is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
De Amstel Gold Race heeft een mooi en selectief parcours over alle heuvels en bergjes van Zuid-Limburg. Hij heeft zondag met Tadej Pogacar, Tom Pidcock, Wout van Aert en Remco Evenepoel ook een deelnemersveld waarvan ze in Vlaanderen en Parijs-Roubaix zouden watertanden.
Koersdirecteur Leo van Vliet is al dertig jaar het altijd optimistische gezicht van de wedstrijd, langs de kant staan elk jaar tweehonderdduizend enthousiaste toeschouwers en wereldwijd volgen vijftien miljoen fans het koersverloop.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
En toch komt de wedstrijd maar niet tot volle wasdom, wordt er altijd een beetje meesmuilend over gedaan – vooral in België – en gaapt er een groot gat tussen de Limburgse klassieker en de grote voorjaarswedstrijden Milaan-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en Luik-Bastenaken-Luik.
De Amstel Gold Race is elk jaar weer een koude douche. Dat blijkt ook uit de afwezigheid van Mathieu van der Poel, die al naar Spanje is vertrokken voor een lange voorjaarsvakantie en de enige Nederlandse klassieker, die hij in 2019 op miraculeuze wijze won, achteloos uit zijn programma schrapte.
De Amstel Gold Race is een puber die maar niet volwassen wil worden. Het is een Wereldbekerwedstrijd die je niet per se op je erelijst hoeft te hebben om van een geslaagde carrière te kunnen spreken.
Een van de redenen voor het gebrek aan prestige is de leeftijd. Milaan-Sanremo (1907), Ronde van Vlaanderen (1913), Parijs-Roubaix (1896), Luik-Bastenaken-Luik (1892) en de herfstklasieker Ronde van Lombardije (1905) zijn eerbiedwaardige dames van stand, de Amstel Gold Race (1966) is een straatmeid die net komt kijken.
Maar ook de Italiaanse gravelkoers Strade Bianche heeft nu al een grotere naam, terwijl die pas sinds 2007 wordt verreden – hij wordt al ‘het zesde monument’ genoemd. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de witte wegen van Toscane en de bewuste terugkeer naar de romantiek van vervlogen tijden. Maar ook met iets anders: de naam.
De Amstel Gold Race heet al 59 jaar naar een laf en smakeloos Amsterdams pilsje. De naam wekt onmiddellijk associaties met toffe Amsterdamse volkszangers en andere proleten. Een beetje wielrenner wíl een wedstrijd met zo’n naam niet eens op zijn erelijst.
Strade Bianche droeg aanvankelijk ook de naam van een sponsor maar schrapte die zodra was besloten dat de wedstrijd omhoog moest in de vaart der volkeren. De Italianen beseften dat het onder de naam van een bank niks zou worden. Alles in het leven begint bij de naam en wanneer die je in een duf bankfiliaal of een doodgeslagen biertje laat kijken is het niks en zal het ook nooit wat worden. Daar verandert een erelijst vol grote kampioenen niks aan.
Tekenend is ook dat de Amstel Gold Race nooit een klinkende bijnaam heeft gekregen. Echte koersen heten L’Eroica, Il Primavera, Vlaanderens Mooiste, La Reine, La Doyenne of La corsa delle foglie morte. De Amstel Gold Race heeft het nooit verder geschopt dan Amstel Gold Raas – naar de vijfvoudige winnaar.
Op de een of andere manier geven wij de voorkeur aan plat en ordinair en is alles hier te koop, zelfs je geboortenaam. De Nederlandse klassieker lijdt onder het Nederlandse gebrek aan stijl en klasse en is daardoor gedoemd altijd een semi-klassieker te blijven. Het eerste wat de opvolger van Van Vliet daarom moet doen is de naam van de wedstrijd veranderen, anders blijft het trekken aan een dood paard.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns