad ligt een paar kilometer verderop opgeslagen bij het LUMC’, vertelt Pleij (62). ‘Nee, zeiden ze, dat krijgen we niet. Toen ben ik wel boos geworden, want het is toch mijn zaad?’

Vorig jaar werd na onderzoek door het LUMC al duidelijk dat buisjes met Leids sperma naar Groningen en Leeuwarden zijn vervoerd. ‘Dat staat haaks op wat er in Leiden altijd tegen mij is gezegd: er verlaat geen rietje met zaad onze kliniek.’

En dan moest Pleij ook nog in de media lezen dat klinieken onderling zaad uitwisselden, en dat er nogal wat schortte aan de registratie. ‘Dan denk ik wel: had mij er niet mee lastiggevallen en dat zaad gewoon aan die moeders gegeven.’

Pleij besloot niet nogmaals te doneren. Niet omdat hij dan de grens van 25 kinderen zou hebben overschreden, dat was bijzaak voor hem geweest. Wel omdat hij niet nogmaals ‘door de molen’ wilde en als donor allerlei tests zou moeten ondergaan. ‘Ik heb dit altijd gedaan om mensen te helpen. En ik snap heel goed dat zij nog een tweede of derde kind wilden van dezelfde donor.’

Het doneren van sperma was in 1999 voor de net gescheiden Pleij een kleine stap. Hij was al bloed- en beenmergdonor. Het verdriet van een geadopteerd buurmeisje, dat kapot ging aan de zoektocht naar haar biologische ouders, sterkte hem in zijn overtuiging dat hij nooit anoniem zou doneren.

Hij herinnert zich de gemoedelijke sfeer op de donoravonden van het LUMC die werden georganiseerd door Kees de Bruyn, het hoofd van de spermabank, en diens partner. Met een bitterbal en een drankje in de hand wisselden donoren ervaringen uit. ‘Je zat er tussen magazijnmedewerkers van de Gamma en juristen uit Wassenaar. En dan kreeg je om de beurt een potje om je ding te gaan doen.’

Pleij weet inmiddels van het bestaan van vier donorkinderen. ‘Als zij genoeg hebben aan mijn foto en verhaal, is dat prima. Maar ik wilde geen Spoorloos-achtige zoektochten naar mij als donor.’

Pleij is voor zo veel mogelijk openheid. ‘Laat het LUMC maar met de billen bloot gaan. Leg maar uit waar het zaad van de donoren heen is gegaan. Ik hoor nu verantwoordelijken zeggen dat er fouten zijn gemaakt, maar ze zijn willens en wetens doorgegaan met iets dat gewoon niet goed was.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next