Home

Achter ‘volgens mij’ denkt de luisteraar: ‘maar dat weet ik niet zeker’

is columnist voor de Volkskrant en doet eens per week op geheel eigen wijze verslag van een debat in politiek Den Haag.

Een grote groep middelbare scholieren bezoekt de Tweede Kamer. Twee meisjes turen vanaf de publieke tribune naar de Kamerleden die binnendruppelen voor het vragenuur. ‘Hoe ziet Faber er ook alweer uit?’, vraagt de een aan de ander. Ze kijken over de glazen afscherming tussen de tribune en de lager gelegen Kamer. Marjolein Faber (PVV) is nergens te bekennen. Gelukkig komt aan het eind van het vragenuur Caroline van der Plas (BBB) binnen; de meisjes veren even op.

De Tweede Kamer heeft wat weg van een gorillaverblijf: in een goed verlichte open ruimte lopen de Kamerleden rond, en de bezoekers kijken er van boven naar. Soms voelt het alsof we allemaal dieren zijn, want als iemand van de groep niet helemaal zeker is van zijn zaak, ruiken de omstanders dat meteen.

Aaf Brandt Corstius doet eens per week op geheel eigen wijze verslag van een debat in politiek Den Haag.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Of eigenlijk: dat hóren ze, want vanaf de publieke tribune kun je de Kamerleden niet ruiken, maar wel horen. Chris Jansen (PVV), de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu, krijgt vandaag vragen over Tata Steel van Geert Gabriëls (GroenLinks-PvdA), over de vele ovens waaruit ‘zeer zorgwekkende stoffen’ ontsnappen. ‘Voor de mensen op de tribune: dat is gif’, zegt Gabriëls erbij. Met die vragen over Tata Steel lijkt Jansen niet zo goed raad te weten, dat merkt het hele publiek. Elk antwoord dat hij geeft, leidt hij in met ‘Volgens mij’. ‘Volgens mij wordt dat constant gemonitord.’ ‘Volgens mij is Tata Steel juist ook bezig met de toekomst.’ Jansen zegt dertien keer ‘volgens mij’. Soms wel drie keer in één antwoord.

Van mij mag een staatssecretaris best af en toe ‘volgens mij’ zeggen, maar als je ieder antwoord ermee inleidt of afsluit, wordt het moeilijk. Achter ‘volgens mij’ denkt de luisteraar al gauw: ‘maar dat weet ik niet zeker’. En als het onderwerp dan ook nog eens de onbetrouwbaarheid van Tata Steel is, die voor de zoveelste keer bewezen wordt, moet je met meer komen dan ‘volgens mij’. Anders voelt de hele apenrots je onzekerheid.

Een ander pijnlijk moment in de beantwoording is als de staatssecretaris even niet op een term kan komen. ‘De omgevingsdienst heeft een zogenaamde... Ik pak het er even bij, want dat lijkt me handiger’, zegt Jansen en begint in zijn paperassen te grasduinen. ‘Intrekkingsprocedure’, zegt Gabriëls koeltjes.

Iets anders wat Jansen doet dat misschien niet verstandig is, is eufemismen gebruiken. Bij een onderwerp als Tata Steel, al jaren in het nieuws als toch wel een vrij grote bedreiging voor de omgeving, is het inzetten van eufemismen zeker niet slim. Gabriëls zegt tegen Jansen: ‘De omgevingsdienst en de provincie noemen Tata een opportunistisch bedrijf, dat onbetrouwbaar is. Dat is ook gebleken.’ Waarop Jansen antwoordt: ‘Het bedrijf heeft in het verleden een aantal zaken niet goed opgepakt.’ Een zaak niet goed oppakken is: een mail vergeten te sturen of een fout in de nieuwsbrief. Niet: jarenlang gif laten ontsnappen.

Wie al langer rondloopt in de politiek en wel lekker handig is met taal, is Rob Jetten (D66). Hij kan dingen duidelijk zeggen, en vandaag gebruikt hij daarvoor veelal wekkermetaforen. Hij wil dat er voor de ‘economie van de toekomst’ een nationale investeringsbank komt. Jetten heeft het veel over ‘wake-upcalls’: een ‘wake-upcall van Trump’, een ‘wake-upcall van Draghi’, en hij vraagt zich af ‘hoeveel wake-upcalls het kabinet nog nodig heeft om door te pakken’. Ook heeft hij het over de snoozeknop: ‘We kunnen het niet gebruiken dat de minister van Economische Zaken nog een keer de snoozeknop indrukt.’

Voorzitter Martin Bosma (PVV) vindt dat van die snoozeknop kennelijk een leuke, want hij neemt hem over als hij aankondigt dat Joris Thijssen (GroenLinks-PvdA) bij de interruptiemicrofoon het woord mag nemen. ‘Dan druk ik ook even de snoozeknop in en geef ik het woord aan de heer Thijssen’, zegt Bosma. Maar dit gebruik van snoozeknop klopt taalmatig niet echt. Of het moet zo zijn dat Bosma Thijssen beschouwt als iemand die zo saai is dat je wel door zijn bijdrage aan het debat heen kunt soezelen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next