President Donald Trump breekt de Amerikaanse rechtsstaat in noodvaart af. Met een Republikeinse meerderheid in het Congres hoeft hij dat niet te doen om zijn beleid uit te voeren. Het is een bewuste keuze.
is correspondent Verenigde Staten van de Volkskrant. Hij woont in New York.
Niet langer draait JD Vance eromheen. ‘Alle mensen die nu snikken over het gebrek aan een eerlijk proces’, schrijft de Amerikaanse vicepresident woensdag in een woeste verklaring op sociale media. ‘Hebben zij dan een oplossing om jaarlijks miljoenen mensen uit te zetten?’ Het antwoord, volgens Vance, is nee. Natuurlijk niet.
Dus bepleit Vance openlijk wat zijn president, in werkelijkheid, al lang doet: buiten de rechtsstaat treden. De regering van Donald Trump omzeilt wetten, negeert rechters en schort de eerlijke behandeling van inwoners op – ongehinderd door het democratisch proces.
Neem afgelopen week. De rechter verbood het, en toch blijft Trumps regering migranten zonder proces arresteren, vervoeren en detineren in een martelgevangenis in El Salvador. De rechter beval het, maar Trump weigert te werken aan de terugkeer van een man die daar – aldus de overheid – per vergissing zit opgesloten. Intussen tekent de president decreten om politieke tegenstanders te vervolgen; gebruikt hij zijn belastingdienst om universiteiten onder druk te zetten; en een vonnis dat AP, persbureau non grata, weer toegang verleent tot het Witte Huis, wordt genegeerd.
De Amerikaanse rechtsstaat dendert naar een breekpunt. Als nooit tevoren worstelen de instituties met een fundamentele vraag over hun democratie: waar schuilt de macht? Want als de president ‘nee’ zegt, wie kan hem dan nog dwingen?
‘Hij die zijn land redt, breekt geen wet’, schreef Donald Trump onlangs op zijn sociale media – een citaat dat vaak aan Napoleon wordt toegedicht en dat de president, klaarblijkelijk, ter harte neemt. Trump toetst de absolute limieten van de presidentiële macht. Procesvrije uitzettingen zijn daarvan vooralsnog het gevaarlijkste voorbeeld.
Trumps regering merkt migranten eenzijdig aan als crimineel – zonder hoorzitting of veroordeling, velen hebben geen strafblad – en laat hen opsluiten in een Centraal-Amerikaanse dictatuur. Mogelijk moeten zij er hun verdere leven doorbrengen, onder mensonterende omstandigheden. Want eenmaal daar, zegt Trump, vallen zij buiten de Amerikaanse jurisdictie.
De president creëert zo een zwart gat voor ongewensten. Deze week opperde Trump hetzelfde te willen voor criminele staatsburgers.
‘De overheid claimt het recht om inwoners van dit land weg te stoppen in buitenlandse gevangenissen,’ waarschuwt een hogere rechtbank donderdag, ‘zonder een schijn van de eerlijke behandeling die het fundament vormt van onze rechtsorde.’ Heldere taal. Maar Trump laat zich door rechters niet langer afschrikken.
Het hoeft zo niet te gaan. Met een Republikeinse meerderheid in het Congres ligt de politiek voor Trump wagenwijd open. Er zijn, anders dan JD Vance beweert, legale manieren om meer mensen uit te zetten: procedures veranderen, juristen aannemen, geld vrijmaken voor de immigratiedienst. Maar dat lijkt niet Trumps doel. Deze strijd draait om machtsverwerving.
Dit voorjaar eigende de president zich per decreet al macht toe die wettelijk schuilt bij het Congres, zoals de overheidsuitgaven. Republikeinen lieten dat stilzwijgend gebeuren. Nu is de rechtspraak aan de beurt.
Woensdag waarschuwde de federale rechter James Boasberg, in een uitzonderlijk vonnis, dat de Trump-regering zich mogelijk schuldig maakt aan ‘criminele minachting’ van de rechtspraak. Als de procesvrije uitzettingen naar El Salvador blijven doorgaan, zegt Boasberg, overweegt hij de vervolging van kabinetsleden af te dwingen – een zeldzaam justitieel wapen.
Maar zo’n besluit zou leiden tot een rechtsstatelijke paradox.
Boasberg zou justitie opdracht geven om de eigen regering te vervolgen. Haast ondenkbaar. En hoewel rechters in noodgevallen zélf een aanklager kunnen benoemen, houdt hun macht daar ook op. De rechtspraak heeft geen politiedienst. De uitvoer van justitiële vonnissen ligt in een democratie – logischerwijs – bij de uitvoerende macht. En dus, uiteindelijk, bij de president.
Wanneer de rechtsstaat hapert, is het aan de politiek om op te treden. Het Congres heeft die macht. Zij kunnen wetten versterken en de president ter verantwoording roepen. Die suggestie zorgde afgelopen week, tijdens het Paasreces, voor botsingen tussen Republikeinen en hun kiezers.
‘Waarom doet u uw werk niet?’, krijgt senator Chuck Grassley voor zijn kiezen tijdens een bijeenkomst in zijn thuisstaat Iowa. ‘Het Congres hoort deze dictator in te tomen. Wat gaat u daaraan doen?’ Een ontmoeting met Marjorie Taylor Greene in Georgia raakt zo verhit dat twee bezoekers worden getaserd.
Trump begrenzen is voor politici niet risicoloos. Terwijl de president rechters wegwuift, schuwt hij er niet langer voor om justitie in te zetten tegen vermeende vijanden. Vorige week tekende Trump twee decreten om voormalige medewerkers uit zijn eerste termijn te laten vervolgen. Beiden leverden kritiek op de president.
‘We zijn allemaal bang’, geeft de Republikeinse senator Lisa Murkowski uit Alaska deze week toe tijdens een kiezersbijeenkomst, in een zeldzaam moment van openhartigheid. Secondenlang zoekt ze naar woorden. ‘Dat is een behoorlijke uitspraak. Maar we verkeren in een tijd en een moment waar... ik weet het niet, ik ben hier nooit eerder geweest.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant