Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Een hobbykip (X) en een batterijkip (Y) zitten in een hokje. Y’s hokje. Ze drinken een glaasje en knabbelen wat. Pasen nadert, drukke tijden, maar juist dan is ontspanning cruciaal. Helaas mag Y het hok niet uit, nooit, in verband met haar gezondheid. Maar ieder wezen moet soms zijn ei kwijt, en, zoals de slogan op de blinde muur van de legbatterij luidt: In der Beschränkung zeigt sich das Huhn.
‘En dat ik dan precies nu word gecanceld’, klaagt X, terwijl ze een hele regenworm met uitjes en zuur ineens in haar keel laat glijden. ‘Weggezet. Afgeserveerd. Uitgepierd. Niks misdaan, en je wordt zo voor de bus gegooid door zo’n onderzoeker van het RIVM. Eizingwekkend.’
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
‘Pfas’, mompelt Y. ‘Forever chemicals, noemen ze dat. Heb je Dark Waters gezien, met die kerel met die scheve mond?’
X knikt. Tuurlijk heeft ze Dark Waters gezien. Over de rechtszaken tegen de vervuilende praktijken van chemieconcern DuPont. Sindsdien is ze een beetje op Mark Ruffalo, die de advocaat speelde. Van dat morsige, middelgrotegezinshondachtige van de man krijgt ze het warm onder haar vleugels. Vorige maand nog schreef Ruffalo in The Guardian een stuk over forever chemicals, en over de apathie van overheden in de aanpak van vervuilende multinationals. Ook zo goed. Er verandert niks, nooit. DuPont heet tegenwoordig Chemours, en Mark Ruffalo wordt hier gespeeld door Bénédicte Ficq. Af en toe valt de politie binnen bij zo’n bedrijf – deze week nog – maar dat lost nooit iets op. Te veel te dure advocaten, nooit te beroerd om een graantje mee te pikken, die rechtszaken net zo lang rekken tot de hele aarde met één grote antiaanbaklaag is omkranst en het grondwater als allesreiniger uit de kraan komt.
En X weet heus wie het haasje zal zijn; ze komt niet uit een ei.
‘Wist je dat Frits Wester soms voor het ontbijt naar een tankstation rijdt voor een gekookt ei?’ Het humeur van Y lijkt opperbest. Ze kakelt maar door, als een mens zonder kop, over paasdrukte en de vraag naar commerciële eieren: eieren van dieren zoals zij, die goddank nooit met gevaarlijke dingen als aarde of lucht of grondwater in aanraking komen.
‘Jij houdt vast tijd over’, veronderstelt Y argeloos, ‘nu je eieren in de ban zijn. Al had je dat natuurlijk altijd al, tijd over.’ Ook Y begrijpt het woord ‘hobbykip’ dus niet. Als hobbykip, denkt X, heb je geen hobby; je bént de hobby. En dat is hard werken. Ook de hobbykip is 24/7 kip, van pluim tot kruin. Niet haar lust, wel haar leven.
‘Ach’, zegt X, ‘dat moet je ruim zien.’
‘Ik ga eerlijk met je zijn: dat zit er voor mij niet in’, antwoordt Y mat.
‘Kan me niet voorstellen dat het niet losloopt’, gaat X door, ‘we leven toch in een vrij land?’
Onmiddellijk heeft ze spijt van haar woorden. Haar vriendin zwijgt, de woorden ‘vrij’ en ‘lopen’ zijn moeilijk voor haar. Haar favoriete gespreksonderwerpen betreffen de steeds hogere huren voor steeds kleinere studentenkamers en pfas in hobby-eieren – het zijn de enige nieuwsfeiten waaronder ze niet te lijden heeft én waarin ze zich kan verplaatsen (figuurlijk dan).
Dan klinkt een oorverdovende zoemer door de schemerige ruimte. De eierwekker. De pauze zit erop. ‘Aan de slag’, zegt Y en ze begint als een gek eieren te leggen.
X scharrelt naar buiten. Ze gaat met Pasen naar Londen. Niet vliegen. Dat kan echt niet meer.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant