Home

‘In deze tradi-modern met borstzak’, gniffelt de kleermaker, ‘daar kan mooi je aantekeningenboekje in’

is correspondent Afrika van de Volkskrant. Hij woont in Dakar, Senegal.

Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: Joost Bastmeijer is tijdens zijn werk als Afrika-correspondent chronisch underdressed.

‘Je ziet eruit alsof je onderweg bent naar een tropisch zwemparadijs’, bijt een royaltyverslaggever van een Nederlandse krant me toe terwijl we over de expressway van Nairobi scheuren. Het witte busje met journalisten rijdt in de ‘motorcade’ van koning Willem-Alexander, naar de ambtswoning van president William Ruto. Daar wordt de koning, als onderdeel van een driedaags staatsbezoek, getrakteerd op een banket.

Toegegeven: de standaardoutfit van een Afrika-correspondent – overhemd met borstzakken, praktische broek van een Zweeds outdoormerk en bergschoenen – valt op zo’n sjieke bijeenkomst als een staatsbanket inderdaad wat uit de toon. ‘Ik dacht dat we nog langs het hotel zouden rijden zodat ik me kon omkleden’, verontschuldig ik me beteuterd tegenover een handvol ambtenaren van de rijksvoorlichtingsdienst. De volgende dag houd ik mijn knellende pak, dat ik vijftien jaar geleden heb gekocht en nauwelijks nog pas, voor de zekerheid maar de hele dag aan.

Chronisch underdressed zijn; daar ben ik na zeven jaar wonen en werken in Afrikaanse landen inmiddels wel een beetje aan gewend. Eenmaal thuis aangekomen, in de Senegalese hoofdstad Dakar, verdwijnt dat gevoel doorgaans niet. Met name op vrijdagen, als de Senegalezen ’s middags naar de moskee tijgen voor het vrijdaggebed, is het verschil tussen de slecht geklede ‘toubab’ – zoals ik als witte Europeaan hier word genoemd – en de gesoigneerde Senegalees kolossaal.

Dat laat zich deels verklaren door het feit dat Senegalezen over het algemeen rank en fit zijn. Wie in de namiddag wandelt over de Corniche, Dakars lange boulevard langs de Atlantische Oceaan, treft overal sportende Senegalezen aan. Hun lichamen moeten immers wel blijven passen in hun vrijdagskleren, die meestal uit een grote lap waxstof op maat worden gemaakt door een van de talloze kleermakers. Het land heeft zo’n 61 duizend naaiateliers.

De kleermakers draaiden het afgelopen jaar overuren, dankzij president Diomaye Faye en zijn rechterhand, premier Ousmane Sonko. De twee politici, deze maand precies een jaar geleden verkozen, groeiden namelijk uit tot ware stijliconen. In hun boubous, de traditionele gewaden die in de Sahel worden gedragen, naaiden hun kleermakers ook westerse elementen als een overhemdkraag.

Hybride pakken

De stijl van deze hybride pakken, met een tuniek die tot halverwege de dij op een strakke broek valt, omschrijven de Senegalezen inmiddels als ‘tradi-modern’.

‘Mannen uit heel West-Afrika komen hierheen met foto’s van onze president’, zegt Issa Mohamed, die om de hoek van mijn huis in Dakar werkt in kledingwinkel Toro Bespoke. De boetiek, die sinds kort ook vestigingen heeft in Ivoorkust en Guinée-Bissau, hangt vol met outfits conform de tradi-modernstijl.

‘Op sociale media worden de outfits van Diomaye regelmatig besproken door jonge mannen’, zegt Mohamed. ‘Het zijn vaak berichten die mensen hier in de winkel aan ons laten zien.’ De verkoper legt uit dat de stijl al zo’n tien jaar bestaat. ‘Maar het afgelopen jaar heeft deze stijl echt een vlucht genomen.’

Heeft hij ook kleding geschikt voor journalisten? Mohamed lacht en beent naar een van de hoofd- en armloze paspoppen. ‘Deze versie van de tradi-modern heeft een borstzak’, gniffelt hij. ‘Daar kan mooi je aantekeningenboekje in.’ Dan, iets serieuzer: ‘De witte klanten die hier komen, kopen liever westerse pakken.’ Hij wijst wat opties aan in de kast naast hem. Dan fonkelen zijn ogen. ‘Maar misschien wilt u de eerste toubab zijn die gespot wordt in een tradi-modern?’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next