Deze week is een grote rechtszaak begonnen tussen Meta en de Amerikaanse overheid. Het moederbedrijf van Facebook, Whatsapp en Instagram zou een illegaal monopolie op sociale media hebben. De Amerikaanse mededingingsautoriteit FTC stuurt aan op de verkoop van Instagram.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant, met tech als specialisme.
Wat is de precieze aanklacht?
Facebook werd in 2004 opgericht door Mark Zuckerberg, nu CEO van Meta. Binnen zes jaar hadden honderden miljoenen personen een account. Gebruikers kunnen er persoonlijke updates delen en ook chatten met vrienden, via Facebook Messenger.
Chatten doen talloze mensen sinds 2009 echter ook via Whatsapp, dat daarom gold als concurrent. Een jaar na Whatsapp verscheen Instagram, en ook die dienst zat in het vaarwater van Facebook: tientallen miljoenen mensen gebruikten ook Instagram als manier om hun vrienden op de hoogte te houden van hun leven.
In 2012 kocht Meta, toen nog Facebook geheten, Instagram voor een miljard dollar. Twee jaar later slokte het ook Whatsapp op voor 19 miljard. Volgens de Amerikaanse mededingingswaakhond FTC dwong Meta op illegale wijze marktdominantie af door de belangrijkste concurrenten voor Facebook en Facebook Messenger op te kopen. De FTC begon de rechtszaak al in 2020.
Wat is er tijdens de hoorzittingen al ter sprake gekomen?
Op de eerste dag was er meteen vuurwerk toen Daniel Matheson, de hoofdadvocaat van de FTC, naar eigen zeggen een ‘smoking gun’ op tafel legde. Het ging om twee mails uit 2012 waarin Mark Zuckerberg schrijft over de dreiging die Instagram en Whatsapp vormen voor Facebook. Over Instagram, toen nog een kleine start-up in vergelijking tot Facebook, schreef Zuckerberg dat het belangrijk was om ‘een potentiële concurrent te neutraliseren’.
In de andere mail, gericht aan coo Sheryl Sandberg, schrijft Zuckerberg: ‘Facebook Messenger verslaat Whatsapp niet, Instagram groeide zoveel sneller dan ons dat we ze moesten kopen voor 1 miljard dollar.’
Deze uitspraken zijn essentieel voor de FTC: om de zaak te winnen moet de mededingingsautoriteit bewijzen dat Meta het huidige succes niet had kunnen bereiken zonder Instagram en Whatsapp op te slokken. Meta bezit echter allerlei bedrijven, wat het moeilijker maakt om aan te tonen dat Instagram en Whatsapp van levensbelang zijn voor de huidige positie van Meta.
Ook zal het lastig zijn voor de FTC om precies af te bakenen op welke markt Meta een monopolie zou hebben. Zuckerberg zelf stelde in zijn getuigenissen dat Meta momenteel vooral moet opboksen tegen TikTok en YouTube, terwijl de FTC Snapchat en het relatief onbekende MeWe – waar opgebruikers net als op Facebook en Instagram persoonlijke foto’s en updates delen – ziet als de belangrijkste concurrenten van Facebook en Instagram.
In verklaringen aan The Wall Street Journal blijkt Meta-woordvoerder Dani Lever dan ook optimistisch over de zaak. Volgens haar is het absurd om te beweren dat Instagram niet concurreert met Tiktok, iets wat ‘elke 17-jarige in Amerika’ al weet.
Wat staat er op het spel?
Als de rechter oordeelt dat Meta de wet heeft overtreden door Instagram en Whatsapp te kopen, dan is het aannemelijk dat Meta wordt opgesplitst: het moet dan een of beide platforms verkopen. Dat zou veel opschudding in de techwereld geven. Zo’n opsplitsing is echter niet totaal vreemd: in 1982 werd telecomprovider AT&T wegens een monopoliepositie opgehakt in zeven bedrijven.
Dat de klok zo’n veertig jaar moet worden teruggedraaid voor het recentste relevante voorbeeld, is echter tekenend: de FTC beschuldigde de laatste jaren ook Amazon, Google en Microsoft van machtsmisbruik – en won zelfs zaken tegen Google en Microsoft – zonder ingrijpende gevolgen voor de techgiganten.
Hoelang gaat deze rechtszaak duren?
Afgaande op vergelijkbare FTC-zaken met Google, Microsoft en Amazon kan de juridische strijd tussen de Amerikaanse overheid en Meta jaren duren. Er zat ook zo’n acht jaar tussen het begin van de AT&T-rechtszaak en het moment dat het bedrijf versplinterde. Dit komt niet alleen door de schaal van de zaken, maar ook door het juridische raamwerk voor de rechters: de belangrijkste Amerikaanse mededingingswet, de Sherman Act, komt uit 1890 en is moeilijk toe te passen op de moderne markt.
Ook kan de Amerikaanse president Donald Trump nog zijn stempel drukken op de zaak. Zo heeft hij het vorige hoofd van de FTC, de bigtechkritische Lina Khan, vervangen door Andrew Ferguson. Die laatste stond toe dat Trump in maart een einde maakte aan de onafhankelijkheid van de FTC door twee commissarissen te ontslaan op basis van hun politieke voorkeur.
Dat rechter James Boasberg de zaak voorzit, ligt ook gevoelig: hij is de rechter die Trump recentelijk beval om twee deportatievliegtuigen op weg naar El Salvador terug naar de VS te laten keren. Dat weigerde Trump, die Boasberg als klap op de vuurpijl een ‘linkse krankzinnige’ noemde.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant