‘We kunnen en moeten de democratie versterken.’ Dat zegt Thom de Graaf, vicepresident van de Raad van State, in het donderdag gepresenteerde jaarverslag over 2024. Hij waarschuwt dat democratie niet betekent ‘majority rules’, zoals nu in de VS gebeurt.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over justitie.
De Graaf zegt bezorgd te zijn over de ontwikkeling van de democratische rechtsstaat. ‘Steeds meer landen worden of zijn een autocratie. Democratische rechtsstaten lijken op hun retour. In democratische landen ontstaan tegenkrachten die de democratie ondermijnen. Ook in Nederland zien we zulke tendensen.’
Om zijn bewering te staven, verwijst De Graaf naar het Nationaal Kiezersonderzoek 2024, waaruit volgens hem blijkt dat ‘democratisch normbesef in Nederland niet vanzelfsprekend is’. In het genoemde onderzoek staat dat een derde van de kiezers het land aan een ‘sterke leider’ zou toevertrouwen, ‘ook als die soms de regels naar zijn hand zou zetten’.
Een eerder onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut, uit 2021, gaf een vergelijkbare tendens weer. In die studie luidde de conclusie dat ‘een aanzienlijk aantal Nederlanders vindt dat voor de aanpak van urgente problemen de democratie soms opzij geschoven mag worden’.
De Raad van State is in Nederland zowel de belangrijkste wetgevingsadviseur van regering en parlement als de hoogste bestuursrechter. De Graaf ziet het als taak van de Raad te waarborgen dat de overheid zich houdt ‘aan haar eigen regels die democratisch tot stand zijn gekomen’. Daarbij wil hij ‘handreikingen’ doen om de democratie te versterken. ‘We moeten voorkomen dat partijen, gebruikmakend van democratische middelen, de democratie ondermijnen.’
Gevraagd naar welke ‘partijen’ De Graaf bedoelt, bijvoorbeeld de PVV van Geert Wilders, zegt hij: ‘Ik wil voorkomen dat wij onze pijlen richten op een partij of een politicus. Wij zitten hier in de modus dat we willen voorkomen, niet in de modus om iets of iemand te bestrijden.’
In het jaarverslag merkt De Graaf wel op dat in september 2024 veel kiezers die op de coalitiepartijen PVV, VVD, NSC en BBB hadden gestemd, bereid waren ‘te accepteren dat het parlement buitenspel zou worden gezet als dat nodig zou zijn om vergaande asielmaatregelen te kunnen doorvoeren’.
Uit die keuze voor het staatsnoodrecht, dat uiteindelijk niet door de coalitie werd ingezet, concludeert De Graaf: ‘De steun voor het democratisch bestel is dus ook in Nederland niet vanzelfsprekend en in zekere zin fragiel.’
In dit verband wijst De Graaf bovendien op de ‘gemeenschappelijke basislijn’ die de coalitiepartijen onder informateur Ronald Plasterk op papier zetten, ook wel de ‘rechtsstaatverklaring’ genoemd. De Graaf noemt het ‘opmerkelijk’ dat dit nodig was, terwijl erkenning van de democratische rechtsstaat ‘voor de hand zou moeten liggen’.
Als concrete mogelijkheden voor het beter functioneren van de democratie ziet De Graaf ‘versterking van het democratisch ethos’ bij zowel politici als onder de bevolking. In dit verband benadrukt hij het belang van burgerschapsvorming in het onderwijs. Daarover stelde de Inspectie van het Onderwijs juist gisteren vast dat deze wettelijke taak op veel scholen wordt verwaarloosd.
Ook de Wet op de politieke partijen, die in voorbereiding is, kan bijdragen aan versterking van de democratie. In de wet komen verplichtingen te staan voor politieke partijen aangaande transparantie over hun interne organisatie. Verder scherpt de wet de mogelijkheid aan om partijen te verbieden.
De Graaf waarschuwt in het jaarverslag dat democratie niet betekent ‘majority rules’, zoals nu in de Verenigde Staten gebeurt. ‘Voor democratie en rechtsstaat zijn instituties als rechtspraak, media en wetenschap van fundamentele waarde.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant