Home

Was die zachtaardige Ronald Reagan dan toch de wegbereider van de botte Donald Trump?

Reputaties veranderen continu. In deze rubriek kijken we hoe de betekenis van denkers en kunstwerken, van politici en schrijvers kantelt en evolueert. Deze week: Ronald Reagan.

Was Ronald Reagan de wegbereider van Donald Trump? Die vraag hangt bij Amerikaanse historici, columnisten en politiek duiders in de lucht door de veelbesproken, veelverkochte nieuwe Reagan-biografie van Max Boot.

Impliciet geeft Boot in Reagan – His Life and Legend (Liveright Publishing Corporation; € 40,99) in drie hoofdstukken antwoord. Hij richt zich op drie thema’s die Reagan aansneed, eerst als kandidaat-gouverneur midden jaren zestig, daarna als kandidaat-president tijdens de Republikeinse voorverkiezingen van 1976.

In 1965 wil Reagan gouverneur van Californië worden. Hij zet zichzelf in de markt als de kandidaat van orde en gezag. Daarmee is het volgens hem treurig gesteld: criminelen hebben meer rechten dan agenten, binnensteden lijken na zonsondergang op de jungle – zijn woorden. Misbruik van sociale voorzieningen is aan de orde van de dag, klaplopende uitkeringstrekkers nemen het ervan. De deugdzame maar weerloze burger is kind van de rekening.

Bloedbad

Ook zoiets: demonstrerende studenten op de universiteit van Berkeley. De gouverneur weet met wie hij te maken heeft: staatsvijandige communisten en gezagsondermijnende beatniks. Oplossing: schoonvegen van de campus en een belendend park, broeinesten van demonstraties tegen de oorlog in Vietnam en voor de vrije liefde. Reagan: ‘Als het op een bloedbad uitloopt, dan moet dat maar. We kiezen voor de confrontatie.’

In 1976 is Reagan gouverneur-af en presidentskandidaat. Hij is de strijd aangegaan met Gerald Ford, de president én Republikein. Doorgaans rijdt een partijgenoot een zittende president niet in de wielen. Maar Reagan heeft niets met de kleurloze Ford. Weer kiest Reagan de confrontatie. Geïnspireerd door de oerconservatieve senatoren Strom Thurmond en Jesse Helms vindt hij zichzelf opnieuw uit met twee verrassende thema’s buiten de landsgrenzen.

Eerst keert hij zich tegen het ontspanningsbeleid jegens de Sovjet-Unie. Détente, kan het erger? Het komt volgens hem neer op het hijsen van de witte vlag. Wie voor is, is op zijn best naïef en in feite een on-Amerikaanse slappeling. Het tweede thema dat hij aansnijdt is al net zo verrassend. Amerika mag het Panamakanaal nooit ‘weggeven’. Wie daarvoor pleit doet het land in de uitverkoop.

Platbombarderen

Reagan: ‘Wij hebben het aangelegd! We hebben ervoor betaald! En het moet van ons blijven!’ Boodschap: Amerika laat onder een toekomstige president Reagan niet langer met zich sollen. Het recente ‘verlies’ van Vietnam was volgens hem een schande, hij pleitte eerder om het land ‘plat te bombarderen tot één grote geasfalteerde parkeerplaats inclusief strepen’. (Bombarderen mag, maar laat de boel alsjeblieft wel verzorgd achter.) In Panama trekt Amerika nu een grens.

De duidelijke taal van Reagan slaat aan. Hij krijgt het momentum aan zijn zijde. Zijn achterstand op Ford is te groot, maar tijdens de conventie in Kansas City slaagt hij er alsnog bijna in de nominatie in de wacht te slepen, met een boodschap die de zaal tot tranen roert. Volgens Boot was de kern daarvan ‘de Verenigde Staten verliezen in het buitenland aan prestige en in het binnenland gaat het land door de knieën voor allerlei minderheden’.

Nieuw Rechts – een bonte coalitie van Christelijke fundamentalisten, witte ‘gezond verstand’-kiezers uit de buitenwijken, fiscale minimalisten en defensiehaviken – heeft in Reagan een boegbeeld gevonden. Boot: ‘Nieuw Rechts heeft de Republikeinse Partij bijna overgenomen. Bijna, maar nog niet helemaal.’

Interne partijstrijd

Bijna. Het presidentschap van Reagan (1981-1989) is vooral ook een interne partijstrijd tussen de ideologen en de mannen van de praktijk. De grootste schok voor de eerste groep is dat dogmaticus Ed Meese als beoogd stafchef aan de kant wordt geschoven ten faveure van James Baker, voorheen verbonden aan de campagnes van Ford en Bush. Een halve verrader! Meese had om te beginnen de verzorgingsstaat volledig willen ontmantelen, maar daar komt het nu niet van. Baker gelooft in ordelijk bestuur.

Na een aanslag op zijn leven, in 1981, waarbij Reagan zwaargewond raakt, verandert voorgoed zijn imago. Links en rechts, Democraten net zo goed als Republikeinen, sluiten hem in het hart, mede door oneliners waarin hij zijn lijden stoïcijns wegwuift. Tegen Nancy: ‘Ik vergat te bukken.’ Tegen de opererende artsen: ‘Ik hoop dat jullie Republikeinen zijn.’

Het was, terugkijkend, zijn finest hour. Reagan bleek niet alleen stressbestendig, hij kon zichzelf in zijn uur van nood ook relativeren. Vanaf dat moment was zijn hardrechtse beleid in de publieke opinie ondergeschikt aan zijn gracieuze voorkomen.

Ego zonder ijdelheid

Wat nu nog resteert, bij zowel Republikeinen als verrassend veel Democraten, is bewondering voor de man, gedrenkt in nostalgie. Boot is duidelijk: stilistisch was Reagan ‘verbonden met een sunny style of politics’, maar inhoudelijk ‘was er niets verheffends aan de manier waarop hij zijn politieke loopbaan had vormgegeven’. In een eerdere biografie, Dutch – A Memoir of Ronald Reagan (1999) wees Edmund Morris al op de paradox van zijn aura: ‘Agressie zonder vijandigheid, ego zonder ijdelheid, meerderwaardigheid zonder snobisme en die ethische passie die Reagan (zelf) omschrijft als ‘haat, zuiver op de graat’.

Door gevaarlijke vijanden omringd en van binnen uitgehold – Reagan dacht er niet wezenlijk anders over dan Trump. Maar hij bracht het omfloerst: stijlvol, warm, zonder gif. Wie alleen maar naar hem keek, geluid uit, was onder de indruk van zijn gracieuze optredens. En als hij de juiste tekstschrijver trof – lees: door echtgenote Nancy liet uitkiezen – zat het met de inhoud ook weleens goed. Die haat was er wel, maar je moest ernaar zoeken. Bij Trump kom je er niet omheen.

Over de auteur
Menno de Galan werkt aan een boek over de politieke en culturele mentaliteit van de achterban van Trump.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next