Home

Journalist Hassan Bahara heeft genoten en gegruwd van sociale media. Nu is hij er helemaal klaar mee – ja, ook met Bluesky

Hassan Bahara ging op Twitter – en ging er weer vanaf. Daarna ging hij op Bluesky – en ging er weer vanaf. En kijk, zonder die verslaving aan likes heeft hij zijn echte leven weer terug.

is media- en cultuurredacteur van de Volkskrant.

Er zijn mensen, heel veel zelfs, die sociale media met mate weten te gebruiken. Die Facebook, X of Instagram openen en iets liken, of iemand veel sterkte wensen met een recent verlies.

Daarna gaan deze gematigd levende mensen weer door met hun bestaan, lezen een krant of wieden het onkruid in hun tuin.

Verstandige mensen zijn het, die niet verslaafd raken aan de dopamineshots die likes geven, die niet onder de douche broeden op de perfecte grap die hun volgersaantal naar imponerende hoogte kan stuwen en die geen tijd hebben om obsessief de ideologische fitties tussen andere gebruikers te volgen.

Ik, helaas, ben niet een van die mensen.

Eind 2023 maakte ik een account aan op Bluesky, een nieuw socialemediaplatform dat aangeprezen werd als het vriendelijke alternatief voor X, voorheen Twitter, dat door de ketamineslikkende miljardair Elon Musk in de afgelopen drie jaar was omgebouwd tot een speelhoek voor racisten en fascisten.

Afgelopen maart gebeurde het in mijn geval onvermijdelijke: stilletjes hief ik mijn Bluesky-account op, zonder vaarwel te zeggen aan mijn iets meer dan 2.700 volgers, en direct had ik mijn leven weer terug.

Volksmenners

Nee, dit wordt geen stuk in het sleetse genre ‘ik verliet Twitter want iedereen daar is een racistische ploert en deed gemeen tegen mij’, dat recentelijk overal te lezen was. Bluesky is nog een vriendelijke ruimte, nog niet verziekt door een algoritme dat vooral de grootste volksmenners begunstigt.

Dit wordt een stuk over de valse belofte van sociale media in het algemeen. Voor de niet ingevoerde lezer die denkt: ‘Blue-wat?’ Bluesky is haast een kopie van het vroegere Twitter, inclusief lichtblauwe opmaak.

Dat Bluesky zo veel weg heeft van Twitter is niet gek. Het werd in 2019 geïnitieerd door Jack Dorsey, de oprichter van Twitter, als een soort digitaal onderzoekslab. Een handjevol Twitter-techneuten kon er werken aan een socialemediaplatform dat ‘gedecentraliseerd’ is, een term voor een platform dat niet in handen is van een enkel bedrijf, maar gebouwd is en gebruikt wordt door zijn gebruikers.

Op een gedecentraliseerd platform kunnen gebruikers ook naar eigen wens een algoritme vormgeven, een die hen vrijwaart van ongewenste content.

Het welslagen was ook in het belang van Twitter zelf: het socialemediabedrijf had te lijden onder het steeds luider wordende verwijt dat het te laks dan wel te scherp modereerde en had wel oren naar een techniek die gebruikers totale zeggenschap gaf over hun tijdlijn.

In 2021, voordat Elon Musk Twitter zou overnemen, ging Bluesky zelfstandig verder. Aanvankelijk was het maar een kleine speler in de socialemediawereld, met slechts enkele tienduizenden gebruikers die op uitnodiging waren toegelaten. Vooral de mensen – journalisten, activisten, kunstenaars – die het algoritmevriendelijke en gedecentraliseerde karakter van Bluesky konden waarderen, wisten het platform te vinden.

Echt groeien doet Bluesky pas sinds februari 2024, toen het platform vrij toegankelijk werd gemaakt voor iedereen. Bluesky werd daarbij een handje geholpen door Elon Musk, die van X een redelijk onleefbare plek had gemaakt voor iedereen die geeft om fatsoen. Ook de verkiezingswinst later dat jaar van Donald Trump, de politieke handlanger van Musk, deed veel gebruikers van X overlopen naar Bluesky.

Inmiddels staat de teller op meer dan 30 miljoen Bluesky’ers. Niks vergeleken bij de 600 miljoen gebruikers van X, of de 2 miljard van Facebook, maar wel een indrukwekkende groei voor een aanvankelijk kleine start-up met slechts een handjevol werknemers.

In mijn eerste jaar op Bluesky, tussen eind 2023 en eind 2024, had ik rond de vierhonderd volgers en volgde ik er ongeveer tweehonderd terug. Dat waren grotendeels vrienden, kennissen, collega-journalisten, de accounts van nieuwsmedia, maar ook wildvreemden met wie het prettig communiceren was.

Briljante ingeving

Het Nederlandstalige deel van Bluesky stond vanwege het geringe aantal gebruikers op een vrij laag pitje. Je kon uren, soms zelfs dagen, wegblijven van het platform en vervolgens terugkeren naar een tijdlijn – het overzicht aan berichten – die nauwelijks was veranderd. Niet elk(e) nieuwsgebeurtenis(je) moest becommentarieerd worden, en heel lang broeden op een grap of een scherpe politieke analyse deed je ook niet, want een groot publiek dat je briljante ingeving kon liken was er toch niet.

Een andere oorzaak van de geringe activiteit was het feit dat Bluesky in die begindagen vooral werd bevolkt door ‘een heleboel witte mensen’, zoals de Amerikaanse auteur Jay Caspian Kang twee jaar geleden in The New Yorker over het platform schreef.

Mensen van kleur, in het bijzonder Afro-Amerikanen, hebben altijd een cruciale rol gespeeld in het succes van sociale media, omdat die hun een podium bieden dat ze bij reguliere media niet geboden krijgen.

Op Twitter ontstond op die manier Black Twitter, een los-vaste verzameling van Afro-Amerikaanse gebruikers die elkaar op het platform vonden in een gedeeld gevoel voor humor en een gedeelde strijd voor sociale rechtvaardigheid. Zonder Black Twitter was een beweging als Black Lives Matter nooit van de grond gekomen.

Oprechte zelfexpressie

Dat deze minderheidsgroepen vooralsnog wegbleven van Bluesky had volgens Kang te maken met de vibe op het platform: die had nog het meest weg van een koffiezaakje in Portland, een überlinkse en witte stad in Amerika, vol baarddragende hipsters en ‘oprechte zelfexpressie’.

‘Als er geen grappige zwarte mensen zitten, dan is het een flop’, citeerde Kang een Afro-Amerikaanse twitteraar over Bluesky.

De enige deining op het Nederlandstalige Bluesky kwam vooral van Jan Postma, een redacteur van De Groene Amsterdammer en een persoonlijke vriend. Postma had eerst op X en tegenwoordig op Bluesky (7.000 volgers, 6.000 geplaatste berichten) een weldadige onlineaanwezigheid met een constante stroom aan berichten over boeiende literatuur, kunst, films, slimme essays en geestig commentaar over alles wat dom en haatdragend is.

Mijn tijdlijn was vooral een staalkaart van Postma’s gevatheid (‘Kan nooit boos worden op Mark van den Oever van Farmers Defence Force omdat hij altijd praat alsof hij net wat te strakke onderbroeken draagt’ ), hier en daar onderbroken met observaties van vriendelijke Bluesky’ers met namen als @boomservice en @Marinus.

Het duurde tot de verkiezingszege van Donald Trump voordat er verandering kwam in deze ‘low energy’-dynamiek op Bluesky. Van de ene dag op de andere werd het er drukker.

Ik merkte het direct in het aantal volgers dat ik erbij kreeg. Binnen een paar dagen mocht ik bijna 2.000 nieuwe volgers verwelkomen, onder wie de nodige mensen van kleur, van wie enkele met de omschrijving ‘X-vluchteling’ in hun bio.

De nieuwelingen waren aandoenlijk. In hun eerste berichten klonk een mengeling van bitterheid over het vreselijke X dat ze hadden achtergelaten en verbazing over de beschaafde mores op Bluesky. Velen spraken de hoop uit dat Bluesky voor altijd een zachtmoedige plek zou blijven en niet op den duur in dezelfde beerput als X zou veranderen. Bluesky zoals het nu was deed hen denken aan de idyllische begindagen van Twitter.

Ach ja, het Twitter van de jaren nul. Op Wayback Machine, een internetarchief dat sinds 2001 screenshots van sites bewaart, vind ik er een, gemaakt op 20 januari 2008, van mijn eerste Twitteraccount.

Twitter was toen nog geen twee jaar oud, mijn account had ik aangemaakt in 2007. Ik volgde elf mensen, en werd door elf mensen teruggevolgd, onder wie journalist Francisco van Jole (@2525), destijds een van de grootste pleitbezorgers van het nieuwe socialemediaplatform.

Opmerkelijk romantisch

In 2009 schreef hij voor de Volkskrant een artikel (‘Twitter is lief’) waarin hij Twitter aanprijst als de lieflijke tegenhanger van ‘hatelijke en negatieve weblogs en fora’. Het is, met de kennis van nu, een opmerkelijk romantisch beeld dat Van Jole schetst.

Vóór de komst van het nieuwe socialemediaplatform werd het humeur op internet vooral bepaald door anonieme reageerders die de commentaarsectie onder elk nieuwsbericht en elk weblog onleefbaar maakten met hatelijke taal.

Op Twitter was men gevrijwaard van deze hatelijkheid, aldus Van Jole. Een belangrijke reden daarvoor was dat anonimiteit op Twitter niet loonde. Wie onder een schuilnaam verbaal tekeerging kon makkelijk door andere gebruikers voorgoed geweerd worden – ‘blocken genaamd’, schreef Van Jole er voor de duidelijkheid bij. ‘Daarmee zijn de machtsverhoudingen op internet voor het eerst in jaren genormaliseerd. Tot nu toe had de haatdragende gebruiker meer macht, omdat de techniek in zijn voordeel werkte.’

Mijn Twitterpagina was in die beginjaren inderdaad een toonbeeld van die bejubelde ‘genormaliseerde machtsverhoudingen’. Het was, als ik er nu naar kijk, een en al vriendelijkheid. Ik complimenteerde Francisco van Jole met een stuk dat hij schreef over Ayaan Hirsi Ali (geen idee meer welk artikel dat was) en ene @NuNicole met haar stuk over de ‘Lamaficering van Nederland’. Ik kan het niet meer terugvinden, maar ik vermoed dat het een artikel is over de flauwe improvisatiehumor in het programma De Lama’s.

Eitje eten

Ter afwisseling van de complimenten vond ik het kennelijk nodig om te melden dat ik een eitje had gegeten en was ik ook erg begaan met de verwikkelingen bij Holland’s Next Top Model (‘Ontknoping Holland’s Next Top Model checken! Spannend!!!!! Jieeeeeeh!’).

Huiselijk, kneuterig. Ik was er onderdeel van.

Tien jaar heb ik het uiteindelijk volgehouden op Twitter. Ergens in 2017 deactiveerde ik mijn account voorgoed. Opmerkelijk vroeg, al zeg ik het zelf.

Voor velen was Twitter in dat jaar nog altijd een leefbare plek op het internet. Ja, het platform was explosief gegroeid en kon daardoor geregeld lelijk ontsporen. Een verspreking, een flauwe grap, een ronduit racistische opmerking of gewoonweg een vrouw (van kleur) zijn, kon duizenden Twittergebruikers tegelijk op de been brengen met het vereende doel om je brodeloos te maken (door je werkgever met mails te bombarderen), je te doxen (je privé-informatie online te gooien) of om je het leven zuur te maken met andere treiterijen.

Maar Twitter was ook de plek waar de onderdrukten en gemarginaliseerden (Arabische Lente, Black Lives Matter, MeToo) een stem kregen. Simpelweg door een Twitteraccount te hebben en deze ontwikkelingen te volgen, deelde je in het opwindende gevoel deel uit te maken van een uniek platform met een ongekend transformerende kracht.

En vaak genoeg was het er ook gewoon onbekommerd gezellig.

Toch werd ik Twitter in de zomer van 2017 spuugzat. De kortste samenvatting die ik kan geven van het waarom van mijn besluit: ik begon kortsluiting te krijgen van het dwingende en invasieve karakter ervan.

Dip in vreugde

Herkenning van dat gevoel vind ik in een vorig jaar verschenen onderzoek van de Universiteit van Toronto naar de mentale gezondheidseffecten van Twitter. Hoewel de onderzoeksgegevens in 2021 werden verzameld – vier jaar nadat ik van het platform af was gegaan – knik ik instemmend als ik lees dat Twitter bij gebruik voor een onmiddellijke dip in vreugde zorgt en vooral woede en verveling aanwakkert.

Twitter kan er wel voor zorgen dat mensen zich onderdeel voelen van een groep, maar dat ogenschijnlijk positieve gegeven wordt tenietgedaan door de negatieve effecten van Twittergebruik.

‘We hebben geen enkel positief effect op het welzijn kunnen vinden’, zegt Victória Oldemburgo de Mello, een van de coauteurs van het onderzoek, op de site van de Universiteit van Toronto. De Twitterhandeling die het grootste negatieve effect heeft, zo wees het onderzoek uit, is scrollen door je feed. De onderzoekers ontdekten dat zelfs degenen die Twitter alleen openden voor wat vermaak, al scrollend steeds bozer werden.

Woedeopwekkend

Een eenduidige verklaring voor wat er precies woedeopwekkend is aan het scrollen geeft het onderzoek niet, maar het zou te maken kunnen hebben met het feit dat ‘het merendeel van de publieke content (op Twitter, red.) geproduceerd wordt door een kleine groep Twittergebruikers, die, gemiddeld genomen, meer gepolariseerd zijn.’

Ik weet niet meer wanneer het precies begon te veranderen, maar op een gegeven moment raakte ook mijn Twitterfeed gevuld met berichten van mensen die ik zelf niet volgde en die dropen van verontwaardiging en woede.

Voor een belangrijk deel werd die nieuwe dynamiek gedreven door technische aanpassingen die Twitter had doorgevoerd, waarvan de retweet (direct doorplaatsen van andersmans bericht) en de ‘quote tweet’ (doorplaatsen van andermans bericht, aangevuld met een eigen reactie) de belangrijkste waren.

Deze aanpassingen hadden als effect dat de interactie tussen gebruikers werd vergroot, maar ze zorgden er ook voor dat iedereen vooral zijn meest gevatte, alwetende, cynische, hatelijke of larmoyante zelf op Twitter probeerde te zijn.

Googel op ‘Twitter en retweet’ of ‘Twitter en quote tweet’ en je stuit op een schier eindeloze lijst aan artikelen over hoe de RT of de QT het gemoedelijke Twitter zoals we dat kenden ten kwade heeft veranderd. Een van die artikelen, in 2019 verschenen op de nieuwssite Buzzfeed, had als kop ‘Man die de retweet bedacht: ‘We hebben een doorgeladen vuurwapen aan een 4-jarige overhandigd.’

De man in kwestie, Chris Wheterell, is een voormalig medewerker van Twitter. In het artikel vertelt hij hoe hij in 2009 het verzoek kreeg van Jack Dorsey, de eigenaar van Twitter, om een simpele manier te bedenken waarmee gebruikers een bericht van anderen konden doorplaatsen. Dat was tot dan toe nogal omslachtig: als de gebruikers de teksten van anderen verder wilden verspreiden, moesten ze die eerst kopiëren en voorzien van de afkorting ‘RT’.

Wheterell bedacht daarvoor de retweetknop, vooral in de hoop dat daarmee de berichten van nieuwe, interessante stemmen – met name die van minderheden – sneller een grotere groep gebruikers zouden bereiken. En dat gebeurde ook, zo blikte Wheterell terug in Buzzfeed. ‘Het was krachtiger dan de andere manieren om berichten verder te verspreiden.’

Maar al snel zag Wheterell dat de retweetknop ook een handig middel was om desinformatie en haat in een oogwenk te verspreiden.

Gamergate

Dat zag je het duidelijkste bij Gamergate, een online intimidatiecampagne die in 2014 opkwam en die gericht was op vrouwelijke ontwerpers in de gameindustrie. Die hadden niet veel meer gedaan dan pleiten voor meer vrouwvriendelijke games. Dit was genoeg om de gamewereld, grotendeels bevolkt door jongemannen met misogyne denkbeelden, in woede te doen ontsteken.

Wheterell zag hoe de deelnemers aan Gamergate de retweetknop gebruikten om gerichte aanvallen op vrouwelijke ontwerpers te organiseren. Scheldpartijen, leugens, privé-informatie en desinformatie over deze vrouwen werden massaal op Twitter geretweet.

‘Vraag het aan de mensen die toen het doelwit waren, retweeten hielp om snel een verkeerd beeld van hen te creëren’, zei Wheterell tegen Buzzfeed. ‘We hadden daar geen verdedigingsmechanisme voor gebouwd. We hadden alleen een aanvalsmachine gecreëerd.’

Ik herinner mij van die tijd vooral de sluimerende angst op Twitter. Een onhandige grap of ‘verkeerde’ mening en je reputatie was aan diggelen door de retweetende en quote-tweetende meute. Half grappend ging het advies gelden om niet Twitters main character (hoofdpersoon) van de dag te worden. Elke dag werd er wel iemand digitaal gelyncht voor welke ‘overtreding’ dan ook.

Miljoenen fitties

Dat ik door het inmiddels sterk gegroeide platform werd overspoeld met informatie was mede bepalend voor mijn besluit om Twitter te verlaten. Miljoenen meningen. Miljoenen memes, foto’s van huisdieren, links naar ‘moet lezen!’- artikelen. Miljoenen fitties om te volgen.

Weg was het lieflijke, kneuterige karakter van Twitter. Nu kon je oneindig doorscrollen, maar vervulling gaf het zelden. Zoals ook uit het onderzoek van de Universiteit van Toronto bleek: scrollen kan voor even de verveling verlichten, je het gevoel geven ergens onderdeel van uit te maken, maar daarna dipt je geluksgevoel, voel je je leeg en eenzaam.

‘De overdaad aan berichten op sociale media is te vergelijken met een reeks snelle, vernietigende klappen op het hoofd’, schreef de Amerikaanse journalist Luke O’Neil in 2017 in het blad Esquire over de mentale gevolgen van Twittergebruik (‘How is Twitter Affecting Our Mental Health?’). ‘Alles wordt hierdoor platgewalst tot een grijze brij van informatie, niets valt meer op.’

Dat was, in 2017, een goede omschrijving van mijn Twitterbrein. Platgewalst, boos, verzuurd, niet meer in staat om hoofd- van bijzaak te onderscheiden. Het werd tijd om te ontsnappen aan deze digitale zelfkastijding.

Om mij daarna vanaf eind 2023 vrijwillig aan dezelfde soort zelfkastijding bloot te stellen.

Vriendelijke tijdlijn

Nogmaals, zo naargeestig als X is Bluesky in de verste verte niet. Door bepaalde technische handigheden – je kunt er makkelijker mensen blokkeren, hatelijke/agressieve taal of materiaal weren, je eigen algoritme vormgeven – heb je op Bluesky makkelijk een vriendelijke tijdlijn voor elkaar.

En X’ers blijven vooralsnog weg van Bluesky (‘Bluecry’ noemen zij het platform spottend) omdat het discours op het platform naar hun mening te links is.

Toch merkte ik eind vorig jaar dat Bluesky mij om bijna dezelfde redenen begon tegen te staan als destijds Twitter.

Keerpunt, zo denk ik, was een hitje dat ik in november scoorde met een kort tekstje (‘Jurgen Nobel verslikt zich in zijn koffie’) dat ik plaatste boven een nieuwsbericht over migrantenjongeren die steeds vaker op de havo en het vwo belanden.

‘Een echt groot integratieprobleem’

Het was enkele weken nadat staatssecretaris van Participatie en Integratie Jurgen Nobel (VVD) had beweerd dat islamitische jongeren ‘voor een groot deel onze Nederlandse normen en waarden niet onderschrijven’. Aanleiding waren de aanvallen in Amsterdam op supporters van de Israëlische voetbalclub Maccabi Tel Aviv door Amsterdamse jongeren, van wie een deel vermoedelijk van Marokkaanse afkomst. Nobel sprak van ‘echt een groot integratieprobleem.’

En nu bleek datzelfde integratieprobleem prima mee te kunnen komen in het Nederlandse onderwijssysteem. Nobel zal zich wel verslikt hebben in zijn ochtendkoffie, grapte ik, en meteen ging mijn bericht viraal: het werd meer dan honderd keer geliket en doorgeplaatst.

Volkskrant-columnist Sander Schimmelpenninck (meer dan 30 duizend volgers) was de eerste die mijn bericht doorplaatste, en daarna was het lekker likes en nieuwe volgers oogsten.

Dat is het verslavende van sociale media: plotseling word je gezien, wordt je humor gewaardeerd en wordt de juistheid van je correcte denkbeelden bevestigd. Wie daar een keer van geproefd heeft, wil alleen nog maar meer.

‘Het internet is een gigantische injectiespuit, en de inhoud, inclusief sociale media zoals Meta, zijn psychoactieve drugs’, zei David Greenfield, een Amerikaanse psycholoog gespecialiseerd in internetverslaving, in 2023 in The New York Times over de verslavende werking van sociale media.

De likes en de nieuwe volgers deden mij heerlijk egotrippen. Bluesky en andere socialemediaplatforms zitten vol met die psychoactieve snoepjes, maar waar ze precies zitten en wanneer je er een krijgt toegeworpen is niet altijd duidelijk. En dat is doelbewust zo gedaan door socialemediabedrijven, aldus Greenfeld in The New York Times.

Het werkt een beetje als een gokkast: je gooit er oneindig veel munten in, weet nooit of je beloond zult worden, maar als je de jackpot wint, is het geluksgevoel oneindig en kom je om in het geld.

Gokkast

Bluesky werd voor mij ook een gokkast, eentje waarin ik zo veel mogelijk berichten wierp, erop hopend dat een daarvan mij zou belonen met minstens twintig likes. Het werd de app waar mijn duim altijd boven zweefde, de site die altijd open stond in een van mijn tabbladen, het podium waar een onevenredig deel van mijn aandacht en creativiteit naartoe ging.

Bij veel nieuwsberichten was de automatische gedachte: met welke snedige of slimme opmerking hierover kan ik mijzelf weer in de Bluesky-etalage zetten?

Maar het probleem met pogingen tot gevatheid is dat ze niet altijd werken. Soms valt je grap of ‘scherpe analyse’ in dorre aarde, loopt iedereen er schouderophalend aan voorbij. Op zulke momenten voel je je een podiumartiest die slechts een lauw (of zelfs geen) applaus oogst, en heb je het idee dat je jezelf te grabbel hebt gegooid.

Vervolgens zat ik jaloers te loeren naar berichten die wel veel reacties kregen. Waarom deze wel en die van mij niet?

Emotioneel lijden

Hengelen naar bevestiging op sociale media kan onze mentale gezondheid negatief beïnvloeden, leert onderzoek naar de aandachtseconomie van sociale media. Zeker wanneer die bevestiging uitblijft – geen likes, retweets of positief commentaar – kunnen we daarvan hinder ondervinden. Dat blijkt onder meer uit een drietal Amerikaanse onderzoeken die in 2020 onder scholieren werden gehouden. Onvoldoende bevestiging op sociale media ervoeren de jongeren als een heftig moment, met ‘emotioneel lijden’ als gevolg.

Dit leed – verdriet, schaamte, zelftwijfel – kan jongeren vatbaar maken voor een depressie.

Eigenlijk, zo kan ik concluderen na meer dan twintig jaar socialemediagebruik (van Ilse Chat, Mirc Chat, Hyves en Mastodon tot Facebook), bestaan er geen ‘goede’ sociale media.

Ja, op Bluesky kun je de racisten en complotdenkers iets makkelijker ontwijken dan op X of Facebook. Vriendelijk en intelligent contact is er nog altijd mogelijk. Maar voor de verdeling van onze aandacht en geestelijke gezondheid betekent het platform uiteindelijk niet veel goeds.

Het opent vooral de sluizen voor onze minder goede eigenschappen, zoals ijdelheid, statusangst en verslavingsgevoeligheid: als je eenmaal een like hebt ontvangen kun je niet meer zonder, je wilt volgers, je wilt eindeloos scrollen langs scherpe en geestige reacties op het nieuws, je wilt verzuipen in memes en kattenfilmpjes, net zo lang tot je brein is ‘platgewalst tot een grijze brij van informatie, niets valt meer op’.

‘Spijt dat ik hieraan begonnen ben’, schrijft een Bluesky’er half maart over het platform.

Same, denk ik.

De tekst is doorgeplaatst door Jan Postma, die boven het bericht schrijft: ‘Ik en Bluesky.’

Maar Postma zit nog altijd op het platform. Voor mij is het weer genoeg geweest. Ik wil het laatste restje gezond functionerend brein dat ik nog overheb graag behouden.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next