Home

Opinie: Koppel vakkennis aan de maatschappelijke realiteit, als je burgerschap wil bijbrengen

Burgerschapsvorming is door de overheid ingestoken als een schoolbrede taak, maar de praktijk blijkt weerbarstig te zijn. Laat docenten hun vak verbinden met de echte wereld, stelt onderzoeker Saro Lozano Parra.

Meer dan de helft van de onderzochte scholen krijgt van de Onderwijsinspectie een herstelopdracht voor burgerschapsonderwijs. Zo zijn scholen niet doelgericht en weinig samenhangend, zo staat te lezen in de Staat van het Onderwijs. Dit is op zich niet vreemd: in 2011 vroegen docenten al om concretisering, omdat zij niet begrepen wat er nu precies van hen wordt gevraagd.

De uitbreiding kwam in 2021, na de moord op Samuel Paty. Uit dit rapport blijkt dat we nog geen stap verder gekomen. De oplossing? Zet vakinhoudelijke educatie centraal. Zet in op het opleiden van vakdocenten die krachtige kennis gebruiken om les te geven over maatschappelijke vraagstukken.

Over de auteur

Saro Lozano Parra is universitair docent Burgerschap en Educatie aan Universiteit Utrecht en senior onderzoeker lectoraat curriculumvraagstukken aan de Hogeschool Utrecht.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Burgerschapsvorming is door de overheid ingestoken als een schoolbrede taak. Een projectweek over de rechtstaat, een excursie naar de Tweede Kamer bezichtigen of een maatschappelijke stage in het bejaardentehuis om de hoek; het is niet genoeg.

Democratische vorming

Een terecht punt. Een overheid die van scholen verwacht een maatschappelijke rol te spelen en zo bijdraagt aan de democratische vorming van leerlingen lijkt me terecht. De praktijk is alleen behoorlijk weerbarstig gebleken.

Op de scholen die ik bezoek zie ik vaak hoe deze vakdocenten worden gebombardeerd tot ‘burgerschapscoördinator’, toch wel een van de meest vergeven taken van het afgelopen schooljaar. Zo zijn er op heel veel scholen coördinatoren geweest die ‘eerst maar eens een inventarisatie doen van wat er al wel gebeurt’, vooral uit onwetendheid over de vraag waar te beginnen met dat burgerschap.

Nervositeit

Dit raakt aan een terecht punt dat de inspectie maakt: er is te

weinig expertise binnen school. Het nieuws over alle herstelopdrachten bereikten ook de docentenkamers, de nervositeit was duidelijk voelbaar. Dit heeft in mijn ogen vooral geleid tot scholen die in sneltreinvaart vooral bezig zijn geweest met het creëren van een papieren werkelijkheid.

Waar in de analyse van basisvaardigheden taal en rekenen de analyse wordt gedaan op basis van inzichten over examenresultaten (waar je ook van alles van kunt vinden, maar dit even daargelaten), gaat het wat betreft burgerschap over het vermogen van scholen om het formuleren van visie en leerdoelen. Dit versterkt enkel het gevoel dat deze wet vooralsnog met name een stok lijkt om mee te slaan, en niet als een aanzet tot concretiseren van burgerschapsvorming binnen alle vakken.

Wereldoriëntatie

Ondertussen is al een tijd geleden het vak wereldoriëntatie (denk geschiedenis, aardrijkskunde en biologie) geschrapt als eindtoets op de basisschool. In het voortgezet onderwijs leiden samenvoegingen als Mens en Maatschappij eerder tot verwatering dan tot versterking van vakinhoudelijke educatie.

Tegelijkertijd zijn geschiedenis en maatschappijleer geen verplichte vakken. Deze vernieuwingen en beleidskeuzes en de nadruk op meer onderwijskundige, competentiegerichte doelen hollen wat we verstaan onder burgerschapsonderwijs volledig uit.

Burgerschapsonderwijs valt of staat bij de inhoud: leerlingen hebben het recht om zich te verhouden tot de wereld waarin zij geworpen zijn. Vakdocenten hebben een grootse verantwoordelijkheid, namelijk leerlingen introduceren in die wereld, maar ook ruimte laten voor hen om de vakkennis te gebruiken en zich als nieuwe generatie zich te verhouden tot die wereld, en een nieuw begin te maken.

Haakje

Hiervoor hebben we docenten nodig die hun vak zodanig beheersen dat ze elke haakje kunnen aangrijpen om maatschappelijke vraagstukken op te werpen. Of, om toch een kleine ode te
brengen aan mijn studenten en docenten in spe die mijn cursus burgerschap en educatie volgen: de student scheikunde die, toen ik hem vroeg hoe hij burgerschap concreet maakt in zijn vak, zei: kijk om je heen, álles is aardolie.

Of de studente Frans die fanatiek zwaaide met Edouard Louis’ Qui a tué mon père. En daar een lessenserie voor ontwikkelde. De student economie die aan de hand van het limitarisme leerlingen vragen stelde over maximum inkomen en ongelijkheid in onze samenleving. Of de studente geografie die het heel spannend vond, maar toch een les gaf over stikstof op haar school rondom Eindhoven.

Aan de zijlijn

Steeds maar aan de zijlijn staan en roepen dat docenten iets moeten doen houdt echt een keer op. Terecht stelt de Onderwijsinspectie dat de overheid hierin kan ondersteunen, en dan wel zo: zet in op de vakinhoudelijke educatie. Maak ruimte in de opleiding van docenten om via hun vak burgerschapsdoelen te bewerkstelligen.

De Onderwijsinspectie, maar ook universiteiten en hogescholen moeten hier een rol in spelen. In plaats van toetsen van verantwoordingen kunnen inspecteurs ook delen in de verantwoordelijkheid, en scholen ondersteunen in hoe tot visievorming te komen.

Universiteiten en hogescholen kunnen via onderzoek vaksecties ondersteunen door vakkenis te koppelen aan de maatschappelijke realiteit. Alleen dan zal burgerschapsonderwijs niet enkel een papieren vinklijst blijven.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next